Plaatsing Windturbines in de gemeente Deventer

Door projectleider gevraagd advies

Van    : Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer

 

Aan    :

College van B&W Gemeente Deventer

Postbus 5000

7400 GC Deventer

 

Betreft: advies plaatsing Windturbines in de gemeente Deventer

 

Geacht college,

Eind 2010 heeft de Adviesraad Natuur en Milieu de vraag gekregen om advies uit te brengen over de toepassing van windenergie in Deventer en de vergelijking van de onderzochte locaties. Hiertoe hebben de leden van de Adviesraad kopieën gekregen van de rapporten ‘Actualisatie locatiestudie Windenergie gemeente Deventer, concept 24 maart 2010’, en ‘Ruimte en Milieu aspecten Windpark Kloosterlanden – Bedrijventerreinen A1, Deventer, concept 14 september 2010. Hieronder vindt u dit advies.

De Adviesraad staat in beginsel positief tegenover de plaatsing van windmolens op het grondgebied van Deventer. Windmolens op land worden door veel deskundigen beschouwd als een van de meest rendabele vormen van duurzame energie. Het plaatsen van een aantal windmolens in de gemeente Deventer past goed in de ambitie van de gemeente om klimaatneutraal te worden. In dat verband is het belangrijk dat de gemeente de mogelijkheden voor energiebesparing en duurzame energieopwekking op eigen grondgebied benut zolang dat haalbaar is, onder andere met het oog op kosten en opbrengsten, draagvlak en planologische mogelijkheden.

De Adviesraad kan instemmen met de conclusies uit de Actualisatie Locatiestudie Windenergie, waarin vooral bedrijventerrein Kloosterlanden en het te ontwikkelen bedrijventerrein A1 naar voren komen als meest geschikte locatie voor windmolens. Het sluit aan bij het industriële karakter van het gebied en is daarom daar naar verwachting ook het best landschappelijk in te passen. Het is bij beide locaties nog wel van belang om nader onderzoek te doen naar de mogelijke effecten op ecologie, met name op overvliegende ganzen (slaap- en foerageertrek) en broed- en trekvogels. De quick scan die nu is uitgevoerd lijkt tamelijk beperkt van karakter en besteedt onder andere nog geen aandacht aan de cumulatie van de effecten van de aanleg van de windmolens en andere ruimtelijke ingrepen in dit gebied.

Om de landschappelijke kwaliteit langs de gehele A1 te bewaken, is het belangrijk om de ruimtelijke relatie tussen windmolens in Deventer en eventuele andere windmolens elders langs de A1 mede in ogenschouw te nemen. Door de grote hoogte van moderne windmolens strekt de onderlinge ruimtelijke beïnvloeding zich over een grote afstand uit. Een zorgvuldige plaatsing op de ene locatie kan sterk negatief worden beïnvloed door een windmolen op een andere locatie, ook al is dat er maar één. Daarom is overleg met andere gemeenten langs de A1 over het plaatsen van windmolens belangrijk. Hier ligt ook een belangrijke verantwoordelijkheid voor de provincies Gelderland en Overijssel, als mede trekkers van het project rondom gebiedsontwikkeling rond de A1-zone.

De Adviesraad heeft een voorkeur voor het plaatsen van windmolens op bedrijventerreinen en indien mogelijk, tevens gekoppeld aan grote infrastructurele lijnen in het landschap zoals snelwegen en spoorlijnen. Op het te ontwikkelen bedrijventerrein A1en op het bestaande aangrenzende bedrijventerrein Kloosterlanden kan aan deze koppeling van voorkeuren worden voldaan.

Toepassing van windenergie is in Nederland bepaald niet onomstreden. Maatschappelijke bezwaren richten zich voor een belangrijk deel op de aantasting van het landschap. Moderne windmolens zijn hoog en daardoor van verre waarneembaar; daar kun je ook niets aan veranderen. Je kunt ze niet “wegmoffelen”. De Adviesraad adviseert daarom voor een heldere en duidelijke plaatsingsstrategie te kiezen. Laat de windmolens duidelijk zien in hun landschappelijke context, ook op grotere afstand. De maatschappelijke discussie over mooi en lelijk, horizonvervuiling en andere subjectieve argumenten zijn vanuit omwonenden volstrekt legitiem, maar leiden doorgaans niet tot een oplossing en zeker niet tot een uit landschappelijk oogpunt optimale situatie.

Daarnaast zijn er ook personen en organisaties die twijfels plaatsen bij de bijdrage die windmolens kunnen leveren aan werkelijke reductie van het gebruik van fossiele energie en de bijbehorende uitstoot van CO2. Het Nationaal Kritisch Platform Windenergie is een organisatie die veel van deze kritiek bundelt en die het verzet tegen de plaatsing van windmolens ondersteunt. Dit Platform betoogt dat het opstellen van windmolens in de praktijk niet of nauwelijks leidt tot afname van de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit uit fossiele brandstoffen. Dat komt volgens het Platform onder andere door de grote variatie in het windaanbod. De grootschalige fossiele elektriciteitscentrales moeten daarom blijven draaien, of er nu veel of weinig wind is.

Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) gaat in de publicatie ‘Brandstofmix elektriciteit 2020’ uit december 2009 uitgebreid in op dit onderwerp. Dit rapport concludeert dat “Intermittency problemen bij de verwachte toekomstige grootschalige inzet van windenergie’’ een serieus punt van aandacht zijn, maar dat er ook verschillende soorten oplossingen voor zijn, onder meer het (internationaal) meer verbinden van elektriciteitsnetwerken, het beter flexibiliseren van de opwekking van fossiele elektriciteit en het ontwikkelen van Smart Grids (intelligente en interactieve elektriciteitsnetwerken). Daarom stelt het ECN dat zowel nu als in de toekomst een substantieel percentage windenergie goed onderdeel kan uitmaken van onze totale elektriciteitsvoorziening. Ook nu zijn energiebedrijven al bezig met het creëren van extra flexibele fossiele elektriciteitsopwekking, zo bouwt Eneco een grote flexibele gasgestookte centrale op de Maasvlakte, juist met als doel om deze in te zetten om fluctuaties in vraag en aanbod beter te kunnen opvangen.

Op basis van deze studie en deze ontwikkelingen concludeert de Adviesraad dat deze vraagstukken geen reden hoeven te zijn om in Deventer af te zien van het plaatsen van windmolens. Het blijft echter wel heel belangrijk om in de communicatie rondom de verdere besluitvorming over plaatsing hier serieus aandacht aan te besteden, en een reëel beeld te schetsen van de verwachte opbrengsten van de Deventer windmolens. Ook zou de gemeente Deventer elders haar invloed moeten aanwenden om ontwikkelingen in de richting van duurzame energienetwerken en flexibele elektriciteitsopwekking te stimuleren.

 

In het rapport ‘Ruimte en milieu aspecten Windpark Kloosterlanden- Bedrijventerrein A1 Deventer’, dat de gemeente heeft laten opstellen, wordt nog geen aandacht besteed aan dergelijke onder-werpen. Ook wordt daar gesteld dat windenergie in het geheel niet leidt tot CO2 uitstoot. Dat is eveneens te optimistisch. Overzichtsstudies naar de CO2-uitstoot van windenergie gedurende de hele levenscyclus komen uit op een CO2-uitstoot per kWh van ongeveer 10 tot 20 gram. Vergeleken met de 560 gram per fossiel opgewekte kWh is dit dus wel een forse reductie.  De ‘Energy return on investment’ voor een grote windmolen ligt tussen de 20 en de 40, wat betekent dat een windmolen gedurende zijn levensduur 20 tot 40 keer zo veel energie oplevert als de productie en de afvalverwerking samen kosten.

Om lokale betrokkenheid bij de Deventer windmolens te creëren, stelt de Adviesraad voor om de mogelijkheden te onderzoeken voor het oprichten van een Deventer windmolencoöperatie, waar huishoudens en bedrijven in kunnen mee investeren en meeprofiteren van de opbrengsten van de windmolens. Dit zou een positieve invloed kunnen hebben op het draagvlak, omdat de windmolens niet van een anonieme exploitant zijn, maar deels van Deventer huishoudens en bedrijven.

Samengevat staat de Adviesraad in beginsel positief tegenover de plaatsing van windmolens in Deventer. Betrouwbare en genuanceerde informatievoorziening is van groot belang voor het zorgvuldig onderbouwen van beslissingen en het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak. Daarin moet ook zeker aandacht zijn voor de mogelijke of veronderstelde nadelen of beperkingen van de toepassing van Windenergie.

Met vriendelijke groet,

Namens de Adviesraad Natuur en Milieu

Drs Bauke J de Vries, voorzitter