Advies ontwerp Structuurvisie voor de ruimtelijke inpassing van stroomopwekking door zonne-energie

Het advies is geconcentreerd op een tweetal punten.De duurzaamheidsambitie van de gemeente kan niet worden gerealiseerd zonder dat er bij investeringsbeslissingen, veel meer dan in het verleden wordt gekozen voor duurzaamheidsdoelen. Plaatsen van zonnepanelen in de voorkeursvolgorde: 1.Op eigen dak, 2.op daken van bedrijven,3.op maatschappelijke gebouwen,4.op infrastructurele werken.

Aan: het college van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Deventer,

t.a.v. dhr. Jan Pieter Romijn

Advies ontwerp Structuurvisie voor de Deventer, 23 oktober 2013

ruimtelijke inpassing van stroomopwekking

door zonne-energie

 

HOOFDPUNTEN ADVIES

· Ambitie van de gemeente kan niet worden gerealiseerd door alleen een stimulerende en coördinerende rol; overheidsinvesteringen zijn absoluut noodzakelijk, zeker op het moment dat de “makkelijke” projecten zijn gerealiseerd.

· Gemeentelijke investeringen die onvoldoende bijdragen aan een duurzame toekomstachterwege laten en de vrijkomende middelen inzetten voor duurzame investeringen, bijv.zonne-energie.

· Besteedt meer aandacht aan de noodzakelijke veranderingen in de maatschappij om de doelstellingen te halen; het leren van goede voorbeelden kan daarbij van pas komen.

· Neem de door Natuur en Milieu Overijssel opgestelde “Ladder van zon” als uitgangspunt voor het gemeentelijk beleid: ruimtelijke kwaliteit en zuinig, meervoudig ruimtegebruik.

· Plaats alleen zonnepanelen op daken in de voorkeursvolgorde: 1. zon op eigen dak, 2. zon op daken van bedrijven, 3. zon op gemeenschappelijke gebouwen, 4. zon op infrastructurele werken.

· Alleen als alle mogelijkheden voor plaatsing op daken zijn uitgeput, komen zonneparken in beeld.

· Geen zonneparken in het landelijk gebied zonder ruimtelijke relatie met bebouwing of erven.

INLEIDING

Bij mail van 3 oktober 2013 heeft u ons verzocht te adviseren over de structuurvisie voor de ruimtelijke inpassing van stroomopwekking door zonne-energie “Ruimte voor Zonnestroom”.Hoewel wij laat zijn ingeschakeld en ons weinig tijd is gegeven voor een advies, geven wij, binnen onze mogelijkheden, onderstaand advies. Vanwege tijdgebrek gaat ons advies alleen in op de hoofdlijnen van de structuurvisie.

ALGEMEEN

De Adviesraad onderschrijft het belang van duurzame energie in het streven van de gemeenten om in 2030 een klimaat neutrale gemeente te zijn. Om deze ambitie ook werkelijkheid te laten worden, zijn forse inspanningen nodig. Zonne-energie kan, zoals de structuurvisie laat zien, daar substantieel aan bijdragen.

De uitvoeringsparagraaf geeft aan dat de rol van de gemeente beperkt is tot stimuleren, coördineren en andere partijen uitnodigen met zonne-energie aan de slag te gaan. De rol van de gemeente is zeker niet uitvoerend en regelend (blz. 55 van de structuurvisie). Het is ons inziens echter de vraag of dit op langere termijn voldoende is om de ambitie te realiseren. De “makkelijke” projecten in de categorie A (fig. op blz. 55) zullen wel kunnen worden gerealiseerd. Maar wat als het “laaghangend fruit” is geoogst?

Gezien de ambitie van de gemeente en de daarmee gepaard gaande enorme investeringen, is het niet aannemelijk dat de doelen zonder meer overheidsinvesteringen zullen worden bereikt. Het zal er erg van afhangen of de vergroening van het belastingstelsel door zal zetten.

De structuurvisie geeft het belang van monitoring aan. Wat echter ontbreekt, is een visie op de benodigde veranderende rol van de overheid als doelen niet gehaald lijken te worden. Meer fondsen zullen bij onveranderd beleid in de komende jaren niet ter beschikking komen. Dan wordt het voor de gemeente dus een kwestie van kiezen. Het is de taak van de overheid daar richting aan te geven, vooral door bewustwording bij burgers over dit onderwerp te bevorderen.

DUURZAAMHEID EN MOGELIJKHEDEN ZONNESTROOM

De uitvoeringsagenda geeft de strategie voor het bereiken van het gestelde duurzaamheidsdoel :

Deventer Klimaat Neutraal in 2030. Te weinig wordt ingegaan op de grote veranderingen die moeten plaatsvinden in de maatschappij om de gestelde doelen te bereiken. Zekerheden uit het verleden zijn aan het verdwijnen, de grote invloed van gevestigde belangen zal in bepaalde gevallen moeten worden getrotseerd. Megalomaan gedrag van overheden en bedrijfsleven wordt regelmatig aan de kaak gesteld. Voorbeelden zijn investeringen in kolencentrales maar ook in sommige bedrijfs- en overheidsgebouwen. Dit laatste kwam in het TV programma “De slag om Nederland” uitgebreid aan de orde. Door dit soort investeringen achterwege te laten kan er geld beschikbaar komen voor het faciliteren van- en investeren in duurzaamheidsdoelen. Wij bevelen aan daarop te anticiperen door alle komende gemeentelijke investeringen tegen het licht te houden en te zien of ze voldoende bijdragen aan een duurzame toekomst.

Het heeft alles te maken met bewustwording bij burgers maar ook bij politici. Laat dit punt tot uiting komen in de tabel “Wat burgers niet willen”.Ons voorstel is meer aandacht te besteden aan het leren van goede voorbeelden. Door deze regelmatig te publiceren zal dit velen helpen de goede richting te vinden in het denkproces. Hier wordt te weinig over gezegd.Uit de tekst lijkt het of subsidies taboe zijn geworden. De ontwikkeling van zonnecellen was nooit op gang gekomen zonder subsidies en is een mooi voorbeeld dat subsidies in een opstartfase kunnen helpen. Dat zal zo blijven, zeker zolang er geen sterke vergroening van de belastingen plaats vindt. Het geld kan worden gevonden door gemeentelijke uitgaven en investeringen die onvoldoende bijdragen aan duurzaamheidsdoelen te beperken. Veel duurzaamheidsdoelen zoals het energievraagstuk, zijn immers urgent.

Op blz 17 wordt gesproken over het niet bij elkaar komen van kosten van investeringen in huurwoningen en de baten voor de huurder. Dit zou toch op een heldere manier kunnen worden uitgelegd op de energierekening?

BELEIDSKADERS

In hoofdstuk 4.1. wordt op blz. 25 de door Natuur en Milieu Overijssel opgestelde “Ladder van zon” geciteerd. De uitgangspunten van de Ladder zijn ruimtelijke kwaliteit en zuinig, meervoudig ruimtegebruik. Deze uitgangspunten leiden tot een voorkeur voor toepassing van zonnepanelen in combinatie met andere functies zoals daken (van huizen, bedrijfsgebouwen, overheidsgebouwen,stallen en boerenschuren of in combinatie met infrastructuur zoals geluidschermen). Zonneparken op braakliggende gronden is geen zuinig, meervoudig ruimtegebruik; deze optie scoort daarom slecht op de ladder, de op één na onderste trede. Helemaal onderaan staat de optie zonneparken in het landelijk gebied op landbouwgrond met bouwbestemming. Zonneparken in het landelijk gebied buiten landbouwgrond met een bouwbestemming is in de Ladder geen optie.De Ladder van zon biedt overheden de mogelijkheid om een eigen, afgewogen keuze te maken. De Adviesraad onderschrijft de Ladder van zon van NMO volledig. Wij willen daar nog aan toevoegen dat zonneparken in het landelijk gebied zonder relatie met erven of andere bouwbestemmingen niet alleen strijdig zijn met zuinig, meervoudig ruimtegebruik, maar ook afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke waarde van het buitengebied van de gemeente Deventer. Bovendien leidt dat tevens tot verlies van landbouwgrond.

Wij pleiten er voor om alleen in te zetten op zonnepanelen op daken en daarbij de voorkeursvolgorde uit de Ladder aan te houden: 1. zon op eigen dak, 2. zon op daken van bedrijven, 3. zon op gemeenschappelijke gebouwen, 4. zon op infrastructurele werken. Pas als blijkt dat daarmee de doelstellingen niet worden gehaald komen zonneparken op braakliggende gronden op bedrijventerreinen en zonnepanelen op landbouwgrond met een bouwbestemming in aanmerking. Zonneparken in het landelijk gebied, niet gekoppeld aan erven of bebouwing, dienen per definitie te worden uitgesloten.Dat betekent dat het hoofdstuk Beleidskaders grondig moet worden herzien; feitelijk kan het grootste deel worden geschrapt en worden vervangen door een nadere uitwerking van de Ladder van zon. Bovendien moet er heel duidelijk in staan dat andere mogelijkheden dan plaatsing op daken pas aan de orde zijn als alle daken die daarvoor in aanmerking komen bezet zijn met zonnepanelen en de doelstelling dan nog niet is gehaald. Plaatsing op daken en plaatsing elders komen dus na elkaar en niet gelijktijdig !

UITWERKING VISIE

Als het beleidskader wordt ingevuld op basis van de Ladder van zon en wordt uitgewerkt zoals hierboven in hoofdlijnen is beschreven, kan de uitwerking van de visie beperkt blijven tot het benoemen van enkele details die in specifieke gevallen gelden. Te denken valt bijv. aan mogelijke conflicten met nestgelegenheid voor gierzwaluwen, zeker als er al dakpannen met nestgelegenheid zijn geplaatst. Ook met verblijfplaatsen van vleermuizen moet rekening worden gehouden. Mogelijk is er dan sprake van strijdigheid met de Flora- en faunawet. Zonnepanelen kunnen ook conflicteren met (monumentale) bomen die in de buurt staan. Schaduw vermindert de opbrengst. Daar is geen standaard voorschrift of oplossing voor te geven. In dit soort situaties is maatwerk nodig. Wellicht zijn er nog andere zaken die in de uitwerking een plek zouden moeten krijgen, bijv. de vraag hoe je als gemeente particulieren nog meer kunt faciliteren en stimuleren om gezamenlijk zonnepanelen in te kopen en te plaatsen.

Met vriendelijke groet,

Hans Grotenhuis,

wnd. voorzitter van de

Adviesraad Natuur en Milieu Deventer