Advies Visie Leefomgeving

Het advies is geconcentreerd op een vijftal punten.Publiceer met deze visie Leefomgeving ook een bijbehorend uitvoeringsprogramma.Geef in alle gevallen een duidelijke ondergrens aan voor het onderhoud van de openbare ruimte.Geef zo duidelijk mogelijk de balans aan tussen leefbaarheid,duurzaamheid,ecologie,en onderhoudsvriendelijkheid. Integreer de beleidsnota Ecologie maximaal in deze visie Leefomgeving. Zorg dat de ambtenaren belast met "
Zelfbeheer" over adviescompetenties beschikken.

Aan het College van B&W van de gemeente Deventer

Postbus 5000

7400 GC Deventer

Deventer, 21 februari 2014

Geacht College,

De Adviesraad Natuur en Milieu Deventer heeft met belangstelling kennisgenomen van uw VisieLeefomgeving (januari 2014). Met instemming constateren wij dat het voorgenomen leefomgevingsbeleid nadrukkelijk verbonden is met de zorg voor duurzaamheid. Ook wij zijn van mening dat de kwaliteit van de leefomgeving van burgers in belangrijke mate bepaald wordt door de toestand van milieu en natuur.

De Adviesraad is positief gestemd over de ditmaal voorbeeldige wijze waarop in het voortraject van de Visie het ambtelijk vooroverleg heeft plaatsgevonden. Ook is de Adviesraad zeer te spreken over de verbeteringen die als resultante van dit vooroverleg en van de twee prae-adviezen die de Raad daarbij heeft ingebracht, doorklinken in uw Visie.

Niettemin stelt de raad vast dat op een aantal cruciale momenten de Visie Leefomgeving toch nog tekortkomingen vertoont. Deze tekortkomingen hebben betrekking op de volgende zes punten.

1. Uitvoeringsprogramma

U stelt een Uitvoeringsprogramma in het vooruitzicht dat aan de Visie Leefomgeving toegevoegd zal worden en dat hierna elke twee jaar zal verschijnen (p.5). Wij adviseren u het eerste uitvoeringsprogramma tegelijk met de visie zelf te doen verschijnen, teneinde de gemeenteraad in staat te stellen te beoordelen welke de politieke keuzen zijn die u met betrekking tot de leefomgeving voornemens bent te maken en wat daarvan de consequenties zijn. Dit klemt temeer daar u aankondigt in het (eerste) uitvoeringsprogramma aan te zullen geven hoe u omgaat met het feit dat, zoals u verklaart, voor incidentele grote vervangingen geen budget beschikbaar is (p.7). Een visie is eerst goed te doorgronden wanneer ook de uitvoering bekend is.

2. Ondergrens

U garandeert een “ondergrens” bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (p.11en p.17). Dat klinkt geruststellend, en misschien is dat ook wel zo bedoeld, maar u verstrekt geen verdere informatie over waar precies deze ondergrens ligt. In de bijlage vermeldt u dat het basisonderhoudsniveau niet voor elke plek hetzelfde zal zijn(p.22), maar ook deze nuancering laat de lezer die precies wil weten wat hij waar kan verwachten, in het ongewisse. Ook de plaatjes in het “beeldenboek” , hoe goedbedoeld ook, geven onvoldoende uitsluitsel. Het dunkt ons dat het voor de gemeenteraad essentieel is op voorhand te weten welk kwaliteitsniveau u voornemens bent waar te realiseren.Onder het kopje Pijler 1 (p.11) maakt u er gewag van dat de ondergrens deels ingegeven is door uw juridische verantwoordelijkheid. Dan lijkt de ondergrens een technisch-juridische kwestie - politiek minder relevant. Maar wanneer u de ondergrens in verband zoudt brengen met Pijler 2, bewuste inrichting (pp. 12-3), dan krijgt het begrip ondergrens een meer politieke lading. Ook dit zal de gemeenteraad interesseren.

3. Balans

In het kader van uw tweede pijler waarop uw visie berust (“Bewuste inrichting”) belooft u goede leefbaarheid, duurzaamheid, ecologie en onderhoudsvriendelijkheid (p.11). Deze vier ambities bevinden zich echter niet langs één dimensie, zodat het heel wel mogelijk is dat bijvoorbeeld een maatregel die de ecologie dient, niet gunstig scoort op onderhoudsvriendelijkheid. De vraag is hoe u dan zult opereren. Hoe legt u de balans tussen de vier uiteenlopende criteria?

4. Biodiversiteit

U bent van plan in het kader van uw tweede pijler biodiversiteit te stimuleren en rekening te houden met flora en fauna. Ook belooft u met lokale natuurspecialisten in gesprek te zullen gaan over de natuurwaarden (p.13) . Wij waarderen uw intenties, maar achten een waarschuwing toch op z’n plaats. Het groot onderhoud in Groot Douwel, waarover de visie zich zo positief uitlaat (p.12), is nu juist een voorbeeld van een te laat, want nog steeds niet gestart ecologisch veldonderzoek, dat de nulsituatie van de natuurwaarden in de wijk had moeten inventariseren voordat de bewoners om ideeën was gevraagd.

Uw belofte om ten behoeve van de stimulering van de biodiversiteit “in gesprek te gaan met lokale natuurspecialisten”, is een rechtstreekse, maar helaas impliciete, verwijzing naar uw eigen beleidsnota Ecologie. Wij dringen er op aan die koppeling expliciet en compleet te maken: zo is niet alleen het contact met natuurspecialisten van groot belang, maar ook de in uw beleidsnota Ecologie aangekondigde jaarlijkse schouw. Ter bevordering van de consistentie en transparantie van uw beleid bevelen wij aan dat u hetgeen de beleidsnota Ecologie in het vooruitzicht stelt, integraal opneemt in uw Visie leefomgeving.

5. Competenties

U bent er terecht van doordrongen dat ambtenaren die te maken krijgen met Zelfbeheer, over goede adviescompetenties moeten beschikken (p.19). Wij nemen aan dat u voornemens bent hen een daartoe strekkend bijscholingsprogramma aan te bieden.Immers, een “andere houding” groeit niet vanzelf. Maar aan de zijde van de bewoners geldt natuurlijk hetzelfde. Ook zij moeten leren anders met de natuur om het huis en anders met de groenambtenaren om te springen dan zij gewend waren. Wij bevelen van harte aan dat u een daartoe strekkend aanbod aan de bewoners doet, bij voorkeur te ontwikkelen door uw eigen natuur- en milieueducatief centrum De Ulebelt.En dan is er nog de kwestie van cumulatie van aanspraken: de welwillende burger wordt tegenwoordig van vele zijden benaderd met “verzoeken” tot participatie: wederkerigheidbij een uitkering, vrijwilligerswerk in de sportclub, mantelzorg, burgerwacht, onderhoud van openbaar groen in de wijk, enzovoort. Vroeger of later leidt dit tot overvragen, en de gemeente die er op leunt, moet hier een antwoord op hebben. Reeds stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de actieve inzet van bewoners, in ieder geval in de krachtwijken, waar het juist zo hard nodig is, de afgelopen jaren alleen maar is afgenomen. Is er een reden om aan te nemen dat dit zich in Deventer niet zal voordoen? U realiseert zich dat de omslag naar zelfbeheer een “aanlooptijd” vergt. Wij veronderstellen dat de gemeenteraad nader geïnformeerd zal willen worden over de duur en het verloop van deze aanlooptijd, aangezien op deze wijze de implementatie van het beleid adequaat kan worden gevolgd.

De Adviesraad Naruur en Milieu hoopt met dit advies een nuttige bijdrage aan de besluitvorming te hebben geleverd en wacht met belangstelling de uitvoering van het voorgenomen beleid af.

Hoogachtend,

Adviesraad Natuur en Milieu,

dr H.P. Gallacher, voorzitter