Advies voor Woonvisie Deventer 2018 In de Woonvisie geeft de gemeente richting aan het woonbeleid. De Adviesraad raadt daarbij aan om een sterkere koppeling te maken met Omgevingsvisie en ruimtelijk beleid; om natuurinclusief ontwerpen en duurzaam bouwen tot standaard te maken bij nieuwe woonontwerpen. <p>ADVIESRAAD NATUUR EN MILIEU DEVENTER</p> <p>Aan: gemeentelijke projectleider Steenbrugge, Arthur Borst</p> <p>Deventer, 25 november 2016</p> <p>ADVIES Inrichtingsplan Steenbrugge en Groenvisie Steenbrugge.</p> <p>Op 16 november heeft de ontwerper van het inrichtingsplan, in aanwezigheid van de projectleiders</p> <p>van de gemeente en de projectontwikkelaar, een presentatie voor een delegatie uit de Adviesraad</p> <p>gegeven over het Inrichtingsplan en de Groenvisie. Vervolgens hebben de aanwezigen uit de</p> <p>Adviesraad deze stukken ook digitaal toegestuurd gekregen.</p> <p>Na de gedachtewisseling bij de presentatie en een nadere bestudering van de plannen, komen wij</p> <p>tot onderstaand advies en aandachtspunten.</p> <p>1. ECOLOGISCHE RELATIES</p> <p>De ontsluitingweg van het nieuwe dorp doorsnijdt het Zandweteringpark. Daarmee wordt het park</p> <p>zowel ecologisch als landschappelijk in tweeën geknipt. Het Zandweteringpark is na realisering van</p> <p>het gehele plan Steenbrugge, met naast het huidige bouwplan op termijn nog eens 800 woningen,</p> <p>het enige groene en ecologische element dat Steenbrugge scheidt van de Keizerslanden. Daarom</p> <p>is het belangrijk dat de barrièrewerking van de ontsluitingsweg wordt gemitigeerd door een</p> <p>ecologische verbinding met zowel een natte als een droge component. De natte component is</p> <p>relatief eenvoudig aan te leggen door de overspanning van de brug over de Zandwetering ruimer te</p> <p>maken dan technisch noodzakelijk is. De droge component dient op het hogere deel te worden</p> <p>gerealiseerd door een faunapassage van voldoende omvang met een vormgeving die is afgestemd</p> <p>op de te verwachten doelsoorten. Dit moet bij de aanleg van de weg worden gerealiseerd.</p> <p>Ecologisch onderzoek en advies over de afmetingen en vormgeving is hiervoor absoluut</p> <p>noodzakelijk. Voor alle duidelijkheid: de nu geplande bomen aan weerszijden van de weg waarvan</p> <p>de kronen elkaar raken is onvoldoende!</p> <p>2. GROEN IN HET DORP</p> <p>a). Ecologisch belang van het groen</p> <p>Het plan is toegespitst op het bereiken van de beoogde beeldkwaliteit. Op dat punt is het plan goed</p> <p>doordacht en zal beslist bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving van de toekomstige</p> <p>bewoners. Er is echter in het geheel geen rekening gehouden met de mogelijkheid om ook dieren</p> <p>een plek te geven in de nieuwe wijk. Dat draagt niet alleen bij aan de duurzaamheid; een wijk met</p> <p>vogels en vlinders is voor de bewoners ook veel aantrekkelijker. Natuur in de stad is al lang geen</p> <p>“groene hobby” meer maar wordt breed gedragen, ook door bestuurders. Het ligt dan ook heel erg</p> <p>voor de hand bij de inrichting van het dorp hier terdege rekening mee te houden. Voor de</p> <p>beplanting gaat het om bloem- en besdragende bomen en struiken. In dat verband is het tevens</p> <p>aan te bevelen meer inheemse soorten te gebruiken dan nu het geval is. Wij adviseren om de</p> <p>soortkeuze zodanig aan te passen dat vogels en vlinders (en andere insecten) een plek krijgen in</p> <p>de wijk.</p> <p>Voor de gebouwen gaat het om nestgelegenheid te bieden aan gierzwaluwen (gierzwaluwkasten),</p> <p>huiszwaluwen en een soort als de huismus</p> <p>Over deze aspecten en de mogelijkheden voor aanpassingen van het plan dient ecologisch advies</p> <p>in te worden gewonnen.</p> <p>b). Bomen</p> <p>Bomen zijn de dragers van de gehele groene inrichting. Een uitgekiende soortenkeus met veel</p> <p>afwisseling ligt hieraan ten grondslag. Er doet zich echter een duivels dilemma voor: bomen</p> <p>kunnen schaduw werpen op de zonnecollectoren en dat levert minder vermogen op. Duurzame</p> <p>ruimtelijke inrichting met bomen kan dus conflicteren met een ander duurzaamheidsaspect: zonneenergie.</p> <p>Datzelfde geldt ook voor locaties waar in de toekomst zonnecollectoren geplaatst kunnen</p> <p>worden.</p> <p>In ons gesprek met de projectleiders in april 2016 werd gesteld dat in dit verband geen bomen</p> <p>hoger dan 6 m geplant zouden kunnen worden. Dat zou betekenen dat de beoogde ruimtelijke</p> <p>kwaliteit niet gehaald zou worden. Tijdens de presentatie op 16 november bleek dat gelukkig toch</p> <p>anders te kunnen door een uitgekiende plaatsing van de bomen. Mocht er toch zo hier en daar</p> <p>2</p> <p>schaduwwerking optreden, dan kon er nog wat worden geschoven. Bestudering van het bomenplan</p> <p>werpt toch een ander licht op deze benadering. Van de 22 soorten en cultivars die worden</p> <p>toegepast worden 13 soorten hoger dan 10 m. en vormen een potentiële bron voor schaduw op</p> <p>zonnecollectoren. Het lijkt vrijwel onmogelijk om al deze bomen zo te situeren dat zij geen</p> <p>schaduw werpen op de collectoren en toch bijdragen aan de omgevingskwaliteit.</p> <p>Het probleem van schaduwwerking gaat zich pas na vele jaren voordoen als de bomen een zekere</p> <p>wasdom hebben bereikt. De projectontwikkelaar, ontwerper, huizenbouwer en alle andere die met</p> <p>de bouw te maken hebben gehad, zijn dan allang weg. De bomenbeheerder (gemeente) zit dan</p> <p>met de klachten en de gevolgen. Uiteindelijk leidt dat op lange termijn tot het kappen van bomen</p> <p>en dus het gedeeltelijk vernietigen van de groenstructuur en aantasting van de kwaliteit van de</p> <p>openbare ruimte. Het is zou zeker niet de eerste keer zijn dat bomen sneuvelen vanwege schaduw</p> <p>op zonnecollectoren1.</p> <p>In de Groenvisie wordt op blz. 5 nog de mogelijkheid genoemd om bomen die te groot worden</p> <p>door snoei in hoogte terug te brengen. Dat is de wereld op z’n kop: verkeerde soortkeuze (te hoge</p> <p>boom) corrigeren door snoei waardoor de kroonvorm uiteindelijk ernstig wordt misvormd en de</p> <p>beheerder wordt opgezadeld met hoge kosten die bovendien niet eenmalig zijn: de gesnoeide</p> <p>boom groeit gewoon verder en na een paar jaar kun je opnieuw snoeien tot het moment dat de</p> <p>boom vroegtijdig dood gaat door deze voortdurende “mishandeling”.</p> <p>Wij adviseren zeer dringend om het bomenplan nog eens grondig na te lopen en dan de uiteindelijk</p> <p>boomhoogte bij volle wasdom als criterium te hanteren. Mocht dit leiden tot het schrappen van</p> <p>bomen dan zou de opzet en de kwaliteit van het inrichtingsplan in gevaar kunnen komen.</p> <p>3. BURGERPARTICIPATIE</p> <p>Bij de ontwikkeling van de bebouwing van Steenbrugge zijn de toekomstige bewoners destijds niet</p> <p>betrokken. Dat vond de Adviesraad een gemiste kans en dat was zeker geen bijdrage aan de Social</p> <p>Score Card om de duurzaamheid verder in te vullen.</p> <p>Bij de invulling van het groen (Inrichtingsplan en Groenvisie) kunnen de toekomstige bewoners wel</p> <p>worden betrokken; daarvoor is het niet te laat. Dat zou een goede invulling zijn van de Green</p> <p>Score Card.</p> <p>Door betrokkenheid van bewoners bereik je dat de bewoners zich niet alleen mede</p> <p>verantwoordelijk gaan voelen voor de openbare ruimte en het groen maar ook dat zij de hagen</p> <p>gaan onderhouden die op hun grond staan en een wezenlijk onderdeel zijn van de groenstructuur</p> <p>in het dorp. De bewoners zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het in stand van de</p> <p>hagenstructuur. Betrokkenheid van bewoners is een veel betere ingang dan het handhaven van de</p> <p>contracten voor het onderhoud. Als de projectontwikkelaar na een paar jaar vertrekt, ligt het niet</p> <p>voor de hand dat de gemeente dit gaat handhaven.</p> <p>Tegelijk met de actie om de bewoners te betrekken bij het openbare groen, kunnen de bewoners</p> <p>worden geïnformeerd over de wenselijkheid om hun privé tuinen natuurvriendelijk in te richten als</p> <p>onderdeel van de totale duurzame inrichting van de wijk. Duurzaamheid houdt namelijk niet op bij</p> <p>de scheiding tussen publiek en privé domein. Nieuwe bewoners van een duurzame wijk kunnen</p> <p>best worden aangesproken op hun handelen ten gunste van een duurzame inrichting van hun privé</p> <p>terrein.</p> <p>Natuur in de stad en natuurvriendelijke inrichting van tuinen staan al geruime tijd in de</p> <p>belangstelling. Er zijn inmiddels meerdere instellingen die zich bezig houden met advisering over</p> <p>bijv. vogel- en vlindervriendelijke inrichting van tuinen (Vogelbescherming Nederland resp. De</p> <p>Vlinderstichting), maar ook voor andere soortgroepen zijn koepelorganisaties waar kennis en</p> <p>advies beschikbaar is. Bij het communiceren van deze kennis naar bewoners zou de Ulebelt ook</p> <p>een belangrijke rol kunnen spelen.</p> <p>Wij adviseren om de bewoners niet alleen vroegtijdig te betrekken bij de inrichting van de</p> <p>openbare ruimte maar ook om gelijktijdig deskundigen voorlichting te laten geven over de diverse</p> <p>aspecten van een natuurvriendelijke inrichting van de tuin. Voor alle duidelijkheid: er is voor</p> <p>bewoners voldoende te kiezen: zij kunnen op verschillende aspecten van een natuurvriendelijke</p> <p>tuin de nadruk leggen, al naar gelang hun voorkeur en belangstelling. Daarom is het belangrijk dat</p> <p>verschillende deskundigen iets aan de bewoners komen vertellen: niet hoe het moet, maar hoe</p> <p>het kan.</p> <p>4. BEGRAAFPLAATS EN CREMATORIUM</p> <p>De begraafplaats wordt nadrukkelijk betrokken bij de wijk zodat de bewoners er ook gebruik van</p> <p>kunnen maken als wandelgebied. Tussen de nu te ontwikkelen wijk en de begraafplaats /</p> <p>crematorium komt in de toekomst nog enige bebouwing en een niet al te grote overgangszone. Wij</p> <p>vragen nadrukkelijk aandacht voor de inrichting van deze strook in de eindfase als deze ruimte</p> <p>1 mondelinge mededeling van de Deventer Bomenstichting</p> <p>3</p> <p>gedeeltelijk wordt bebouwd. Gezien de betrekkelijk geringe omvang, ligt daar een grote</p> <p>ontwerpopgave: hoe geef je vorm aan deze strook. Het ontwerp moet een goed ruimtelijk</p> <p>alternatief bieden voor het feit dat de oorspronkelijke opzet van het crematorium met zichtlijnen</p> <p>over het open landschap, zal verdwijnen. Ook de visuele relatie met de monumentale beplanting</p> <p>van de begraafplaats vraagt aandacht.</p> <p>5. TIJDELIJK GEBRUIK VAN DE NOG NIET TE BEBOUWEN GRONDEN</p> <p>Omdat grote delen van de gehele wijk pas worden gebouwd als de woningmarkt daar aanleiding</p> <p>toe geeft, zullen er gedurende meer of minder lange tijd grote stukken grond onbebouwd blijven.</p> <p>Daar moet iets mee gebeuren om illegaal gebruik en verrommeling te voorkomen.</p> <p>Er zijn meer mogelijkheden dan tijdelijk aan de landbouw in gebruik geven: maïsakkers liggen dan</p> <p>op de loer omdat gebruik als grasland voor vee waarschijnlijk niet zo aantrekkelijk is voor boeren</p> <p>vanwege moeilijke bereikbaarheid en versnipperde ligging. Maïsakkers dragen niet bij aan een</p> <p>duurzame uitstraling van de wijk en zeker niet aan de ruimtelijk kwaliteit van de omgeving. Dat</p> <p>moet in ieder geval worden voorkomen.</p> <p>Tijdelijke natuur is een zeer aan te bevelen optie. De wijk heeft er wat aan (wandel- en</p> <p>struingebied) en het heeft een meer duurzame uitstraling dan het gangbare landbouwkundig</p> <p>gebruik. Extensieve veeteelt met bloemrijke weidelanden met koeien, is ecologisch aantrekkelijk</p> <p>(hoger biodiversiteit) en niet duur voor wat betreft inrichting. Feitelijk wordt het beoogde resultaat</p> <p>behaald door een extensieve bedrijfsvoering door de pachter/eigenaar. Voor de bewoners is het</p> <p>visueel aantrekkelijk en het betekent tevens een tijdelijke uitbreiding van de wandelmogelijkheden.</p> <p>Het is aan te bevelen om voor de mogelijke fasering van tijdelijke natuur, de volgorde van</p> <p>ontwikkeling als woongebied aan te houden. De delen die het laatst zullen worden ontwikkeld</p> <p>komen het eerst in aanmerking voor tijdelijke natuur omdat er enige ontwikkeltijd beschikbaar is</p> <p>voor de nieuwe natuur, ook al is het maar tijdelijk. Tijdelijk is overigens een rekbaar begrip vooral</p> <p>omdat de tijdelijkheid van de natuur afhankelijk is van een moeilijk voorspelbare woningmarkt.</p> <p>Als voorbeeld van geslaagde tijdelijke natuur op een redelijk grote oppervlakte verwijzen wij naar</p> <p>het Eeserwold bij Steenwijk. Voor meer informatie over dit project zie</p> <p>www.landschapoverijssel.nl/project-eeserwold</p> <p>4. SAMENVATTING ADVIES</p> <p>1. Realiseer zowel een natte als een droge ecologische verbinding onder de ontsluitingsweg via</p> <p>het Zandweteringpark.</p> <p>2. Soortensamenstelling van de beplanting aanpassen aan de behoefte van vogels, vlinders en</p> <p>andere insecten door bloem- en besdragende soorten toe te passen met een groter aandeel</p> <p>van inheemse soorten.</p> <p>3. Ook in de gebouwde omgeving nestgelegenheid bieden aan vogels, bijv. voor gierzwaluwen,</p> <p>huiszwaluwen en huismussen.</p> <p>4. Groenplan zorgvuldig screenen op discrepantie met het belang van een onbelemmerde</p> <p>zoninstraling op de zonnecollectoren, uitgaande van volwassen bomen.</p> <p>5. Toekomstige bewoners vroegtijdig betrekken bij de inrichting van de openbare ruimte als hun</p> <p>toekomstige leefomgeving met als oogmerk betrokkenheid en (mede)verantwoordelijkheid te</p> <p>kweken.</p> <p>6. In het verlengde van punt 4, gelijktijdig voorlichting geven aan de toekomstige bewoners over</p> <p>de wenselijkheid en mogelijkheden van een natuurvriendelijke inrichting van hun tuin.</p> <p>Deskundigen van diverse organisaties met ervaring op het terrein voorlichting moeten dat</p> <p>doen; de Ulebelt kan een rol in spelen in de communicatie van kennis naar de bewoners.</p> <p>7. Aandacht voor het ontwerp en in richting van de strook tussen de begraafplaats en het</p> <p>crematorium aan de ene kant en de bebouwing aan de andere kant.</p> <p>8. Geef de gronden die voorlopig nog niet voor woningbouw worden ontwikkeld, de functie van</p> <p>tijdelijke natuur.</p> <p>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu Deventer,</p> <p>H. Grotenhuis</p> 2018-05-04 15:21:18 +0200 2018-05-04 15:21:18 +0200 2018-05-04 15:21:18 +0200 Inrichting en groenvisie Steenbrugge Naar aanleiding van het inrichtingsplan en de groenvisie voor Steenbrugge, adviseert de Adviesraad om een natte en een droge ecologische verbinding te realiseren onder de ontsluitingsweg, om bij de beplanting aandacht te geven aan de behoeften van inheemse planten- en diersoorten, en om de bewoners vroegtijdig te betrekken bij inrichting en beheer. <p>ADVIESRAAD NATUUR EN MILIEU DEVENTER</p> <p>Aan: gemeentelijke projectleider Steenbrugge, Arthur Borst</p> <p>Deventer, 25 november 2016</p> <p>ADVIES Inrichtingsplan Steenbrugge en Groenvisie Steenbrugge.</p> <p>Op 16 november heeft de ontwerper van het inrichtingsplan, in aanwezigheid van de projectleiders</p> <p>van de gemeente en de projectontwikkelaar, een presentatie voor een delegatie uit de Adviesraad</p> <p>gegeven over het Inrichtingsplan en de Groenvisie. Vervolgens hebben de aanwezigen uit de</p> <p>Adviesraad deze stukken ook digitaal toegestuurd gekregen.</p> <p>Na de gedachtewisseling bij de presentatie en een nadere bestudering van de plannen, komen wij</p> <p>tot onderstaand advies en aandachtspunten.</p> <p>1. ECOLOGISCHE RELATIES</p> <p>De ontsluitingweg van het nieuwe dorp doorsnijdt het Zandweteringpark. Daarmee wordt het park</p> <p>zowel ecologisch als landschappelijk in tweeën geknipt. Het Zandweteringpark is na realisering van</p> <p>het gehele plan Steenbrugge, met naast het huidige bouwplan op termijn nog eens 800 woningen,</p> <p>het enige groene en ecologische element dat Steenbrugge scheidt van de Keizerslanden. Daarom</p> <p>is het belangrijk dat de barrièrewerking van de ontsluitingsweg wordt gemitigeerd door een</p> <p>ecologische verbinding met zowel een natte als een droge component. De natte component is</p> <p>relatief eenvoudig aan te leggen door de overspanning van de brug over de Zandwetering ruimer te</p> <p>maken dan technisch noodzakelijk is. De droge component dient op het hogere deel te worden</p> <p>gerealiseerd door een faunapassage van voldoende omvang met een vormgeving die is afgestemd</p> <p>op de te verwachten doelsoorten. Dit moet bij de aanleg van de weg worden gerealiseerd.</p> <p>Ecologisch onderzoek en advies over de afmetingen en vormgeving is hiervoor absoluut</p> <p>noodzakelijk. Voor alle duidelijkheid: de nu geplande bomen aan weerszijden van de weg waarvan</p> <p>de kronen elkaar raken is onvoldoende!</p> <p>2. GROEN IN HET DORP</p> <p>a). Ecologisch belang van het groen</p> <p>Het plan is toegespitst op het bereiken van de beoogde beeldkwaliteit. Op dat punt is het plan goed</p> <p>doordacht en zal beslist bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving van de toekomstige</p> <p>bewoners. Er is echter in het geheel geen rekening gehouden met de mogelijkheid om ook dieren</p> <p>een plek te geven in de nieuwe wijk. Dat draagt niet alleen bij aan de duurzaamheid; een wijk met</p> <p>vogels en vlinders is voor de bewoners ook veel aantrekkelijker. Natuur in de stad is al lang geen</p> <p>“groene hobby” meer maar wordt breed gedragen, ook door bestuurders. Het ligt dan ook heel erg</p> <p>voor de hand bij de inrichting van het dorp hier terdege rekening mee te houden. Voor de</p> <p>beplanting gaat het om bloem- en besdragende bomen en struiken. In dat verband is het tevens</p> <p>aan te bevelen meer inheemse soorten te gebruiken dan nu het geval is. Wij adviseren om de</p> <p>soortkeuze zodanig aan te passen dat vogels en vlinders (en andere insecten) een plek krijgen in</p> <p>de wijk.</p> <p>Voor de gebouwen gaat het om nestgelegenheid te bieden aan gierzwaluwen (gierzwaluwkasten),</p> <p>huiszwaluwen en een soort als de huismus</p> <p>Over deze aspecten en de mogelijkheden voor aanpassingen van het plan dient ecologisch advies</p> <p>in te worden gewonnen.</p> <p>b). Bomen</p> <p>Bomen zijn de dragers van de gehele groene inrichting. Een uitgekiende soortenkeus met veel</p> <p>afwisseling ligt hieraan ten grondslag. Er doet zich echter een duivels dilemma voor: bomen</p> <p>kunnen schaduw werpen op de zonnecollectoren en dat levert minder vermogen op. Duurzame</p> <p>ruimtelijke inrichting met bomen kan dus conflicteren met een ander duurzaamheidsaspect: zonneenergie.</p> <p>Datzelfde geldt ook voor locaties waar in de toekomst zonnecollectoren geplaatst kunnen</p> <p>worden.</p> <p>In ons gesprek met de projectleiders in april 2016 werd gesteld dat in dit verband geen bomen</p> <p>hoger dan 6 m geplant zouden kunnen worden. Dat zou betekenen dat de beoogde ruimtelijke</p> <p>kwaliteit niet gehaald zou worden. Tijdens de presentatie op 16 november bleek dat gelukkig toch</p> <p>anders te kunnen door een uitgekiende plaatsing van de bomen. Mocht er toch zo hier en daar</p> <p>2</p> <p>schaduwwerking optreden, dan kon er nog wat worden geschoven. Bestudering van het bomenplan</p> <p>werpt toch een ander licht op deze benadering. Van de 22 soorten en cultivars die worden</p> <p>toegepast worden 13 soorten hoger dan 10 m. en vormen een potentiële bron voor schaduw op</p> <p>zonnecollectoren. Het lijkt vrijwel onmogelijk om al deze bomen zo te situeren dat zij geen</p> <p>schaduw werpen op de collectoren en toch bijdragen aan de omgevingskwaliteit.</p> <p>Het probleem van schaduwwerking gaat zich pas na vele jaren voordoen als de bomen een zekere</p> <p>wasdom hebben bereikt. De projectontwikkelaar, ontwerper, huizenbouwer en alle andere die met</p> <p>de bouw te maken hebben gehad, zijn dan allang weg. De bomenbeheerder (gemeente) zit dan</p> <p>met de klachten en de gevolgen. Uiteindelijk leidt dat op lange termijn tot het kappen van bomen</p> <p>en dus het gedeeltelijk vernietigen van de groenstructuur en aantasting van de kwaliteit van de</p> <p>openbare ruimte. Het is zou zeker niet de eerste keer zijn dat bomen sneuvelen vanwege schaduw</p> <p>op zonnecollectoren1.</p> <p>In de Groenvisie wordt op blz. 5 nog de mogelijkheid genoemd om bomen die te groot worden</p> <p>door snoei in hoogte terug te brengen. Dat is de wereld op z’n kop: verkeerde soortkeuze (te hoge</p> <p>boom) corrigeren door snoei waardoor de kroonvorm uiteindelijk ernstig wordt misvormd en de</p> <p>beheerder wordt opgezadeld met hoge kosten die bovendien niet eenmalig zijn: de gesnoeide</p> <p>boom groeit gewoon verder en na een paar jaar kun je opnieuw snoeien tot het moment dat de</p> <p>boom vroegtijdig dood gaat door deze voortdurende “mishandeling”.</p> <p>Wij adviseren zeer dringend om het bomenplan nog eens grondig na te lopen en dan de uiteindelijk</p> <p>boomhoogte bij volle wasdom als criterium te hanteren. Mocht dit leiden tot het schrappen van</p> <p>bomen dan zou de opzet en de kwaliteit van het inrichtingsplan in gevaar kunnen komen.</p> <p>3. BURGERPARTICIPATIE</p> <p>Bij de ontwikkeling van de bebouwing van Steenbrugge zijn de toekomstige bewoners destijds niet</p> <p>betrokken. Dat vond de Adviesraad een gemiste kans en dat was zeker geen bijdrage aan de Social</p> <p>Score Card om de duurzaamheid verder in te vullen.</p> <p>Bij de invulling van het groen (Inrichtingsplan en Groenvisie) kunnen de toekomstige bewoners wel</p> <p>worden betrokken; daarvoor is het niet te laat. Dat zou een goede invulling zijn van de Green</p> <p>Score Card.</p> <p>Door betrokkenheid van bewoners bereik je dat de bewoners zich niet alleen mede</p> <p>verantwoordelijk gaan voelen voor de openbare ruimte en het groen maar ook dat zij de hagen</p> <p>gaan onderhouden die op hun grond staan en een wezenlijk onderdeel zijn van de groenstructuur</p> <p>in het dorp. De bewoners zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het in stand van de</p> <p>hagenstructuur. Betrokkenheid van bewoners is een veel betere ingang dan het handhaven van de</p> <p>contracten voor het onderhoud. Als de projectontwikkelaar na een paar jaar vertrekt, ligt het niet</p> <p>voor de hand dat de gemeente dit gaat handhaven.</p> <p>Tegelijk met de actie om de bewoners te betrekken bij het openbare groen, kunnen de bewoners</p> <p>worden geïnformeerd over de wenselijkheid om hun privé tuinen natuurvriendelijk in te richten als</p> <p>onderdeel van de totale duurzame inrichting van de wijk. Duurzaamheid houdt namelijk niet op bij</p> <p>de scheiding tussen publiek en privé domein. Nieuwe bewoners van een duurzame wijk kunnen</p> <p>best worden aangesproken op hun handelen ten gunste van een duurzame inrichting van hun privé</p> <p>terrein.</p> <p>Natuur in de stad en natuurvriendelijke inrichting van tuinen staan al geruime tijd in de</p> <p>belangstelling. Er zijn inmiddels meerdere instellingen die zich bezig houden met advisering over</p> <p>bijv. vogel- en vlindervriendelijke inrichting van tuinen (Vogelbescherming Nederland resp. De</p> <p>Vlinderstichting), maar ook voor andere soortgroepen zijn koepelorganisaties waar kennis en</p> <p>advies beschikbaar is. Bij het communiceren van deze kennis naar bewoners zou de Ulebelt ook</p> <p>een belangrijke rol kunnen spelen.</p> <p>Wij adviseren om de bewoners niet alleen vroegtijdig te betrekken bij de inrichting van de</p> <p>openbare ruimte maar ook om gelijktijdig deskundigen voorlichting te laten geven over de diverse</p> <p>aspecten van een natuurvriendelijke inrichting van de tuin. Voor alle duidelijkheid: er is voor</p> <p>bewoners voldoende te kiezen: zij kunnen op verschillende aspecten van een natuurvriendelijke</p> <p>tuin de nadruk leggen, al naar gelang hun voorkeur en belangstelling. Daarom is het belangrijk dat</p> <p>verschillende deskundigen iets aan de bewoners komen vertellen: niet hoe het moet, maar hoe</p> <p>het kan.</p> <p>4. BEGRAAFPLAATS EN CREMATORIUM</p> <p>De begraafplaats wordt nadrukkelijk betrokken bij de wijk zodat de bewoners er ook gebruik van</p> <p>kunnen maken als wandelgebied. Tussen de nu te ontwikkelen wijk en de begraafplaats /</p> <p>crematorium komt in de toekomst nog enige bebouwing en een niet al te grote overgangszone. Wij</p> <p>vragen nadrukkelijk aandacht voor de inrichting van deze strook in de eindfase als deze ruimte</p> <p>1 mondelinge mededeling van de Deventer Bomenstichting</p> <p>3</p> <p>gedeeltelijk wordt bebouwd. Gezien de betrekkelijk geringe omvang, ligt daar een grote</p> <p>ontwerpopgave: hoe geef je vorm aan deze strook. Het ontwerp moet een goed ruimtelijk</p> <p>alternatief bieden voor het feit dat de oorspronkelijke opzet van het crematorium met zichtlijnen</p> <p>over het open landschap, zal verdwijnen. Ook de visuele relatie met de monumentale beplanting</p> <p>van de begraafplaats vraagt aandacht.</p> <p>5. TIJDELIJK GEBRUIK VAN DE NOG NIET TE BEBOUWEN GRONDEN</p> <p>Omdat grote delen van de gehele wijk pas worden gebouwd als de woningmarkt daar aanleiding</p> <p>toe geeft, zullen er gedurende meer of minder lange tijd grote stukken grond onbebouwd blijven.</p> <p>Daar moet iets mee gebeuren om illegaal gebruik en verrommeling te voorkomen.</p> <p>Er zijn meer mogelijkheden dan tijdelijk aan de landbouw in gebruik geven: maïsakkers liggen dan</p> <p>op de loer omdat gebruik als grasland voor vee waarschijnlijk niet zo aantrekkelijk is voor boeren</p> <p>vanwege moeilijke bereikbaarheid en versnipperde ligging. Maïsakkers dragen niet bij aan een</p> <p>duurzame uitstraling van de wijk en zeker niet aan de ruimtelijk kwaliteit van de omgeving. Dat</p> <p>moet in ieder geval worden voorkomen.</p> <p>Tijdelijke natuur is een zeer aan te bevelen optie. De wijk heeft er wat aan (wandel- en</p> <p>struingebied) en het heeft een meer duurzame uitstraling dan het gangbare landbouwkundig</p> <p>gebruik. Extensieve veeteelt met bloemrijke weidelanden met koeien, is ecologisch aantrekkelijk</p> <p>(hoger biodiversiteit) en niet duur voor wat betreft inrichting. Feitelijk wordt het beoogde resultaat</p> <p>behaald door een extensieve bedrijfsvoering door de pachter/eigenaar. Voor de bewoners is het</p> <p>visueel aantrekkelijk en het betekent tevens een tijdelijke uitbreiding van de wandelmogelijkheden.</p> <p>Het is aan te bevelen om voor de mogelijke fasering van tijdelijke natuur, de volgorde van</p> <p>ontwikkeling als woongebied aan te houden. De delen die het laatst zullen worden ontwikkeld</p> <p>komen het eerst in aanmerking voor tijdelijke natuur omdat er enige ontwikkeltijd beschikbaar is</p> <p>voor de nieuwe natuur, ook al is het maar tijdelijk. Tijdelijk is overigens een rekbaar begrip vooral</p> <p>omdat de tijdelijkheid van de natuur afhankelijk is van een moeilijk voorspelbare woningmarkt.</p> <p>Als voorbeeld van geslaagde tijdelijke natuur op een redelijk grote oppervlakte verwijzen wij naar</p> <p>het Eeserwold bij Steenwijk. Voor meer informatie over dit project zie</p> <p>www.landschapoverijssel.nl/project-eeserwold</p> <p>4. SAMENVATTING ADVIES</p> <p>1. Realiseer zowel een natte als een droge ecologische verbinding onder de ontsluitingsweg via</p> <p>het Zandweteringpark.</p> <p>2. Soortensamenstelling van de beplanting aanpassen aan de behoefte van vogels, vlinders en</p> <p>andere insecten door bloem- en besdragende soorten toe te passen met een groter aandeel</p> <p>van inheemse soorten.</p> <p>3. Ook in de gebouwde omgeving nestgelegenheid bieden aan vogels, bijv. voor gierzwaluwen,</p> <p>huiszwaluwen en huismussen.</p> <p>4. Groenplan zorgvuldig screenen op discrepantie met het belang van een onbelemmerde</p> <p>zoninstraling op de zonnecollectoren, uitgaande van volwassen bomen.</p> <p>5. Toekomstige bewoners vroegtijdig betrekken bij de inrichting van de openbare ruimte als hun</p> <p>toekomstige leefomgeving met als oogmerk betrokkenheid en (mede)verantwoordelijkheid te</p> <p>kweken.</p> <p>6. In het verlengde van punt 4, gelijktijdig voorlichting geven aan de toekomstige bewoners over</p> <p>de wenselijkheid en mogelijkheden van een natuurvriendelijke inrichting van hun tuin.</p> <p>Deskundigen van diverse organisaties met ervaring op het terrein voorlichting moeten dat</p> <p>doen; de Ulebelt kan een rol in spelen in de communicatie van kennis naar de bewoners.</p> <p>7. Aandacht voor het ontwerp en in richting van de strook tussen de begraafplaats en het</p> <p>crematorium aan de ene kant en de bebouwing aan de andere kant.</p> <p>8. Geef de gronden die voorlopig nog niet voor woningbouw worden ontwikkeld, de functie van</p> <p>tijdelijke natuur.</p> <p>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu Deventer,</p> <p>H. Grotenhuis</p> 2018-05-03 00:00:00 +0200 2018-05-04 15:13:09 +0200 2018-05-04 15:13:09 +0200 Advies Duurzame Energie Ten behoeve van de Bestuursopdracht en Monitor Duurzame Energie heeft de Adviesraad in 2016 een advies aan het college van B&W uitgebracht en een factsheet opgesteld ten behoeve van de Gemeenteraad. Kern van het advies is dat de gekozen speerpunten en het tempo van het beleid onvoldoende zijn om de doelstellingen te behalen. Meer aandacht is nodig voor opwekking van wind- en zonne-energie, duurzame energie en energiebesparing binnen de gemeente zelf en het opstellen van een lange-termijnplanning. <p>Aan het College van B&amp;W van de gemeente Deventer</p> <p>Postbus 5000</p> <p>7400 GC Deventer</p> <p>Deventer ,16 april 2016</p> <p>Geacht College,</p> <p>De Adviesraad Natuur en Milieu heeft met belangstelling kennis genomen van de</p> <p>Bestuursopdracht en Monitor Duurzame Energie. Tijdens de Raadstafel van 6 april werd</p> <p>hierop reeds een reactie gegeven. Tijdens het overleg met wethouder Rorink op 4 november</p> <p>2015 werd de Adviesraad gevraagd Advies te geven. Ons advies is gebaseerd op de</p> <p>inspraakreactie van 6 april.</p> <p>De Adviesraad voor Natuur en Milieu maakt zich ernstig zorgen. De gemeenteraad heeft</p> <p>besloten het Duurzaamheidsproces alleen te willen faciliteren. De vraag is faciliteren in welke</p> <p>mate. De Monitor laat weliswaar 16 procent energie besparing zien sinds 2011 maar we</p> <p>moeten nog 84%.</p> <p>Uit de monitor blijkt dat zonder een aanzienlijke versnelling in het beleid vanaf 2017 een</p> <p>steeds grotere achterstand ten opzichte van de doelstelling, energieneutraal in 2030, zal</p> <p>optreden.</p> <p>- De 3 in de bestuursopdracht genoemde speerpunten voor de komende jaren, hoe nuttig zij</p> <p>op zich ook zijn, zullen niet voldoende zijn om deze versnelling te realiseren.</p> <p>- De nagestreefde verbinding met het onderwijs (het Etty Hillesum lyceum wordt genoemd )</p> <p>is weliswaar van groot belang voor bewustwording en kennisontwikkeling op langere termijn,</p> <p>maar zal slechts zeer bescheiden bijdragen aan de vereiste versnelling op kortere termijn.</p> <p>- Juist vanwege de ambitieuze doelstelling zijn de gekozen speerpunten ontoereikend en</p> <p>dienen deze te worden aangevuld met andere speerpunten.</p> <p>Van de 4 hoofdpunten in de debatvragen voor de raadstafel van 17 juni 2015 komt er in feite</p> <p>maar één –“besparing”, terug in de nu voorgestelde bestuursopdracht.</p> <p>Twee andere hoofdpunten ,”De Duurzame opwekking van energie” en de “Verduurzaming</p> <p>van de gemeentelijke organisatie” worden niet genoemd. Over het vierde hoofdpunt, “De</p> <p>duurzaamheidsagenda, doelstelling en middelen”, wordt in de bestuursopdracht gezegd dat</p> <p>de gemeente vasthoudt aan de doelstelling voor 2030, maar daar worden geen extra</p> <p>middelen aan verbonden ter aanvulling van het volstrekt ontoereikende bedrag van € 40.000</p> <p>euro. Wat betreft een lange termijnplan ligt er alleen een voorstel voor duurzame mobiliteit.</p> <p>De Adviesraad voor Natuur en Milieu adviseert daarom dat in de bestuursopdracht naast de</p> <p>genoemde speerpunten ook aandacht wordt besteed aan:</p> <p>(1) Opwekking door wind- en zonne-energie.</p> <p>Concreet kan het gemeentebestuur stappen zetten voor de facilitering van de uitbreiding</p> <p>van het aantal windturbines naar 5 en voor de verdere stimulering van zonnepanelen.</p> <p>(2) Duurzame energie en energiebesparing binnen de gemeente zelf.</p> <p>Concreet kan de gemeente het ambitieniveau voor deze thema’s in het duurzaam</p> <p>inkoopbeleid verhogen.</p> <p>(3) Het opstellen van een lange termijnplan,</p> <p>Niet alleen voor mobiliteit, maar ook voor het totale duurzame energiebeleid van de</p> <p>gemeente, waarin voor de periode 2017-2030 wordt geschetst hoe de doelstelling kan</p> <p>worden gehaald en de bijbehorende middelen (financieel en organisatorisch) worden</p> <p>vastgesteld.</p> <p>De Adviesraad Natuur en Milieu hoopt met dit advies een nuttige bijdrage aan de</p> <p>besluitvorming te hebben geleverd en wacht met belangstelling uw reactie op ons advies af.</p> <p>Hoogachtend,</p> <p>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu,</p> <p>H.H.J.Oosterwijk</p> 2018-05-02 00:00:00 +0200 2018-05-04 14:55:08 +0200 2018-05-04 15:05:44 +0200 Werkwijze Ecologie SAMENVATTING HOOFDPUNTEN ADVIES • Opzet van de Schouw is niet helemaal consistent • Conclusies en aanbevelingen zijn niet helder geformuleerd. • Conclusie zullen waarschijnlijk meer genuanceerd kunnen worden bij een meer consistente en meer complete opzet van de Schouw • Er is geen doorkijk naar de komende jaren. • De Schouw heeft geen ambitie in de vorm van een aanbeveling hoe nu verder. • Status van de memo is niet duidelijk. • Vervolgtraject is niet duidelijk, met name de vraag wat er nu aan de raad zal worden gevraagd. <p>Aan: het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Deventer,</p> <p>t.a.v. de heer A. Otten Postbus 5000 7400 GC Deventer</p> <p>Bijlage: samenvatting hoofdpunten advies en aanbevelingen uw referentie datum 7 januari 2015 MOM / 1404349</p> <p>Geacht college,</p> <p>Op 22 december ontvingen wij uw aanvraag om advies uit te brengen over de memo betreffende de Schouw Werkwijze Ecologie. Deze memo is de onderlegger voor een adviesnota aan B&amp;W. De adviesnota zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd. U verzoekt ons om uiterlijk 5 januari te adviseren. Gezien de kerst en oud en nieuw, is het niet gelukt om deze datum te halen.</p> <p>WAT VOORAF GING</p> <p>De Adviesraad is al in een vroeg stadium betrokken bij het opstellen van de Schouw; dat waarderen wij ten zeerste. Zo ontvingen wij op 30 oktober 2014 informeel een concept waarover wij, eveneens informeel via de mail, op 10 november hebben geadviseerd. Op 3 december ontvingen wij een tweede concept via de mail. Wij hadden een informele reactie via de mail in concept gereed maar nog niet verstuurd, toen op wij op 22 december een formele adviesaanvraag ontvingen. Wij hebben dus eenmaal een concept van de memo van commentaar voorzien. Op een formeel verzoek, geven wij ook een formeel advies. Daarnaast is het woord “concept” verdwenen uit de adviesaanvraag; in het informele verzoek stond dat nog wel. De status van de memo is kennelijk gewijzigd. Dat betekent dat wij nog wat dieper op de inhoud van de memo zullen ingaan. Het onderschrijft ook de wenselijkheid van een officieel advies van de Adviesraad. Wij gaan tenslotte ook nog iets schrijven over de vervolgprocedure en de betrokkenheid van de Adviesraad daarbij.</p> <p>DE INHOUD VAN DE MEMO</p> <p>Onze belangrijkste opmerkingen betreffen de opzet van de Schouw, die mede tot uiting komt in de tabel en het kleine maar misschien wel belangrijkste tekstdeel van de Schouw op blz. 2: de conclusies en aanbevelingen. Bij de tabel hebben we een aanbeveling die voortvloeit uit ons commentaar op de opzet van de Schouw en enkele aanvullingen voor wat betreft de betrokkenheid van de Adviesraad bij de projecten. In het algemeen gesproken vinden wij de Schouw te beknopt en is waarschijnlijk niet compleet. Daarom worden in ons advies ook mogelijke activiteiten en initiatieven van burgers en groene vrijwilligers genoemd die in het geheel geen plek hebben gekregen in de Schouw maar waarvan in ieder geval onderzocht zou moeten worden of ze er zijn. Het hele palet van initiatieven en betrokkenheid van burgers moet in de Schouw in beeld<span>worden gebracht. Alleen dan krijgt de Schouw het ge</span></p> <p>wicht dat er in de Werkwijze Ecologie aan wordt toegekend. Immers, burgerparticipatie is een belangrijk uitgangspunt en dat moet dan ook goed worden gemeten. De Schouw is daarvoor het instrument.</p> <p><strong>Opzet van de Schouw</strong></p> <p>De opzet van de Schouw is niet helemaal consistent en te beknopt. In de tekst op blz. 1 vanaf de één na laatste alinea tot aan het kopje met conclusies en aanbevelingen op blz. 2, zit een belangrijk gegeven verstopt dat niet in de tabel tot uiting komt: het gaat niet alleen om de betrokkenheid van burgers bij gemeentelijke activiteiten zoals de projecten uit het MJOP, maar ook om reacties van vrijwilligers op werkzaamheden van de gemeente en, last but not least, om eigen initiatieven van de vrijwilligers. Voor de evaluatie is het van heel groot belang om te zien op welk onderdeel de betrokkenheid van de vrijwilligers betrekking heeft. Betrokkenheid bij gemeentelijke projecten vindt plaats op uitnodiging van de betrokken projectleiders (gaan wij van uit) en is proactief van gemeente zijde met reactie en ideeën van de vrijwilligers. Initiatief voor een project ligt uitsluitend bij de gemeente. De MJOP projecten vallen in deze categorie. Invloed van de vrijwilligers die tot resultaat leidt, kan als positief worden beschouwd in de evaluatie. Reacties van de vrijwilligers op gemeentelijke activiteiten, zijn vanuit de vrijwilligers gezien uitsluitend reactief: zij reageren op wat ze zien. Doorgaans betreft het kritiek op de uitvoering van werken want ze trekken alleen aan de bel als er iets fout gaat. In de evaluatie scoort dit echter wel positief vanwege de betrokkenheid van burgers. De vraag is overigens of de tabel voor dit soort zaken wel compleet is. In het verlengde hiervan liggen voorstellen van burgers om bestaande gemeentelijke activiteiten te verbeteren, te vernieuwen of anderszins te wijzigen waardoor de ecologische aspecten meer aandacht krijgen. De eigen initiatieven van vrijwilligers zou je kunnen beschouwen als de kroon op de burgerparticipatie: het staat immers geheel los van de gemeentelijke activiteiten en plannen, maar komt geheel voort uit eigen ideeën en wensen. Vaak is de gemeente dan nog wel partij in de uitvoering van dit soort initiatieven. Dat zou de gemeente moeten koesteren en dat zou ook meer aandacht moeten krijgen in de evaluatie. Overigens is voor deze categorie de tabel niet compleet. Zo staan de aangehaalde voorbeelden van het bijenlint en Plantweerd niet in de tabel en misschien zij er nog wel meer initiatieven.</p> <p>( Details commentaar verder niet opgenomen ivm teveel tekst.)</p> <p><span>HET VERVOLG </span></p> <p>De adviesaanvraag, en dientengevolge ook ons advies, heeft betrekking op een memo en dus niet op een voorstel van B&amp;W aan de raad. De memo dient als onderlegger voor een adviesnota aan B&amp;W. Het is ons niet duidelijk of de Schouw in de adviesnota inhoudelijk</p> <p><a></a></p> <p>wordt behandeld of alleen ter kennisneming. Anders gezegd: komen er concrete voorstellen of blijven het algemene conclusies waar niemand zich verantwoordelijk voelt voor een vervolg . Wij pleiten ervoor om de Schouw stevig neer te zetten in het vervolgproces. Zoals het vervolg nu staat beschreven in de memo, geeft dat weinig zicht op een stevige positie van de Schouw. Het is niet duidelijk of ons advies bij de adviesnota zal worden gevoegd zodat B&amp;W kunnen zien wat de Adviesraad heeft geadviseerd. Tenslotte vermeldt de adviesaanvraag dat de adviesnota door B&amp;W aan de gemeenteraad zal worden “voorgelegd”. Dat is uiterst vaag; het onduidelijk wat er van de raad wordt gevraagd. Moet de raad het vaststellen? zo ja dan moet er wel wat concreet besloten kunnen worden. Wordt het alleen ter kennisneming gestuurd? dan hoeft de raad er niets mee te doen tenzij de raad zelf er iets meer mee wil. Dit zijn vragen waar wij wel wat meer duidelijkheid over zouden willen hebben. Het bepaalt het belang van de Schouw in de praktische uitvoering van de Werkwijze Ecologie. Zonder bestuurlijke aandacht voor de resultaten van de Werkwijze Ecologie, zal het moeilijk worden om de ecologische belangen in het handelen van de gemeente duurzaam veilig te stellen. De Schouw is een belangrijke bijdrage aan het proces om de ecologische belangen bij de gemeente te verinnerlijken. Maar, zoals uit ons advies moge blijken, de Schouw is niet compleet, te beperkt en er wordt niet aangegeven wat nu het vervolg is. De Adviesraad pleit ervoor om de Schouw te laten uitgroeien tot een volwaardige en professionele evaluatie van alles wat te maken heeft met de verinnerlijking van de ecologische belangen bij de gemeente Wij blijven graag betrokken bij het vervolgproces; wij beschouwen dit advies niet als het eindpunt van onze betrokkenheid bij de voortgang van de resultaten van de Werkwijze Ecologie in het algemeen en bij deze Schouw in het bijzonder.</p> <p>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu Deventer,</p> <p>H. Grotenhuis</p> <p>BIJLAGE,</p> <p>behoort bij het advies van de Adviesraad Natuur en Milieu dd. 7 januari 2015 over de Schouw Werkwijze Ecologie.</p> <p>SAMENVATTING HOOFDPUNTEN ADVIES</p> <p>•Opzet van de Schouw is niet helemaal consistent: meerdere vormen van betrokkenheid van vrijwilligers staan niet logisch bij elkaar en worden in de tabel op één hoop geveegd. Bovendien is de Schouw te beknopt en waarschijnlijk niet compleet.</p> <p>•Conclusies en aanbevelingen zijn niet helder geformuleerd.</p> <p>•Conclusie zullen waarschijnlijk meer genuanceerd kunnen worden bij een meer consistente en meer complete opzet van de Schouw</p> <p>•Er is geen doorkijk naar de komende jaren voor wat betreft de Schouw.</p> <p>•De Schouw heeft geen ambitie in de vorm van een aanbeveling hoe nu verder.</p> <p>•Status van de memo is niet duidelijk</p> <p>•Vervolgtraject is niet duidelijk, met name de vraag wat er nu aan de raad zal worden gevraagd, blijft onbeantwoord.</p> <p>AANBEVELINGEN</p> <p>•In beeld brengen welke initiatieven en betrokkenheid van burgers er zijn.</p> <p>•Conclusies bondig en puntsgewijs presenteren</p> <p>•Conclusies aanpassen nadat de Schouw meer compleet en consistent is gemaakt</p> <p>•Aanbevelingen doen, bij voorkeur met een doorkijk naar komende jaren.</p> <p>•Groene vrijwilligers nadrukkelijk vragen naar hun bevindingen over projecten waar zij aan hebben bijgedragen en dat integraal in de Schouw opnemen.</p> <p>•Betrokkenheid van vrijwilligers splitsen in drie categorieën: betrokken bij gemeentelijke activiteiten, signaleren van fouten bij uitvoering van werkzaamheden door of namens de gemeente en eigen initiatieven van burgers. De tabel dient hierop te worden aangepast.</p> <p>•Projecten waar de Adviesraad over zal adviseren als zodanig in de tabel benoemen.</p> <p>•In het vervolgtraject richting gemeenteraad de Schouw een stevige positie geven.</p> <p>•De Schouw uit laten groeien tot een volwaardige en professionele evaluatie van alles wat te maken heeft met de verinnerlijking van de ecologische belangen bij de gemeente.</p> <p>•Adviesraad blijft graag betrokken bij het vervolgtraject.</p> <p><a></a></p> 2015-01-07 00:00:00 +0100 2015-11-26 16:43:20 +0100 2015-11-26 17:14:13 +0100 Advies Visie Leefomgeving Het advies is geconcentreerd op een vijftal punten.Publiceer met deze visie Leefomgeving ook een bijbehorend uitvoeringsprogramma.Geef in alle gevallen een duidelijke ondergrens aan voor het onderhoud van de openbare ruimte.Geef zo duidelijk mogelijk de balans aan tussen leefbaarheid,duurzaamheid,ecologie,en onderhoudsvriendelijkheid. Integreer de beleidsnota Ecologie maximaal in deze visie Leefomgeving. Zorg dat de ambtenaren belast met " Zelfbeheer" over adviescompetenties beschikken. <p>Aan het College van B&amp;W van de gemeente Deventer</p> <p>Postbus 5000</p> <p>7400 GC Deventer</p> <p>Deventer, 21 februari 2014</p> <p>Geacht College,</p> <p>De Adviesraad Natuur en Milieu Deventer heeft met belangstelling kennisgenomen van uw VisieLeefomgeving (januari 2014). Met instemming constateren wij dat het voorgenomen leefomgevingsbeleid nadrukkelijk verbonden is met de zorg voor duurzaamheid. Ook wij zijn van mening dat de kwaliteit van de leefomgeving van burgers in belangrijke mate bepaald wordt door de toestand van milieu en natuur.</p> <p>De Adviesraad is positief gestemd over de ditmaal voorbeeldige wijze waarop in het voortraject van de Visie het ambtelijk vooroverleg heeft plaatsgevonden. Ook is de Adviesraad zeer te spreken over de verbeteringen die als resultante van dit vooroverleg en van de twee prae-adviezen die de Raad daarbij heeft ingebracht, doorklinken in uw Visie.</p> <p>Niettemin stelt de raad vast dat op een aantal cruciale momenten de Visie Leefomgeving toch nog tekortkomingen vertoont. Deze tekortkomingen hebben betrekking op de volgende zes punten.</p> <p><strong>1. Uitvoeringsprogramma</strong></p> <p>U stelt een Uitvoeringsprogramma in het vooruitzicht dat aan de Visie Leefomgeving toegevoegd zal worden en dat hierna elke twee jaar zal verschijnen (p.5). Wij adviseren u het eerste uitvoeringsprogramma tegelijk met de visie zelf te doen verschijnen, teneinde de gemeenteraad in staat te stellen te beoordelen welke de politieke keuzen zijn die u met betrekking tot de leefomgeving voornemens bent te maken en wat daarvan de consequenties zijn. Dit klemt temeer daar u aankondigt in het (eerste) uitvoeringsprogramma aan te zullen geven hoe u omgaat met het feit dat, zoals u verklaart, voor incidentele grote vervangingen geen budget beschikbaar is (p.7). Een visie is eerst goed te doorgronden wanneer ook de uitvoering bekend is.</p> <p><strong>2. Ondergrens</strong></p> <p>U garandeert een “ondergrens” bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (p.11en p.17). Dat klinkt geruststellend, en misschien is dat ook wel zo bedoeld, maar u verstrekt geen verdere informatie over waar precies deze ondergrens ligt. In de bijlage vermeldt u dat het basisonderhoudsniveau niet voor elke plek hetzelfde zal zijn(p.22), maar ook deze nuancering laat de lezer die precies wil weten wat hij waar kan verwachten, in het ongewisse. Ook de plaatjes in het “beeldenboek” , hoe goedbedoeld ook, geven onvoldoende uitsluitsel. Het dunkt ons dat het voor de gemeenteraad essentieel is op voorhand te weten welk kwaliteitsniveau u voornemens bent waar te realiseren.Onder het kopje Pijler 1 (p.11) maakt u er gewag van dat de ondergrens deels ingegeven is door uw juridische verantwoordelijkheid. Dan lijkt de ondergrens een technisch-juridische kwestie - politiek minder relevant. Maar wanneer u de ondergrens in verband zoudt brengen met Pijler 2, bewuste inrichting (pp. 12-3), dan krijgt het begrip ondergrens een meer politieke lading. Ook dit zal de gemeenteraad interesseren.</p> <p><strong>3. Balans</strong></p> <p>In het kader van uw tweede pijler waarop uw visie berust (“Bewuste inrichting”) belooft u goede leefbaarheid, duurzaamheid, ecologie en onderhoudsvriendelijkheid (p.11). Deze vier ambities bevinden zich echter niet langs één dimensie, zodat het heel wel mogelijk is dat bijvoorbeeld een maatregel die de ecologie dient, niet gunstig scoort op onderhoudsvriendelijkheid. De vraag is hoe u dan zult opereren. Hoe legt u de balans tussen de vier uiteenlopende criteria?</p> <p><strong>4. Biodiversiteit</strong></p> <p>U bent van plan in het kader van uw tweede pijler biodiversiteit te stimuleren en rekening te houden met flora en fauna. Ook belooft u met lokale natuurspecialisten in gesprek te zullen gaan over de natuurwaarden (p.13) . Wij waarderen uw intenties, maar achten een waarschuwing toch op z’n plaats. Het groot onderhoud in Groot Douwel, waarover de visie zich zo positief uitlaat (p.12), is nu juist een voorbeeld van een te laat, want nog steeds niet gestart ecologisch veldonderzoek, dat de nulsituatie van de natuurwaarden in de wijk had moeten inventariseren voordat de bewoners om ideeën was gevraagd.</p> <p>Uw belofte om ten behoeve van de stimulering van de biodiversiteit “in gesprek te gaan met lokale natuurspecialisten”, is een rechtstreekse, maar helaas impliciete, verwijzing naar uw eigen beleidsnota Ecologie. Wij dringen er op aan die koppeling expliciet en compleet te maken: zo is niet alleen het contact met natuurspecialisten van groot belang, maar ook de in uw beleidsnota Ecologie aangekondigde jaarlijkse schouw. Ter bevordering van de consistentie en transparantie van uw beleid bevelen wij aan dat u hetgeen de beleidsnota Ecologie in het vooruitzicht stelt, integraal opneemt in uw Visie leefomgeving.</p> <p><strong>5. Competenties</strong></p> <p>U bent er terecht van doordrongen dat ambtenaren die te maken krijgen met Zelfbeheer, over goede adviescompetenties moeten beschikken (p.19). Wij nemen aan dat u voornemens bent hen een daartoe strekkend bijscholingsprogramma aan te bieden.Immers, een “andere houding” groeit niet vanzelf. Maar aan de zijde van de bewoners geldt natuurlijk hetzelfde. Ook zij moeten leren anders met de natuur om het huis en anders met de groenambtenaren om te springen dan zij gewend waren. Wij bevelen van harte aan dat u een daartoe strekkend aanbod aan de bewoners doet, bij voorkeur te ontwikkelen door uw eigen natuur- en milieueducatief centrum De Ulebelt.En dan is er nog de kwestie van cumulatie van aanspraken: de welwillende burger wordt tegenwoordig van vele zijden benaderd met “verzoeken” tot participatie: wederkerigheidbij een uitkering, vrijwilligerswerk in de sportclub, mantelzorg, burgerwacht, onderhoud van openbaar groen in de wijk, enzovoort. Vroeger of later leidt dit tot overvragen, en de gemeente die er op leunt, moet hier een antwoord op hebben. Reeds stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de actieve inzet van bewoners, in ieder geval in de krachtwijken, waar het juist zo hard nodig is, de afgelopen jaren alleen maar is afgenomen. Is er een reden om aan te nemen dat dit zich in Deventer niet zal voordoen? U realiseert zich dat de omslag naar zelfbeheer een “aanlooptijd” vergt. Wij veronderstellen dat de gemeenteraad nader geïnformeerd zal willen worden over de duur en het verloop van deze aanlooptijd, aangezien op deze wijze de implementatie van het beleid adequaat kan worden gevolgd.</p> <p>De Adviesraad Naruur en Milieu hoopt met dit advies een nuttige bijdrage aan de besluitvorming te hebben geleverd en wacht met belangstelling de uitvoering van het voorgenomen beleid af.</p> <p>Hoogachtend,</p> <p>Adviesraad Natuur en Milieu,</p> <p>dr H.P. Gallacher, voorzitter</p> 2014-02-21 00:00:00 +0100 2014-03-10 16:53:00 +0100 2014-03-10 17:10:07 +0100 Advies ontwerp Structuurvisie voor de ruimtelijke inpassing van stroomopwekking door zonne-energie Het advies is geconcentreerd op een tweetal punten.De duurzaamheidsambitie van de gemeente kan niet worden gerealiseerd zonder dat er bij investeringsbeslissingen, veel meer dan in het verleden wordt gekozen voor duurzaamheidsdoelen. Plaatsen van zonnepanelen in de voorkeursvolgorde: 1.Op eigen dak, 2.op daken van bedrijven,3.op maatschappelijke gebouwen,4.op infrastructurele werken. <p>Aan: het college van Burgemeester en Wethouders</p> <p>van de gemeente Deventer,</p> <p>t.a.v. dhr. Jan Pieter Romijn</p> <p>Advies ontwerp Structuurvisie voor de Deventer, 23 oktober 2013</p> <p>ruimtelijke inpassing van stroomopwekking</p> <p>door zonne-energie</p> <p> </p> <p><strong>HOOFDPUNTEN ADVIES</strong></p> <p>· Ambitie van de gemeente kan niet worden gerealiseerd door alleen een stimulerende en coördinerende rol; overheidsinvesteringen zijn absoluut noodzakelijk, zeker op het moment dat de “makkelijke” projecten zijn gerealiseerd.</p> <p>· Gemeentelijke investeringen die onvoldoende bijdragen aan een duurzame toekomstachterwege laten en de vrijkomende middelen inzetten voor duurzame investeringen, bijv.zonne-energie.</p> <p>· Besteedt meer aandacht aan de noodzakelijke veranderingen in de maatschappij om de doelstellingen te halen; het leren van goede voorbeelden kan daarbij van pas komen.</p> <p>· Neem de door Natuur en Milieu Overijssel opgestelde “Ladder van zon” als uitgangspunt voor het gemeentelijk beleid: ruimtelijke kwaliteit en zuinig, meervoudig ruimtegebruik.</p> <p>· Plaats alleen zonnepanelen op daken in de voorkeursvolgorde: 1. zon op eigen dak, 2. zon op daken van bedrijven, 3. zon op gemeenschappelijke gebouwen, 4. zon op infrastructurele werken.</p> <p>· Alleen als alle mogelijkheden voor plaatsing op daken zijn uitgeput, komen zonneparken in beeld.</p> <p>· Geen zonneparken in het landelijk gebied zonder ruimtelijke relatie met bebouwing of erven.</p> <p><strong>INLEIDING</strong></p> <p>Bij mail van 3 oktober 2013 heeft u ons verzocht te adviseren over de structuurvisie voor de ruimtelijke inpassing van stroomopwekking door zonne-energie “Ruimte voor Zonnestroom”.Hoewel wij laat zijn ingeschakeld en ons weinig tijd is gegeven voor een advies, geven wij, binnen onze mogelijkheden, onderstaand advies. Vanwege tijdgebrek gaat ons advies alleen in op de hoofdlijnen van de structuurvisie.</p> <p><strong>ALGEMEEN</strong></p> <p>De Adviesraad onderschrijft het belang van duurzame energie in het streven van de gemeenten om in 2030 een klimaat neutrale gemeente te zijn. Om deze ambitie ook werkelijkheid te laten worden, zijn forse inspanningen nodig. Zonne-energie kan, zoals de structuurvisie laat zien, daar substantieel aan bijdragen.</p> <p>De uitvoeringsparagraaf geeft aan dat de rol van de gemeente beperkt is tot stimuleren, coördineren en andere partijen uitnodigen met zonne-energie aan de slag te gaan. De rol van de gemeente is zeker niet uitvoerend en regelend (blz. 55 van de structuurvisie). Het is ons inziens echter de vraag of dit op langere termijn voldoende is om de ambitie te realiseren. De “makkelijke” projecten in de categorie A (fig. op blz. 55) zullen wel kunnen worden gerealiseerd. Maar wat als het “laaghangend fruit” is geoogst?</p> <p>Gezien de ambitie van de gemeente en de daarmee gepaard gaande enorme investeringen, is het niet aannemelijk dat de doelen zonder meer overheidsinvesteringen zullen worden bereikt. Het zal er erg van afhangen of de vergroening van het belastingstelsel door zal zetten.</p> <p>De structuurvisie geeft het belang van monitoring aan. Wat echter ontbreekt, is een visie op de benodigde veranderende rol van de overheid als doelen niet gehaald lijken te worden. Meer fondsen zullen bij onveranderd beleid in de komende jaren niet ter beschikking komen. Dan wordt het voor de gemeente dus een kwestie van kiezen. Het is de taak van de overheid daar richting aan te geven, vooral door bewustwording bij burgers over dit onderwerp te bevorderen.</p> <p><strong>DUURZAAMHEID EN MOGELIJKHEDEN ZONNESTROOM</strong></p> <p>De uitvoeringsagenda geeft de strategie voor het bereiken van het gestelde duurzaamheidsdoel :</p> <p>Deventer Klimaat Neutraal in 2030. Te weinig wordt ingegaan op de grote veranderingen die moeten plaatsvinden in de maatschappij om de gestelde doelen te bereiken. Zekerheden uit het verleden zijn aan het verdwijnen, de grote invloed van gevestigde belangen zal in bepaalde gevallen moeten worden getrotseerd. Megalomaan gedrag van overheden en bedrijfsleven wordt regelmatig aan de kaak gesteld. Voorbeelden zijn investeringen in kolencentrales maar ook in sommige bedrijfs- en overheidsgebouwen. Dit laatste kwam in het TV programma “De slag om Nederland” uitgebreid aan de orde. Door dit soort investeringen achterwege te laten kan er geld beschikbaar komen voor het faciliteren van- en investeren in duurzaamheidsdoelen. Wij bevelen aan daarop te anticiperen door alle komende gemeentelijke investeringen tegen het licht te houden en te zien of ze voldoende bijdragen aan een duurzame toekomst.</p> <p>Het heeft alles te maken met bewustwording bij burgers maar ook bij politici. Laat dit punt tot uiting komen in de tabel “Wat burgers niet willen”.Ons voorstel is meer aandacht te besteden aan het leren van goede voorbeelden. Door deze regelmatig te publiceren zal dit velen helpen de goede richting te vinden in het denkproces. Hier wordt te weinig over gezegd.Uit de tekst lijkt het of subsidies taboe zijn geworden. De ontwikkeling van zonnecellen was nooit op gang gekomen zonder subsidies en is een mooi voorbeeld dat subsidies in een opstartfase kunnen helpen. Dat zal zo blijven, zeker zolang er geen sterke vergroening van de belastingen plaats vindt. Het geld kan worden gevonden door gemeentelijke uitgaven en investeringen die onvoldoende bijdragen aan duurzaamheidsdoelen te beperken. Veel duurzaamheidsdoelen zoals het energievraagstuk, zijn immers urgent.</p> <p>Op blz 17 wordt gesproken over het niet bij elkaar komen van kosten van investeringen in huurwoningen en de baten voor de huurder. Dit zou toch op een heldere manier kunnen worden uitgelegd op de energierekening?</p> <p><strong>BELEIDSKADERS</strong></p> <p>In hoofdstuk 4.1. wordt op blz. 25 de door Natuur en Milieu Overijssel opgestelde “Ladder van zon” geciteerd. De uitgangspunten van de Ladder zijn ruimtelijke kwaliteit en zuinig, meervoudig ruimtegebruik. Deze uitgangspunten leiden tot een voorkeur voor toepassing van zonnepanelen in combinatie met andere functies zoals daken (van huizen, bedrijfsgebouwen, overheidsgebouwen,stallen en boerenschuren of in combinatie met infrastructuur zoals geluidschermen). Zonneparken op braakliggende gronden is geen zuinig, meervoudig ruimtegebruik; deze optie scoort daarom slecht op de ladder, de op één na onderste trede. Helemaal onderaan staat de optie zonneparken in het landelijk gebied op landbouwgrond met bouwbestemming. Zonneparken in het landelijk gebied buiten landbouwgrond met een bouwbestemming is in de Ladder geen optie.De Ladder van zon biedt overheden de mogelijkheid om een eigen, afgewogen keuze te maken. De Adviesraad onderschrijft de Ladder van zon van NMO volledig. Wij willen daar nog aan toevoegen dat zonneparken in het landelijk gebied zonder relatie met erven of andere bouwbestemmingen niet alleen strijdig zijn met zuinig, meervoudig ruimtegebruik, maar ook afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke waarde van het buitengebied van de gemeente Deventer. Bovendien leidt dat tevens tot verlies van landbouwgrond.</p> <p>Wij pleiten er voor om alleen in te zetten op zonnepanelen op daken en daarbij de voorkeursvolgorde uit de Ladder aan te houden: 1. zon op eigen dak, 2. zon op daken van bedrijven, 3. zon op gemeenschappelijke gebouwen, 4. zon op infrastructurele werken. Pas als blijkt dat daarmee de doelstellingen niet worden gehaald komen zonneparken op braakliggende gronden op bedrijventerreinen en zonnepanelen op landbouwgrond met een bouwbestemming in aanmerking. Zonneparken in het landelijk gebied, niet gekoppeld aan erven of bebouwing, dienen per definitie te worden uitgesloten.Dat betekent dat het hoofdstuk Beleidskaders grondig moet worden herzien; feitelijk kan het grootste deel worden geschrapt en worden vervangen door een nadere uitwerking van de Ladder van zon. Bovendien moet er heel duidelijk in staan dat andere mogelijkheden dan plaatsing op daken pas aan de orde zijn als alle daken die daarvoor in aanmerking komen bezet zijn met zonnepanelen en de doelstelling dan nog niet is gehaald. Plaatsing op daken en plaatsing elders komen dus na elkaar en niet gelijktijdig !</p> <p><strong>UITWERKING VISIE</strong></p> <p>Als het beleidskader wordt ingevuld op basis van de Ladder van zon en wordt uitgewerkt zoals hierboven in hoofdlijnen is beschreven, kan de uitwerking van de visie beperkt blijven tot het benoemen van enkele details die in specifieke gevallen gelden. Te denken valt bijv. aan mogelijke conflicten met nestgelegenheid voor gierzwaluwen, zeker als er al dakpannen met nestgelegenheid zijn geplaatst. Ook met verblijfplaatsen van vleermuizen moet rekening worden gehouden. Mogelijk is er dan sprake van strijdigheid met de Flora- en faunawet. Zonnepanelen kunnen ook conflicteren met (monumentale) bomen die in de buurt staan. Schaduw vermindert de opbrengst. Daar is geen standaard voorschrift of oplossing voor te geven. In dit soort situaties is maatwerk nodig. Wellicht zijn er nog andere zaken die in de uitwerking een plek zouden moeten krijgen, bijv. de vraag hoe je als gemeente particulieren nog meer kunt faciliteren en stimuleren om gezamenlijk zonnepanelen in te kopen en te plaatsen.</p> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>Hans Grotenhuis,</p> <p>wnd. voorzitter van de</p> <p>Adviesraad Natuur en Milieu Deventer</p> 2013-10-23 00:00:00 +0200 2014-03-10 15:43:17 +0100 2015-11-25 12:15:30 +0100 Advies Voorjaarsnota 2013 Het advies op de Voorjaarsnota 2013 legt de nadruk op 4 speerpunten: natuurlijk maaibeheer, budget voor duurzaamheid, bredere kijk op voorgestelde bezuinigingen en functie stadsecoloog. <p><span>Samenvatting:</span></p> <ol> <li><span>Vervang de “omvorming van gazon naar bloemgras en bodembedekkers” door “bloemgras /adequaat maaibeheer”</span></li> <li><span></span><span>Een sterke rol van de overheid is gelegen in het voeren van de regie en in het stimuleren en faciliteren van initiatieven. Dat kan niet zonder een minimum aan budget. Het is een illusie te veronderstellen dat je als overheid regie kunt voeren zonder geld. Het terugbrengen van de duurzaamheidsinspanningen brengt de oplossing voor de problemen van klimaat, grondstof en energie niet dichterbij, integendeel de oplossing komt verder weg te liggen dan ooit. Verhoog de budgetten voor duurzaamheidsinspanningen.</span></li> <li><span></span><span>De in de raadsvergadering van 27 maart aangenomen motie vraagt B&amp;W letterlijk: “Met voorstellen te komen ter vervanging van de voorgestelde bezuiniging “. Niet dat deze binnen het budget van het Programma Milieu en Duurzaamheid moeten worden gevonden. Kijk hiervoor niet alleen binnen het programma Milieu en Duurzaamheid.</span></li> <li><span></span><span>De Adviesraad adviseert dringend om de functie van stadsecoloog in stand te houden, het jaarlijks budget voor ”kleintje klimaat” in stand te houden en de taakstellende bezuiniging van de subsidie voor de Ulebelt te schrappen. Tenslotte pleit de Adviesraad ervoor de Beleidsnota Ecologie Deventer vast te stellen</span></li> </ol> <h2><span>Uitgebracht advies:</span></h2> <p><span>Geacht college,</span></p> <p><span></span></p> <p><span>Bij brief van 2 mei heeft u ons verzocht advies uit te brengen over de Voorjaarsnota 2013. Helaas zijn wij wat aan de late kant met ons advies, waarvoor onze excuses. </span></p> <p><span>Voor onze Adviesraad zijn twee onderdelen uit de omvangrijke Voorjaarsnota van belang: </span></p> <p><span>Programma 3, Leefomgeving: het gaat voor ons dan om de onderhouds- en omvormingsaspecten van het openbaar groen</span></p> <p><span>Programma 4, Milieu en duurzaamheid: dat betreft voor ons het duurzaamheidsbudget en de positie van de stadsecoloog.</span></p> <p><span></span></p> <p><span>LEEFOMGEVING</span></p> <p><span></span></p> <p><span>Minder afvalbakken</span></p> <p><span></span></p> <p><span>Het gaat om een relatief klein bedrag: € 15.000 per jaar vanaf 2014. Bedacht moet worden dat er wellicht geld moet worden uitgegeven aan het opruimen van meer zwerfvuil want lang niet alle burgers nemen afval mee naar huis als er geen afvalbak in de openbare ruimte aanwezig is. </span></p> <p><span></span></p> <p><span>Omvorming van gazon naar bloemgras en bodembedekkers naar bloemgras</span></p> <p><span></span></p> <p><span>Deze maatregel kan ecologisch gezien goed uitpakken als er voor wordt gezorgd dat er voldoende soorten in de vegetatie komen die nectar leveren voor insecten. Overigens is “laag bloemgras” ecologisch gezien een begrip waar niemand wat mee kan. Meer natuurlijke graslandvegetaties bestaan uit hoge en lage soorten in een evenwichtige samenstelling. Bedacht moet worden dat het maaibeheer van dit soort vegetaties niet op de aller-goedkoopste manier kan: maaien met klepelmaaier en het gekneusde gewas laten liggen. Dat leidt binnen twee jaar tot een enorme verruiging: er blijven maar weinig voor insecten aantrekkelijke soorten over en het geeft een zeer rommelige en verwilderde aanblik waar burgers zeker niet blij mee zullen zijn. In de beoogde bezuiniging moet dus wel een adequaat maaibeheer verrekend worden. De stadsecoloog zou hierover uitstekend kunnen adviseren, maar die wordt wegbezuinigd.</span></p> <p><span></span></p> <p><span>Onderhoud boomspiegels, bijmaaien bomen</span></p> <p><span></span></p> <p><span>Minder intensief onderhoud van boomspiegels kan leiden tot een gevarieerde begroeiing van de boomspiegels. Ecologisch is dat niet slecht en het kan ook een fleurige aanblik geven. </span></p> <p><span>Het achterwege laten van het bijmaaien van bomen is alleen maar toe te juichen. Maaischade aan bomen wordt aanzienlijk minder (als de maaimachine er tenminste ruim genoeg omheen maait).</span></p> <p><span>De Adviesraad is positief over deze twee punten. </span></p> <p><span></span></p> <p><span>MILIEU EN DUURZAAMHEID</span></p> <p><span></span></p> <p><span>Korting duurzaamheidsbudgetten</span></p> <p><span></span></p> <p><span>In de Voorjaarsnota is geen verandering te bespeuren in keuzes die duurzaamheidsdoelen met de vereiste snelheid dichterbij brengen. Voor de doelstelling Deventer Energieneutraal in 2030 geldt zelfs het tegendeel; het tempo wordt verlaagd (toelichting, blz 119). </span></p> <p><span>De gedachte van het college en van de raad lijkt gebaseerd op het uitgangspunt dat de burgers  en de markt het zelf moeten doen. En dat terwijl we nog maar 20-30 jaar de tijd hebben om onze klimaat, grondstof en energie problemen op te lossen. Wie gelooft er nog in dat dit zonder een sterke rol van de overheid kan worden opgelost. Deze rol behoeft niet te worden ingevuld met steeds meer regelgeving en ook niet met 100 % subsidies voor projecten. Als burgers en markt het in toenemende mate zelf moeten doen, is een sterke rol van de overheid gelegen in het voeren van de regie en in het stimuleren en faciliteren van initiatieven. Dat kan niet zonder een minimum aan budget. Het is een illusie te veronderstellen dat je als overheid regie kunt voeren zonder geld.*.</span></p> <p><span>Het terugbrengen van de duurzaamheidsinspanningen brengt de oplossing voor de problemen van klimaat, grondstof en energie niet dichterbij, integendeel de oplossing komt verder weg te liggen dan ooit.</span></p> <p><span>Bemoedigend is dat in Deventer een aantal burgers met passie voor het onderwerp de gemeente willen helpen. Op voorstel van de projectleider duurzaamheid van de gemeente wordt er een bespreking met de Adviesraad georganiseerd om daar een begin mee te maken. </span></p> <p><span></span></p> <p><span></span></p> <p><span>Positie stadsecoloog, afschaffing jaarlijks budget “kleintje klimaat”” en taakstellende bezuiniging Ulebelt.</span></p> <p><span></span></p> <p><span>In de Voorjaarsnota wordt voorgesteld om op de apparaatlasten van de stadsecoloog te bezuinigen. Alleen in de toelichting is te lezen dat hiermee 0,5 fte op de formatie zal worden bezuinigd. De overblijvende 0,3 fte (de functie van stadsecoloog was 0,8 fte) zal naar verluid worden ingezet voor projectadviezen. Daarmee verdwijnt per saldo de functie van stadsecoloog zoals we die kennen. Voor de vele vrijwilligers in Deventer die zich met natuur bezig houden lijdt dit tot frustratie en een gevoel niet serieus te worden genomen door de gemeente. De stadsecoloog heeft een uitgebreid netwerk opgebouwd met de natuurvrijwilligers en de verenigingen waarbij zij zijn aangesloten. Juist nu dat goed functioneert en de natuurverenigingen een ingang en luisteren oor hebben gevonden bij de gemeente, wordt dat zonder omhaal geschrapt. Dat kan absoluut niet op begrip rekenen bij vrijwilligers en zal zeker niet bijdragen aan het enthousiasme om natuurinput te leveren aan de gemeente bijv. door inventarisaties. We zijn terug bij “af”. De klok wordt teruggedraaid en de investering in het netwerk van de stadsecoloog kan worden beschouwd als kapitaalvernietiging.</span></p> <p><span>Daarnaast verdwijnt de functie van waakhond binnen het ambtelijk apparaat voor ecologische zaken en worden kansen gemist om mee te liften met plannen en projecten om de ecologische kwaliteit zonder noemenswaardige kosten op te krikken. </span></p> <p><span>Het zal duidelijk zijn dat het verdwijnen van de stadsecoloog negatieve gevolgen heeft voor de ecologische kwaliteit in de gemeente. Een ecologisch gezond en volwaardig systeem is substantieel onderdeel van het begrip duurzaamheid; de ecologie is niet voor niets opgenomen in het programma duurzaamheid en economie. Het zonder meer schrappen van de functie van stadsecoloog staat haaks op het duurzaamheidsstreven van de gemeente. </span></p> <p><span>Eén van de overkoepelende thema’s waarbinnen de bezuinigingsvoorstellen zijn uitgewerkt, is de eigen kracht van de burgers. De eigen kracht van de vrijwilligers in de natuurwereld loopt bij deze bezuinigingsoperatie een forse deuk op. Het is bovendien zeer de vraag of er nog wel sprake zal zijn van “samenwerking in een sterke keten”. Dat is een ander overkoepelend thema.</span></p> <p><span>De in de raadsvergadering van 27 maart aangenomen motie vraagt B&amp;W letterlijk: “Met voorstellen te komen ter vervanging van de voorgestelde bezuiniging “. Niet dat deze binnen het budget van het Programma Milieu en Duurzaamheid moeten worden gevonden. </span></p> <p> </p> <p><span>De Adviesraad adviseert dringend om de functie van stadsecoloog in stand te houden, het jaarlijkjs budget voor “”kleintje klimaat” in stand te houden en de taakstellende bezuiniging van de subsidie voor de Ulebelt te schrappen. Tenslotte pleit de Adviesraad ervoor de Beleidsnota Ecologie Deventer vast te stellen. Als de stadsecoloog inderdaad zou worden wegbezuinigd, is er op dat moment in ieder geval een beleidsdocument met de ecologische uitgangspunten voor de gemeente. Als de ecologienota, zonder te zijn vastgesteld, van het toneel zou verdwijnen, is dat opnieuw een slag in het gezicht van alle vrijwilligers die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de nota.</span></p> 2013-05-27 15:25:00 +0200 2013-09-24 15:29:23 +0200 2013-10-03 14:28:34 +0200 Advies beleidsnota Ecologie Het advies op de beleidsnota Ecologie bevat 7 aanbevelingen. Rode draad hierin is het vergroten van commitment. Bijvoorbeeld door het inbedden van ecologie in een ruimer kader, door het vastleggen van afspraken en door het monitoren van beleid. <h2>AANBEVELINGEN</h2> <ol> <li>Organiseer de betrokkenheid van de vrijwilligers bij de verplichte dialoog goed zodat de continuïteit is gewaarborgd.</li> <li>Maak ook gebruik van de structuren die al bestaan zoals de meer gestroomlijnde inzet van kennis van de Adviesraad, de experts die de adviesraad ondersteunen en de achterban van de leden van het Platform.</li> <li>Leg alle afspraken die worden gemaakt tijdens de verplichte dialoog ook schriftelijk vast.</li> <li>Ontwikkel een methode om het succes van het gemeentelijk ecologiebeleid te meten op ecologische grondslag.</li> <li>Leg in het hoofdstuk “Twintig tinten groen” een relatie met het MJOP-MIND 2013-2016</li> <li>Voer een monitoring en evaluatie van het beleid uit.</li> <li>Besteedt aandacht aan het grotere geheel van het gemeentelijk beleid op een hoger schaalniveau. </li> </ol> <h2>ADVIES</h2> <p>De Adviesraad adviseert B&amp;W de Beleidsnota Ecologie vast te stellen als startpunt voor een verdere ontwikkeling en erkenning van de ecologische belang</p> <h2>WAT VOORAF GING</h2> <p>De Adviesraad Natuur en Milieu Deventer heeft zich al geruime tijd bezig gehouden met de in ontwikkeling zijnde Beleidsnota Ecologie Deventer. Op 31 augustus 2012 heeft de Adviesraad op ambtelijk niveau geadviseerd over het concept-voorstel voor het laten opstellen van een Beleidsagenda Ecologie.</p> <p>Vervolgens is een aantal leden van de Adviesraad aanwezig geweest bij de twee fietstochten die “vanuit het veld” input hebben geleverd voor de nota.</p> <p>Daarna heeft de Adviesraad op 18 december een uitgebreid en “stevig” advies uitgebracht aan de ambtelijke organisatie over het concept van de Beleidsnota (versie 2 dd 11 december 2012).</p> <p>De samenvatting op hoofdpunten van ons advies is in de bijlage opgenomen.</p> <p> </p> <p>In de volgende versie (nr.4, van 7 januari 2013) vonden wij weinig terug van ons advies. Deze versie is op 16 januari 2013 door de Adviesraad besproken met ambtenaren en de auteur van de nota.</p> <p>Op 19 januari is versie 5 verschenen waarin de resultaten van het gesprek op 16 januari zijn verwerkt. Deze versie ligt nu bij B&amp;W ter vaststelling voor. De Adviesraad heeft bij deze versie de onderstaande opmerkingen en aanbevelingen.</p> <p> </p> <p>ALGEMEEN</p> <p> </p> <p>De nota is ongewijzigd voor wat betreft de opzet die duidelijk afwijkt van gangbare beleidsnota’s. De insteek is een bottum up benadering met een belangrijke rol voor (georganiseerde) vrijwilligers met kennis over de ecologische kwaliteiten van hun eigen leefomgeving of specialistische kennis van specifieke soortgroepen. Dit aspect komt in een aantal onderdelen in de eerste vier hoofdstukken aan de orde. Het is een prima en zeer directe vorm van burgerparticipatie. Dat onderschrijven wij van harte. Punt van aandacht is de continuïteit van de inzet door vrijwilligers en de binding van de actieve vrijwilligers aan de uitvoering van één van de twee hoofdpunten van beleid: de verplichte dialoog met locale partijen bij een ingreep die gevolgen heeft voor de ecologische kwaliteit.</p> <p>In het kader “Bestaand natuurbeleid in Deventer” (blz. 6) worden de Adviesraad en het Platform genoemd. Er wordt geen ambitie uitgesproken om binnen deze bestaande structuren de ecologische kennis van vrijwilligers kennis optimaal te benutten. De Adviesraad is op dit moment juist bezig om de kennis binnen haar eigen gelederen, aangevuld met een aantal experts (niet alleen op ecologisch gebied, maar ook op het terrein van duurzaamheid) en de kennis van de achterban van het Platform meer te stroomlijnen en beter inzetbaar te maken om de gemeente te helpen duurzamer te worden. Deze ontwikkeling zou ergens in het ecologiebeleid een plek moeten krijgen.</p> <p> </p> <p>HET BELEID</p> <p> </p> <p>Hoofdstuk 5 benoemt de twee hoofdpunten van beleid: verplichte ecologische inbreng voorafgaand aan ingrepen en benoeming natuurambassadeurs.</p> <p> </p> <p>De verplichte ecologische inbreng</p> <p>Het schema op blz. 12 geeft aan hoe de ecologische inbreng in de ambtelijke organisatie is geborgd. <em>Henk, is dit schema voldoende? heb jij nog wat aan te vullen?</em></p> <p>Tevens geeft dit schema aan hoe de monitoring wordt georganiseerd. Dit betreft uitsluitend de monitoring van de projecten waar ecologische inbreng heeft plaatsgevonden in de vorm van een schouw; het is geen beleidsmonitoring. Het resultaat van de schouw wordt verwerkt in een document. Dat document lijkt voldoende status te hebben om de verantwoordelijke managers op aan te spreken. Er staat echter nergens wie de betrokkenen gaat aanspreken als zij in gebreke blijven en bij wie de verantwoordelijkheid ligt er iets aan te doen.</p> <p>Het vastleggen van gemaakte afspraken tijdens de verplichte dialoog in het veld, is absoluut noodzakelijk. Ervaringskennis delen en opslaan alsmede het organiseren van het geheugen van een gebied is wel heel idealistisch en staat ver van de werkelijkheid. Als je niets opschrijft hebben alle betrokkenen een eigen perceptie van hetgeen is afgesproken en dat eindigt niet in een dialoog, maar in een discussie over wat er nu precies is afgesproken; zo plat is de werkelijkheid. Bovendien (en dat is nog veel belangrijker) kan een betrokken manager niet worden aangesproken op afspraken die niet vastliggen als er tijdens de schouw iets niet in orde blijkt te zijn.</p> <p> </p> <p>Aanwijzen natuurambassadeurs</p> <p>Het aanwijzen van natuurambassadeurs als maatstaf voor het succes van het ecologiebeleid is alleen zinvol en verantwoord als dat gebeurt op ecologische gronden. De nu aangewezen natuurambassadeurs lijken meer van doen te hebben met een hoge “aaibaarheidsfactor” dan dat er een ecologische onderbouwing aan ten grondslag ligt. Hoewel ecologie complex is, is de gehanteerde filosofie uit de complexiteitswetenschap (blz. 14) geen verdedigbare ecologische grondslag voor de wijze waarop het succes van het gemeentelijk ecologiebeleid wordt gemeten. Het voert te ver om dit onderwerp in ons advies verder uit te diepen. De Adviesraad gaat over dit onderwerp graag met betrokkenen uit het ambtelijk apparaat in discussie om te komen tot een betere methode om de ecologische toestand van de gemeente te meten.</p> <p> </p> <p>TWINTIG TINTEN GROEN</p> <p> </p> <p>Onder deze titel worden 20 projecten en maatregelen genoemd die bijdragen aan de ecologische kwaliteit van Deventer. Zij zijn onderverdeeld in drie categorieën: inrichting, beheer en natuurambassadeurs. De maatregelen en projecten overziend, is dat een goede indeling. Wat ons betreft is deze lijst niet limitatief.</p> <p>Het is ons niet duidelijk waarom hier een “dialoogsaus” over wordt gegoten: het gaat gewoon om maatregelen en projecten die je kunt uitvoeren.</p> <p>In dit uitvoeringsgerichte deel van de ecologie nota is het aan te bevelen om een relatie te leggen met het MJOP-MIND 2013-2016. Dat is nu niet gedaan, een gemiste kans!</p> <p> </p> <p>WAT MIST ER IN DE NOTA ?</p> <p> </p> <p>Er ontbreekt een adequate methode om de ontwikkeling van de natuurkwaliteit in de gemeente Deventer te monitoren. Misschien is dat ook niet de ambitie, wij zouden dat wel graag zien.</p> <p>De nota ontbeert een monitoring en beleidsevaluatie waardoor het niet mogelijk is de effectiviteit van het beleid te beoordelen, laat staan het beleid bij te sturen als dat nodig mocht zijn. Vooral de bijdrage van vrijwilligers aan het ecologisch welzijn van de gemeente en de implementatie en borging in het ambtelijk apparaat mogen van tijd tot tijd toch wel eens tegen het licht worden gehouden.</p> <p>Een tweede onderwerp dat ontbreekt, is de relatie met de ruimere context van het gemeentelijk beleid. De nota is toegespitst op het vrij gedetailleerde niveau van de projecten en concrete ingrepen. Nergens wordt er een doorkijk gegeven naar het gemeentelijk beleid op een hoger abstractieniveau zoals een bestemmingsplan of beheerplan voor een groter gebied. De relatie met andere beleidsvelden ontbreekt geheel. Hoe worden bijv. de ecologische belangen afgewogen tegen de belangen van andere beleidsvelden?</p> <p>Het kader op blz. 6 van de nota onder het kopje “Bestaand natuurbeleid” heeft slechts gedeeltelijk betrekking op natuurbeleid en dan gaat het over onderwerpen op een abstractieniveau zoals hierboven bedoeld.</p> <p> </p> <p>CONCLUSIE</p> <p> </p> <p>In de Beleidsnota Ecologie wordt gekozen voor een praktische en “beleidsarme” insteek waarbij vrijwilligers met ecologische kennis op locaal niveau een belangrijke rol spelen. Dat is een bewuste keuze: een nieuwe vorm van beleid, waarbij dit beleid moet worden uitgevoerd binnen de bestaande begroting.</p> <p>Dat resulteert in een beleidsnota met een beperkte ecologische actieradius: zelfbinding voor gemeentelijke activiteiten waar ecologische waarden aan de orde zijn en een discutabele vorm van monitoring van de ecologische kwaliteit in de gemeente door middel van natuurambassadeurs.</p> <p>Gebruikmaking van de kennis van locale groene groepen is positief: grote betrokkenheid, heel specifieke kennis en enthousiasme voor de kwaliteit van de eigen leefomgeving zijn daarbij belangrijke succesfactoren.</p> <p> </p> <p>Een relatie met het gemeentelijk beleid in bredere context (bijv. het ruimtelijk beleid) wordt node gemist. Het is allerminst zeker dat deze nota de ecologische aspecten voldoende en gelijkwaardig zal laten mee tellen in afwegingen die in het gemeentelijke beleid worden gemaakt.</p> 2013-01-19 00:00:00 +0100 2013-09-24 15:38:57 +0200 2013-10-03 16:01:52 +0200 Reactie op Uitvoeringsagenda Duurzaamheid, oktober 2011 Ongevraagd Advies Samengevat hebben we de volgende vragen en wensen: 1.Is het mogelijk de titel alsnog aan te passen tot ‘Uitvoeringsagenda Klimaatneutraal Deventer’, en als dit niet mogelijk is: kunt u er zorg voor dragen dat in de communicatie duidelijk wordt gemaakt dat klimaatneutraliteit een onderdeel is van duurzaamheid, maar dat duurzaamheid veel meer omvat? 2.Kunnen we inzicht krijgen in de afweging die gemaakt is om te komen tot deze acht beleidsprioriteiten? 3.Hoe en wanneer worden de beleidsprioriteiten verder SMART gemaakt? 4.En daarnaast de vier vragen over de gehanteerde definitie van klimaatneutraliteit <p><span></span></p> <p> </p> <p> </p> <p><span><span>5 december 2011 </span></span></p> <p>Van : Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer</p> <p>Aan : College van B&amp;W Gemeente Deventer</p> <p>Betreft: Reactie op Uitvoeringsagenda Duurzaamheid, oktober 2011</p> <p>Zie: <a href="http://deventer.notudoc.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/env=help/action=view/id=211549/type=pdf/662438_Uitvoeringsagenda_duurzaamheid_7-12-2011.pdf">http://deventer.notudoc.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/env=help/action=view/id=211549/type=pdf/662438_Uitvoeringsagenda_duurzaamheid_7-12-2011.pdf</a></p> <p>Geacht college,</p> <p>Onlangs hebt u de ‘Uitvoeringsagenda Duurzaamheid’ uitgebracht en is deze besproken in de Politieke Markt van de gemeente Deventer. We willen als Adviesraad Natuur en Milieu graag van de gelegenheid gebruik maken om te reageren op deze Uitvoeringsagenda.</p> <p>Allereerst zijn wij verheugd met de aandacht voor duurzaamheid binnen politiek en ambtelijke organisatie van de gemeente Deventer. De Visie Duurzaam Deventer heeft de contouren geschetst voor enkele beleidsprioriteiten op dit gebied (klimaatverandering en energie, ecologie en biodiversiteit; grondstoffen en afval) en de voorliggende Uitvoeringsagenda Duurzaamheid bevat voorstellen voor de realisatie van een van deze prioriteiten: een klimaatneutraal Deventer.</p> <p>Verder zijn we blij om te zien dat de gemeente actief op zoek is naar samenwerking met bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellilngen, want alleen zo worden plannen concreet en uiteindelijk werkelijk gerealiseerd.</p> <p>In het verlengde daarvan zijn we teleurgesteld dat de Adviesraad Natuur en Milieu niet voorafgaand aan de bespreking van de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid geraadpleegd is door het college van B&amp;W. Dit plan raakt het hart van de het beleidsterrein van de Adviesraad en toch hadden we pas inzicht in de tekst van het concept nadat dit bekend was gemaakt aan de gemeenteraad, voor de Politieke Markt van 26 oktober, en zijn we niet gevraagd om een reactie.</p> <p>Over de inhoud van de Uitvoeringsagenda hebben we nog enkele zorgen en vragen, die we graag met u delen in deze reactie.</p> <p> </p> <p><em><span><span> <p>Duurzaamheid en klimaatneutraliteit</p> </span></span></em><span><span> <p>Allereerst zijn we niet gelukkig met de titel. De titel ‘Uitvoeringsagenda Duurzaamheid’ suggereert een overzicht van concrete initiatieven die leiden tot een duurzamer samenleving in Deventer in de volle breedte. Wat we zien zijn uitsluitend voorstellen voor energiebesparing en het bevorderen van duurzame energie. Zeker niet onbelangrijk, maar het is verwarrend om in dit verband te spreken van een Duurzaamheidsagenda.</p> <p>Het begrip duurzaamheid of duurzame ontwikkeling wordt in onze samenleving op diverse manieren gedefinieerd. Wij hechten eraan om duurzame ontwikkeling breed en integraal te benaderen, zoals het begrip ook al bedoeld is sinds het in 1987 voor het eerst beschreven is in ‘Our Common Future’: duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van een samenleving, zonder daarbij de behoeften van mensen elders en van toekomstige generaties te schaden. Voor een gebied, zoals een gemeente, betekent dat een streven naar synergie tussen verschillende soorten kwaliteiten en belangen: milieukwaliteit, sociale kwaliteit, ruimtelijke kwaliteit en economische kwaliteit, waarbij afwenteling van problemen naar andere gebieden of naar later voorkomen wordt.</p> <p>Energiebesparing en een duurzame energievoorziening vormen daar belangrijke elementen in, en bieden ook volop mogelijkheden om te werken aan de aangegeven synergie, doordat ze zowel klimaatverandering tegengaan, kosten kunnen besparen en comfort in woningen kunnen verbeteren.</p> </span> <p> </p> <p>Door nu eerst apart een uitvoeringsnota Klimaatneutraal Deventer uit te brengen worden mogelijk ook kansen gemist voor synergie tussen deze doelstelling en andere duurzaamheidsdoelstellingen.</p> </span><span><span>Het is echter erg verwarrend om de begrippen duurzaamheid en klimaatneutraliteit 1 op 1 aan elkaar gelijk te stellen en door elkaar te gebruiken. Dat doet onrecht aan de breedte van het begrip duurzaamheid en zorgt voor ruis bij de communicatie daarover in de Deventer samenleving.</span></span><em><span><span> <p>Onderbouwing van de prioritering</p> </span></span></em><span><span> <p>We missen een onderbouwing van de acht beleidsprioriteiten in deze uitvoeringsagenda. Het document vermeldt niet welke criteria gehanteerd zijn bij het vergelijken van beleidsprioriteiten, welke andere beleidsprioriteiten overwogen zijn, en waarom deze acht beleidsprioriteiten beter scoorden op de gehanteerde criteria dan de afgevallen beleidsprioriteiten. We zouden nog graag nader inzicht willen krijgen in de afweging. We zien in ieder geval de volgende criteria als belangrijk bij de keuze: de snelheid waarmee deze prioriteiten gerealiseerd kunnen worden; het draagvlak ervoor in de Deventer politiek en samenleving; de verwachte bijdrage die ze leveren aan de algemene doelstelling van een Klimaatneutraal Deventer; de kosten voor de gemeente en voor andere actoren in relatie tot de verwachte opbrengst in CO2-reductie.</p> </span></span><em><span><span> <p>SMART formulering</p> </span></span></em><span><span> <p>De beleidsprioriteiten zijn nog weinig SMART geformuleerd voor een uitvoeringsagenda. Wat we in dit verband vooral missen bij veel voorstellen is de meetbaarheid en de tijdsgebondenheid. Hoeveel CO2 uitstoot verwacht u te kunnen besparen met ieder van de beleidsprioriteiten, en op welke termijn? Hoeveel ambtelijke uitvoeringscapaciteit is beschikbaar voor de prioriteiten in de komende jaren? Wat zijn de zichtbare en tastbare resultaten van de verschillende korte en lange termijn acties (plannen, afspraken, gerealiseerde projecten, leerresultaten enzovoort)? Dat is voor veel van de acties nog niet duidelijk.</p> <p>Doordat de beleidsprioriteiten nog weinig SMART zijn, wordt ook monitoring lastig. Dat geldt zowel voor de CO2 uitstoot zelf als voor de voortgang van de projecten. Omdat de projectactiviteiten en resultaten nog erg globaal zijn en niet in de tijd zijn beschreven, is het erg lastig om vast te stellen of u op koers zit of niet. Het is voor ons ook niet helemaal duidelijk hoe u de toetsing op maatschappelijke duurzaamheidsdoelen wilt vormgeven.</p> </span></span><em><span><span> <p>De das terug in Deventer</p> </span></span></em><span><span> <p>We willen graag een kanttekening plaatsen bij de voetnoot op pagina 14, waarin vermeld wordt dat de ecologiedoelstelling van de Visie Duurzaam Deventer (‘De das terug in Deventer’) ‘inmiddels al gerealiseerd is’.</p> <p>Het klopt dat er binnen het grondgebied van de gemeente Deventer dassen waargenomen worden. Er is echter allerminst sprake van het ‘duurzaam voortbestaan’ van de populatie: daarvoor zijn verbeteringen in het landschap nodig (om een goed leefmilieu voor de das te realiseren te behouden) en verbeteringen in de passeerbaarheid van enkele drukke wegen (om de kans op doodrijden van dassen te verkleinen). Bovendien moet het doel ‘De das terug in Deventer’ niet letterlijk geïnterpreteerd worden, maar wordt in de Visie Duurzaam Deventer gepresenteerd als een visualisatie van een algemener doel: het verbeteren van de kwaliteit van natuur en landschap passend bij het Sallandse landschap in het buitengebied van de gemeente Deventer</p> </span> <p> </p> </span><em><span><span>Klimaatneutraliteit en compensatie</span></span></em><span><span> <p>Verder is ook het begrip ‘Klimaatneutraliteit’ nog weinig SMART uitgewerkt. Er wordt gesproken van ‘Neutraliteit voor alle broeikasgassen, met gebruik van compensatiemaatregelen’. Dit leidt bij ons tot de volgende vragen:</p> <ol> <li>Neemt u bij het vaststellen van de CO2 uitstoot in de gemeente ook mobiliteit mee, en hoe bakent u dit af (bijvoorbeeld verkeer op de A1 binnen de gemeentegrenzen)? </li> <li>Hoe groot schat u de bijdrage van andere broeikasgassen in de gemeente (methaan, lachgas); wat ziet u als de voornaamste bronnen daarvan en hebt u voornemens en / of mogelijkheden om ook die bronnen te beïnvloeden? Hierbij denken we onder meer aan de methaanuitstoot in de veehouderij. </li> <li>Hebt u concrete ambities of ideeën over de verhouding tussen de drie verschillende componenten van de weg richting klimaatneutraliteit (terugdringen energievraag; realiseren productie van duurzame energie; compensatie)? </li> <li>Hebt u concrete voornemens voor compensatie als gemeentelijke organisatie, of verwachtingen van compensatie door particulieren en bedrijven? Er zijn nu al energiebedrijven die klimaatgecompenseerd aardgas leveren (o.a. Greenchoice) en diverse andere bedrijven die klimaatcompensatie voor andere activiteiten kunnen regelen. Compensatie kan voordelen hebben omdat soms buiten de gemeentegrenzen goedkoper en eenvoudiger duurzame energie kan worden opgewekt. Het moet echter niet het karakter krijgen van simpel afkopen van CO2-uitstoot zonder visie op reductie of duurzame opwekking. </li> </ol> <p>Samengevat hebben we de volgende vragen en wensen:</p> <ol> <li>Is het mogelijk de titel alsnog aan te passen tot ‘Uitvoeringsagenda Klimaatneutraal Deventer’, en als dit niet mogelijk is: kunt u er zorg voor dragen dat in de communicatie duidelijk wordt gemaakt dat klimaatneutraliteit een onderdeel is van duurzaamheid, maar dat duurzaamheid veel meer omvat? </li> <li>Kunnen we inzicht krijgen in de afweging die gemaakt is om te komen tot deze acht beleidsprioriteiten? </li> <li>Hoe en wanneer worden de beleidsprioriteiten verder SMART gemaakt? </li> <li>En daarnaast de vier vragen over de gehanteerde definitie van klimaatneutraliteit </li> </ol> <p>Onze vragen zijn vooral ingegeven door onze grote betrokkenheid bij dit onderwerp en door onze overtuiging dat de kans op realisatie van de doelstellingen het grootst is als de plannen concreet, wervend en realistisch zijn. We worden graag actief betrokken bij, en geïnformeerd over de voortgang van deze uitvoeringsagenda.</p> <p>Met vriendelijke groet, namens de Adviesraad Natuur en Milieu</p> <p>Drs Bauke J de Vries, voorzitter</p> </span></span></p> <p> </p> <p> </p> 2011-12-05 01:00:00 +0100 2011-12-06 15:05:32 +0100 2015-11-25 12:08:56 +0100 Reactie op uitgiftebeleid snippergroen Door projectleider gevraagd advies <p><strong><span> <p>Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer</p> </span></strong></p> <p>&nbsp;</p> <p><span> <p>&nbsp;</p> </span> <p>&nbsp;</p> <p><span><span>Aan: Gemeente Deventer, <p>Eenheid Ruimte en Samenleving</p> <p>Cluster Expertisecentrum, team ROB</p> <p>t.a.v. Karlijn van der Laan en Wijnand van Essen</p> <p>4 november 2011</p> <p>Betreft: reactie op nota uitgiftebeleid Snippergroen</p> <p>Beste mevrouw van der Laan en meneer van Essen,</p> <p>Onlangs ontvingen wij het concept van de nieuwe uitgiftenota Snippergroen, met het verzoek om daarop te reageren. Hieronder vindt u onze reactie.</p> <p>In grote lijnen is de nota helder over de doelen en de procedures. Wat we missen in de nota is de expliciete aandacht voor biodiversiteit en ecologische waarden. Daardoor blijven kansen liggen om het uitgiftebeleid van snippergroen bij te laten dragen aan de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van de stad.</p> <p>Om dat duidelijker terug te laten komen zouden we de volgende punten wat explicieter naar voren willen laten komen in de nota, en vooral in de communicatie met bewoners hierover.</p> <p>* Snippergroen dat overgenomen wordt door bewoners mag alleen met een groene omheining worden afgeschermd, niet met een houten schutting of andere niet levende afscheiding. Een groene omheining cre&euml;ert een beter beeld, biedt meer ruimte voor bijvoorbeeld vogels en vlinders en bevat geen giftige stoffen, wat wel het geval is bij veel houten schuttingen</p> <p>* Verder zou het goed zijn als de gemeente grenzen stelt aan de hoeveelheid verharding in het groen dat de bewoners verworven of in bruikleen hebben; veel mensen hebben nogal de neiging om hun tuin geheel of grotendeels te verharden. Dat is o.a. ongunstig voor het microklimaat in de tuin en voor de waterhuishouding in de wijk. Dit zou bij voorkeur in de contractvoorwaarden opgenomen moeten worden, zodat daar ook op gehandhaafd kan worden.</p> <p>* Tot slot zou de gemeente een gebaar kunnen maken naar bewoners om ze te stimuleren hun nieuw verworven stuk tuin op een natuurvriendelijke manier te onderhouden, bijvoorbeeld door in de informatie die mensen krijgen te verwijzen naar de volgende websites:</p> <p>Vogelvriendelijke tuin:</p> <p><span> <p>http://www.vogelbescherming.nl/tuinvogel/tuininrichting/voorbeelden</p> </span></p> <p>Amfibievriendelijke tuin:</p> </span></span></p> <span></span></p> <p><span> <p>http://www.ravon.nl/Default.aspx?tabid=248</p> </span><span><span> <p>Egelvriendelijke tuin:</p> <span> <p>http://www.egelweekend.nl/TUIN/tabid/63/language/nl-NL/Default.aspx</p> </span> <p>milieuvriendelijke tuin algemeen:</p> <span> <p>http://www.milieucentraal.nl/tuinieren</p> </span> <p>vlindervriendelijke tuin:</p> <span> <p>http://www.uwtuinvolvlinders.nl/vlindertuin/</p> </span> <p>Deze lijst is niet uitputtend, maar biedt wel veel makkelijk toegankelijke en makkelijk toe te passen informatie.</p> <p>We hopen dat deze punten nog meegenomen kunnen worden bij de verdere uitwerking van de nota, zodat het uitgiftebeleid ook bijdraagt aan bredere doelen op het gebied van biodiversiteit en ecologische kwaliteit in de gemeente.</p> <p>met (natuur)vriendelijke groet,</p> <p>namens de Adviesraad Natuur en Milieu,</p> <p>Bauke de Vries</p> <p>voorzitter</p> </span></span><strong><span> <p>&nbsp;</p> </span> <p><span><span></span></span></p> </strong></p> <p><span><span></span></span></p> 2011-11-04 01:00:00 +0100 2011-11-23 13:27:54 +0100 2011-11-23 13:27:54 +0100 Discussienota Platteland in ontwikkeling Door projectleider gevraagd advies <p><span>Van:<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Aan:<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>College van B &amp; W Gemeente Deventer</span></p> <p><span>Postbus 5000</span></p> <p><span>7400 GC Deventer</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Betreft: advies discussienota Platteland in Ontwikkeling dd. 21 juni 2011</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Geacht college,</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>De Adviesraad heeft kennis genomen van de discussienota Platteland in Ontwikkeling en brengt bij deze advies uit over de nota. Hoewel de gemeenteraad in 2006 de uitgangspunten en doelstellingen voor het plattelandsbeleid al heeft vastgesteld en er alleen enkele onderdelen aan zijn toegevoegd, menen wij dat er nu, 5 jaar later, door voortschrijdend inzicht aanleiding is om het plattelandsbeleid aan de hand van de discussienota nog eens tegen het licht te houden en te bezien of er nog onderwerpen ontbreken.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><strong><span>Ontwikkelingen op het platteland</span></strong></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Spanningen tussen landbouw en natuur en landschap</span></p> <p><span>De nota schetst op hoofdlijnen de ontwikkelingen op het platteland. Belangrijk punt dat mist in de nota, is het gegeven dat de landbouw de belangrijkste gebruiker is van het landelijk gebied en daarmee tevens een belangrijke verantwoordelijkheid heeft voor de kwaliteit van het landelijk gebied: dus ook voor natuur en landschap. Niet alle in de nota geschetste ontwikkelingen in de landbouw zijn goed voor de kwaliteit van natuur en landschap; integendeel, er zijn ontwikkelingen die haaks staan op de ruimtelijk kwaliteit van het landelijk gebied en ten koste gaan van de biodiversiteit. Denk aan het op stal houden van de koeien. Geen koeien meer in de wei is landschappelijk een enorme achteruitgang. De daaraan gekoppelde wijze van grasproductie leidt tot monotone raaigrasweiden die ecologisch een woestijn zijn. Of de steeds groter wordende agrarische bedrijfsbebouwing zonder enige vorm van landschappelijke inpassing.</span></p> <p><span>Ook in andere recente beleidsdocumenten zoals het visiedocument Duurzaam Deventer en het bestemmingsplan Buitengebied, wordt het meer ruimte geven aan de agrarische sector min of meer in &eacute;&eacute;n adem genoemd met behoud en versterking van natuur en landschap.</span></p> <p><span>Het bovenstaande geeft aan dat er spanningen optreden tussen de geschetste ontwikkelingen in de landbouw en de gewenste kwaliteit van natuur en landschap. De discussie nota hoeft nog geen uitspraak te doen wat daarvoor de oplossing zou kunnen zijn, maar op zijn minst moeten deze spanningen in beeld worden gebracht. </span></p> <p><span>De Adviesraad adviseert dan ook deze spanningen in de discussienota in beeld te brengen.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Biogas</span></p> <p><span>Bij de geschetste ontwikkeling in de landbouw voor de (inter)nationale markt willen wij bij het punt over het biogas een kanttekening plaatsen. Mestraffinage of &ndash;vergisting met als product biogas, is zeker interessant voor de rundveehouderij i.v.m. de mestverwerking. Er zit echter een schaduwzijde aan. Door een verantwoorde verwerking van mest die bovendien biogas oplevert, is het heel goed mogelijk dat er een intensivering van de veeteelt optreedt. Immers, de mestafzet is geen limiterende factor meer terwijl er tegelijkertijd energie wordt opgewekt. Onder het kopje Milieu (blz. 12) wordt dat ook onomwonden uitgesproken: gemeente en provincie spannen zich in om de productie van biogas te stimuleren. Daarmee wordt de basis gelegd om mestproductie te gebruiken als grondstof voor biogas terwijl het verantwoord verwerken van mest het hoofddoel zou moeten zijn waarbij biogas ontstaat dat een nuttige toepassing kan krijgen. Intensivering van de veehouderij is dan het gevolg hetgeen leidt tot een toename van import van vaak niet duurzaam geproduceerd veevoer. Het aspect &ldquo;duurzaamheid&rdquo; blijft bij de geschetste ontwikkelingen voor de landbouw ten onrechte geheel buiten beschouwing. Dat geldt overigens niet alleen in relatie met het biogas, maar in zijn algemeenheid wordt er geen aandacht besteed aan een duurzame ontwikkeling van land en tuinbouw en wat dat kan betekenen voor de kwaliteit van natuur en landschap.</span></p> <p><span>De Adviesraad adviseert het aspect duurzaamheid van de land- en tuinbouw in de discussienota een prominente rol te geven </span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Agrarisch natuurbeheer</span></p> <p><span>Onder het kopje Verbrede landbouw (blz. 9) wordt in &eacute;&eacute;n zin het agrarische natuurbeheer afgeserveerd: economisch niet interessant voor ondernemers. Dat is veel te kort door de bocht. Agrarisch natuurbeheer in combinatie met andere vormen van verbrede landbouw zoals recreatie, zorg en streekproducten is wel degelijk kansrijk. Ook andere vormen van landbouw met een natuurgerichte bedrijfsvoering zijn het onderzoeken waard: denk aan de Natuurderij van de Stichting IJssellandschap en Boeren voor Natuur op Twickel en in de Polder Biesland (Zuid-Holland). Juist een discussienota is het instrument om de platgetreden paden eens te verlaten en nieuwe wegen te verkennen. Denk eens &ldquo;out of the box&rdquo;!</span></p> <p><span>De Adviesraad adviseert om het agrarisch natuurbeheer een volwaardige plaats te geven in het plattelandsbeleid van de gemeente.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Natuur, landschap en ecologie</span></p> <p><span>De gevolgen van de rijksbezuinigingen voor de realisering van de EHS (grondverwerving en inrichting) lijken beperkt voor de gemeente Deventer omdat in veel gevallen juridisch harde afspraken zijn gemaakt. Het gaat echter niet om juridische <strong>afspraken</strong> maar om juridische <strong>verplichtingen</strong> waar ook de financi&euml;le verplichtingen aan zijn gekoppeld. Op dit moment blijkt landelijk, dat de rijksoverheid een ander beeld heeft bij dit soort verplichtingen dan de lagere overheden.</span></p> <p><span>De Adviesraad<span>&nbsp; </span>adviseert om de juridische hardheid van de afspraken nader te onderzoeken en vooral de <strong>juridische</strong> verplichtingen met de financi&euml;le consequenties te onderzoeken.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Het succes van de &ldquo;Groen-blauwe diensten&rdquo; in Salland en de wijze waarop dit is georganiseerd via de &ldquo;Kostbaar Salland&rdquo; vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het platteland. Dat deze vorm van landschapsbeheer steeds belangrijker wordt in tijden van opdrogende geldstromen, is evident. Het gaat echter alleen om landschapselementen. Deze dragen natuurlijk bij aan de ecologische kwaliteit en biodiversiteit van het landelijk gebied,<span>&nbsp; </span>maar er is meer nodig. Voor een volwaardig ecosysteem in het landelijk gebied is, naast de landschapselementen, het boerenland onontbeerlijk. De huidige intensieve agrarische bedrijfsvoering in een groot deel van het landelijk gebied laat weinig ruimte voor biodiversiteit en ecologische kwaliteit. Het agrarisch natuurbeheer, al of niet in combinatie met andere vormen van verbrede landbouw, of andere vormen van natuurgerichte landbouw kunnen een wezenlijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit en ecologische kwaliteit van het landelijk gebied. In dit verband valt het ons op dat er aan de biologische landbouw in het geheel geen aandacht wordt besteed.</span></p> <p><span>De Adviesraad adviseert om de biodiversiteit en de ecologische kwaliteit van het landelijke gebied in de context van het gehele landelijke gebied te beschouwen: niet alleen de landschapselementen, maar ook de natuurgebieden en het &ldquo;boerenland&rdquo;.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Natuurinformatie</span></p> <p><span>Tenslotte wordt de Milieuatlas Deventer genoemd als bron van informatie over het voorkomen en de verspreiding van soorten.<span>&nbsp; </span>De Adviesraad onderschrijft het belang van voldoende informatie, niet alleen voor gebiedsontwikkeling en natuurbeheer zoals in de discussienotie wordt genoemd, maar ook voor de realisering van wegenprojecten, bouwprojecten en andere ingrepen in het landelijk gebied. De waarde van de Milieuatlas valt of staat met de actualiteit van de waarnemingen. Daar heeft de Adviesraad enige twijfels over. Veel natuurinformatie (misschien wel bijna alle info) wordt door vrijwilligers verzameld. Lang niet alle informatie komt in de Milieuatlas terecht; waarschijnlijk het overgrote deel niet. In ons digitale tijdperk wordt veel informatie doorgegeven via de site &ldquo;waarnemingen.nl&rdquo; en blijft buiten het bereik van de Milieuatlas. Tevens wordt veel informatie die via de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO&rsquo;s zoals FLORON en SOVON) wordt verzameld rechtstreeks aan de PGO&rsquo;s doorgeleverd. Dat komt ook niet in de Milieuatlas.</span></p> <p><span>De Adviesraad adviseert om de door vrijwilligers verzamelde natuurgegevens beter te laten landen in de Milieuatlas. Betrokkenheid van vrijwilligers is daarbij onontbeerlijk. De Aviesraad ziet hier ook een rol weggelegd voor de gemeente ecoloog.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><strong><span>Uitgangspunt en doelstellingen</span></strong></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Het centrale uitgangspunt voor het plattelandsbeleid onderschrijven wij. Het feit dat de inzet van de gemeente is gebaseerd op kennis en initiatieven van bewoners, ondernemers en organisaties, spreekt ons zeer aan. Temeer, daar wij op dit moment bezig zijn om in samenwerking met het Platform Natuur en Milieu Deventer, de aanwezige kennis op het gebied van natuur, milieu en landschap te mobiliseren en op praktische wijze bruikbaar te maken o.a. voor de gemeente. Wij hebben daar onlangs over gesproken met wethouder mevr. De Jager.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>De doelstellingen als zodanig, behoeven slechts op een enkel onderdeel commentaar. Belangrijk is de onderlinge samenhang tussen de doelstellingen. Dat ontbreekt in de nota. Het is een opsomming van min of meer losse doelstellingen waarbij het bovendien niet duidelijk is of de volgorde ook betekenis heeft voor het belang dat de gemeente eraan hecht. Bovendien sluiten niet </span></p> <p><span>alle doelstellingen naadloos op elkaar aan. Er kunnen spanningen optreden. Wij hebben dat reeds benoemd in dit advies.</span></p> <p><span>De ruimtelijke kwaliteit van het platteland, waaronder begrepen landschap, natuur, cultuurhistorie, milieu, ecologie en water, dient het integratiekader te zijn waarmee de samenhang gewaarborgd kan worden. De ruimtelijke kwaliteit dient als een paraplu voor de andere doelstellingen zonder deze andere doelstellingen te kort te doen. De projecten die bijdragen aan de doelstellingen worden op deze wijze getoetst aan de ruimtelijke kwaliteit. Met andere woorden: de vraag is aan de orde of alle projecten daadwerkelijk bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en de biodiversiteit van het landelijk gebied. Op deze wijze worden de gesignaleerde spanningen tussen de landbouw en natuur en landschap in ieder geval zichtbaar gemaakt. Deze benadering kan bovendien bijdragen aan het stellen van prioriteiten voor projecten als er onvoldoende financiering is. </span></p> <p><span>De Adviesrad adviseert om meer samenhang te brengen in de doelstellingen. Deze samenhang kan worden bereikt door de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied als uitgangspunt te nemen. </span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><strong><span>Monitoring</span></strong><span></span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>In de discussienotitie wordt aan monitoring geen aandacht besteed. Nergens staan meetbare doelen. Er kan dus niet worden nagegaan of de doelstellingen zijn bereikt. Zelfs op het concrete niveau van de projecten worden geen meetbare doelen benoemd. Derden, en dus ook de burgers, kunnen niet zien of de doelen van het gemeentelijk plattelandsbeleid worden bereikt, laat staan dat de gemeente daarop kan worden afgerekend. Wij beschouwen dit als een omissie.</span></p> <p><span>De Adviesraad adviseert om meer met meetbare doelen te werken.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><strong><span>Samenvatting adviezen</span></strong><span></span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>De adviezen die we hebben geformuleerd komen, samengevat, op het volgende neer. </span></p> <p><span><span>1.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Breng de spanningen tussen de landbouw en natuur en landschap (incl. biodiversiteit) in de in beeld in de discussienota. </span></p> <p><span><span>2.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Geef het aspect duurzaamheid van de land- en tuinbouw in de discussienota een prominente rol. </span></p> <p><span><span>3.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Geef het agrarisch natuurbeheer een volwaardige plaats in het plattelandsbeleid van de gemeente.</span></p> <p><span><span>4.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Onderzoek de juridische hardheid van de afspraken en vooral de juridische <strong>verplichtingen</strong> met de financi&euml;le consequenties.</span></p> <p><span><span>5.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Beschouw de biodiversiteit en de ecologische kwaliteit van het landelijke gebied in de context van het gehele landelijke gebied: niet alleen de landschapselementen, maar ook de natuurgebieden en het &ldquo;boerenland&rdquo;.</span></p> <p><span><span>6.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Zorg ervoor dat de door vrijwilligers verzamelde natuurgegevens beter landen in de Milieuatlas. Betrokkenheid van vrijwilligers is daarbij onontbeerlijk. De Aviesraad ziet hier ook een rol weggelegd voor de gemeente ecoloog.</span></p> <p><span><span>7.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Zorg voor meer samenhang in de doelstellingen en beschouw de ruimtelijke kwaliteit als integratiekader</span></p> <p><span><span>8.<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span></span></span><span>Benoem meetbare doelen.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Met vriendelijke groet,</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu Deventer,</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Hans Grotenhuis</span><span>,<span>&nbsp; </span>lid Adviesraad</span></p> <p><span>1 augustus 2011</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> 2011-06-21 02:00:00 +0200 2011-11-23 13:14:44 +0100 2011-11-23 13:14:44 +0100 Eindrapportage ‘Deventer bezinnigt’ Door B&W gevraagd advies <p><span><span>Van<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>: Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer</span></span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span><span>Aan<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>:<span>&nbsp; </span>College van B&amp;W Gemeente Deventer</span></span></p> <p><span>Postbus 5000,<span>&nbsp; </span>7400 GC Deventer</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Betreft: advies naar aanleiding van eindrapportage &lsquo;Deventer bezinnigt&rsquo;.</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Geacht college,</span></p> <p><span>Op 27 april ontving de Adviesraad Natuur en Milieu van Ron Sint Nicolaas, regieteam &lsquo;Een kwestie van Kiezen&rsquo; de vraag<span>&nbsp; </span>om advies uit te brengen over de eindrapportage van &lsquo;Deventer bezinnigt&rsquo;.<span>&nbsp; </span>Door onbekende redenen heeft de Adviesraad Natuur en Milieu dit niet direct na het verspreiden van het rapport ontvangen. Daarom komt de reactie ook later dan de formele deadline. We kregen van dhr Nicolaas de mededeling dat het tot en met vandaag nog mogelijk was om via de mail een reactie te sturen. Dat doen we graag bij dezen.</span></p> <p><span>We willen allereerst onze waardering uitspreken voor het proces dat is uitgezet om mogelijkheden voor bezuinigingen te inventariseren en keuzes voor te bereiden. Zo is de kennis van maatschappelijke organisaties naar verwachting goed benut en kan de mogelijke pijn van bezuinigingen wellicht enigszins worden beperkt. </span></p> <p><span>Over de thema&rsquo;s natuur, milieu en duurzame ontwikkeling, de belangrijkste aandachtspunten van de Adviesraad Natuur en Milieu, komen we weinig tegen in de eindrapportage. Aan de ene kant hopen we dat op te kunnen vatten als een geruststelling. We menen hieruit te mogen concluderen dat de ambities uit de Visie Duurzaam Deventer ondanks de voorgenomen bezuinigingen volledig overeind blijven: Deventer werkt toe naar klimaatneutraliteit in 2030, wil de hoeveelheid restafval tot vrijwel 0 reduceren en maakt zich sterk voor biodiversiteit in de stad en in het landelijk gebied. Aan de andere kant lezen we nergens expliciet dat deze ambities overeind blijven, en missen we in feite een algehele strategische visie op de toekomst van de gemeente. Daarmee is het ook moeilijk om de te verwachten maatschappelijke effecten van het totale pakket aan bezuinigingen goed te kunnen beoordelen. We zouden graag expliciete duidelijkheid hebben over de ambities van de gemeente in dit verband: wat zijn de zaken waar niet aan getornd wordt ondanks de huidige noodzaak tot bezuinigingen. </span></p> <p><span>Naast onze zorg over het ontbreken van een heldere strategische visie willen we enkele onderdelen van de bezuinigingsvoorstellen met name noemen. Allereerst zijn we erg blij dat voorgesteld wordt om de subsidies voor de Ulebelt niet te beperken. De Ulebelt vervult een aantal zeer belangrijke functies voor de wijk en voor de stad als geheel, zowel op het gebied van recreatie als op het gebied van natuur- en milieueducatie en duurzame ontwikkeling. De activiteiten op de Ulebelt leveren een belangrijke bijdrage aan de realisering van de ambities uit de Visie Duurzaam Deventer, en kunnen rekenen op ruime en groeiende belangstelling en waardering vanuit omwonenden en andere gebruikers. </span></p> <p><span>Verder willen we aandacht vragen voor de voorstellen rondom &lsquo;toerekening kosten gemeentereiniging aan afvalstoffenheffing&rsquo;. Deze voorstellen roepen bij ons onduidelijkheden en vragen op.</span></p> <p><span>Naar aanleiding van voorstel BES 72: afvalplan niet uitvoeren: we verwachten dat dit leidt tot een stijging van kosten, door een stijging, of afname van de daling, van de hoeveelheid aangeboden restafval. Uiteraard kosten de maatregelen uit het afvalplan geld, maar het afvalplan richt zich op een combinatie van terugdringing van de hoeveelheid restafval, verbetering van de service en terugdringen van de kosten. Het schrappen van delen van het afvalplan gaat ten koste van het integrale karakter van het plan en kan daardoor dus gemakkelijk leiden tot stijgende kosten. Daarnaast kan het leiden tot slechtere service of ongunstiger scheidingsgedrag van de Deventer bevolking. Ook dat zijn ongewenste maatschappelijke effecten in een tijd waarin grondstoffen en energie steeds schaarser en duurder worden.</span></p> <p><span>Naar aanleiding van RP 114, het aanbieden van grotere modellen kliko&rsquo;s: er zijn verschillende onderzoeken waaruit blijkt dat het aanbieden van grotere modellen kliko&rsquo;s aan burgers direct leidt tot een toename van de hoeveelheid door burgers aangeboden restafval. De deskundigen van Circulus kunnen u hier nadere informatie over verstrekken. Dit is dus naar verwachting geen bezuinigingsmaatregel. </span></p> <p><span>Mochten Raad en College buiten dit proces van besluitvorming over bezuinigingen om besluiten voorbereiden over de uitvoering van het Afvalplan, dan ontvangen wij graag ter advisering de stukken daarover. </span></p> <p><span>Naar aanleiding van de voorstellen LEO 107 en LEO 112: we zien graag meer aandacht voor natuurlijk groenbeheer en voor natuurrijke speelplaatsen, maar zijn het eens met de nota dat besluitvorming hierover niet plaats moet vinden in het kader van bezuinigingen. Een hoogwaardige vorm van natuurlijk groenbeheer leidt tot andere kosten dan gangbaar groenbeheer (bijvoorbeeld meer afvoeren van maaisel in plaats van vaker maaien), maar niet zonder meer tot lagere kosten. Besluitvorming over natuurlijk groenbeheer moet gevoerd worden in het kader van uitwerking en concretisering van de ambities op het gebied van biodiversiteit uit de Visie Duurzaam Deventer. </span></p> <p><span>We maken ons ernstige zorgen over de maatschappelijke effecten van BES 82: afschaffen van de papieren versie van Deventer Nu. Hiermee verdwijnt naar onze inschatting een belangrijk en effectief communicatiekanaal van de gemeente met haar burgers. Wij verwachten dat de tijd nog niet rijp is voor het volledig vervangen van het papieren medium door een digitaal medium. Er zijn nog steeds veel mensen die niet of beperkt over internet kunnen beschikken, en ook de ervaren internetgebruiker zal niet vanzelfsprekend overgaan naar het digitaal raadplegen van de gemeentelijke informatie. We vragen daarom om een goed vooronderzoek van de te verwachten effecten, bijvoorbeeld op basis van ervaringen van eventuele andere gemeenten die deze stap al gezet hebben (als die er zijn). </span></p> <p><span>Ten slotte zijn we zeer ge&iuml;nteresseerd in het Bestuursconvenant Duurzaamheid Deventer Overijssel, dat dit voorjaar afgesloten is. We kunnen het niet vinden op de website van de gemeente, en evenmin op de website van de provincie, via de zoekfuncties die we tot nu toe geprobeerd hebben. </span></p> <p><span>We wensen u veel wijsheid toe in het verder afronden van dit lastige proces van besluitvorming over bezuinigingen, en hopen dat we een volgende keer sneller benaderd worden met een vraag om advies, zodat we meer tijd kunnen besteden aan het schrijven daarvan. </span></p> <p><span>Met vriendelijke groet,</span></p> <p><span>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu</span></p> <p><span>Drs Bauke J de Vries, voorzitter </span></p> 2011-05-02 02:00:00 +0200 2011-06-09 12:56:01 +0200 2011-06-09 12:56:01 +0200 Plaatsing Windturbines in de gemeente Deventer Door projectleider gevraagd advies <p><span>Van<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>: Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Aan<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>: </span></p> <p><span>College van B&amp;W Gemeente Deventer</span></p> <p><span>Postbus 5000</span></p> <p><span>7400 GC Deventer</span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Betreft: advies plaatsing Windturbines in de gemeente Deventer </span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Geacht college,</span></p> <p><span>Eind 2010 heeft de Adviesraad Natuur en Milieu de vraag gekregen om advies uit te brengen over de toepassing van windenergie in Deventer en de vergelijking van de onderzochte locaties. Hiertoe hebben de leden van de Adviesraad kopie&euml;n gekregen van de rapporten &lsquo;Actualisatie locatiestudie Windenergie gemeente Deventer, concept 24 maart 2010&rsquo;, en &lsquo;Ruimte en Milieu aspecten Windpark Kloosterlanden &ndash; Bedrijventerreinen A1, Deventer, concept 14 september 2010. Hieronder vindt u dit advies. </span></p> <p><span>De Adviesraad staat in beginsel positief tegenover de plaatsing van windmolens op het grondgebied van Deventer. Windmolens op land worden door veel deskundigen beschouwd als een van de meest rendabele vormen van duurzame energie. Het plaatsen van een aantal windmolens in de gemeente Deventer past goed in de ambitie van de gemeente om klimaatneutraal te worden. In dat verband is het belangrijk dat de gemeente de mogelijkheden voor energiebesparing en duurzame energieopwekking op eigen grondgebied benut zolang dat haalbaar is, onder andere met het oog op kosten en opbrengsten, draagvlak en planologische mogelijkheden. </span></p> <p><span>De Adviesraad kan instemmen met de conclusies uit de Actualisatie Locatiestudie Windenergie, waarin vooral bedrijventerrein Kloosterlanden en het te ontwikkelen bedrijventerrein A1 naar voren komen als meest geschikte locatie voor windmolens. Het sluit aan bij het industri&euml;le karakter van het gebied en is daarom daar naar verwachting ook het best landschappelijk in te passen. Het is bij beide locaties nog wel van belang om nader onderzoek te doen naar de mogelijke effecten op ecologie, met name op overvliegende ganzen (slaap- en foerageertrek) en broed- en trekvogels. De quick scan die nu is uitgevoerd lijkt tamelijk beperkt van karakter en besteedt onder andere nog geen aandacht aan de cumulatie van de effecten van de aanleg van de windmolens en andere ruimtelijke ingrepen in dit gebied. </span></p> <p><span>Om de landschappelijke kwaliteit langs de gehele A1 te bewaken, is het belangrijk om de ruimtelijke relatie tussen windmolens in Deventer en eventuele andere windmolens elders langs de A1 mede in ogenschouw te nemen. Door de grote hoogte van moderne windmolens strekt de onderlinge ruimtelijke be&iuml;nvloeding zich over een grote afstand uit. Een zorgvuldige plaatsing op de ene locatie kan sterk negatief worden be&iuml;nvloed door een windmolen op een andere locatie, ook al is dat er maar &eacute;&eacute;n. Daarom is overleg met andere gemeenten langs de A1 over het plaatsen van windmolens belangrijk. Hier ligt ook een belangrijke verantwoordelijkheid voor de provincies Gelderland en Overijssel, als mede trekkers van het project rondom gebiedsontwikkeling rond de A1-zone. </span></p> <p><span>De Adviesraad heeft een voorkeur voor het plaatsen van windmolens op bedrijventerreinen en indien mogelijk, tevens gekoppeld aan grote infrastructurele lijnen in het landschap zoals snelwegen en spoorlijnen. Op het te ontwikkelen bedrijventerrein A1en op het bestaande aangrenzende bedrijventerrein Kloosterlanden kan aan deze koppeling van voorkeuren worden voldaan.</span></p> <p><span>Toepassing van windenergie is in Nederland bepaald niet onomstreden. Maatschappelijke bezwaren richten zich voor een belangrijk deel op de aantasting van het landschap. Moderne windmolens zijn hoog en daardoor van verre waarneembaar; daar kun je ook niets aan veranderen. Je kunt ze niet &ldquo;wegmoffelen&rdquo;. De Adviesraad adviseert daarom voor een heldere en duidelijke plaatsingsstrategie te kiezen. Laat de windmolens duidelijk zien in hun landschappelijke context, ook op grotere afstand. De maatschappelijke discussie over mooi en lelijk, horizonvervuiling en andere subjectieve argumenten zijn vanuit omwonenden volstrekt legitiem, maar leiden doorgaans niet tot een oplossing en zeker niet tot een uit landschappelijk oogpunt optimale situatie.</span></p> <p><span>Daarnaast zijn er ook personen en organisaties die twijfels plaatsen bij de bijdrage die windmolens kunnen leveren aan werkelijke reductie van het gebruik van fossiele energie en de bijbehorende uitstoot van CO2. Het Nationaal Kritisch Platform Windenergie is een organisatie die veel van deze kritiek bundelt en die het verzet tegen de plaatsing van windmolens ondersteunt. Dit Platform betoogt dat het opstellen van windmolens in de praktijk niet of nauwelijks leidt tot afname van de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit uit fossiele brandstoffen. Dat komt volgens het Platform onder andere door de grote variatie in het windaanbod. De grootschalige fossiele elektriciteitscentrales moeten daarom blijven draaien, of er nu veel of weinig wind is. </span></p> <p><span><span>Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) gaat in de publicatie &lsquo;Brandstofmix elektriciteit 2020&rsquo; uit december 2009 uitgebreid in op dit onderwerp. Dit rapport concludeert dat &ldquo;<span>Intermittency problemen bij de verwachte toekomstige grootschalige inzet van windenergie&rsquo;&rsquo; een serieus punt van aandacht zijn, maar dat er ook verschillende soorten oplossingen voor zijn, onder meer het (internationaal) meer verbinden van elektriciteitsnetwerken, het beter flexibiliseren van de opwekking van fossiele elektriciteit en het ontwikkelen van Smart Grids (intelligente en interactieve elektriciteitsnetwerken). Daarom stelt het ECN dat zowel nu als in de toekomst een substantieel percentage windenergie goed onderdeel kan uitmaken van onze totale elektriciteitsvoorziening. Ook nu zijn energiebedrijven al bezig met het cre&euml;ren van extra flexibele fossiele elektriciteitsopwekking, zo bouwt Eneco een grote flexibele gasgestookte centrale op de Maasvlakte, juist met als doel om deze in te zetten om fluctuaties in vraag en aanbod beter te kunnen opvangen.</span></span></span></p> <p><span><span><span>Op basis van deze studie en deze ontwikkelingen concludeert de Adviesraad dat deze vraagstukken geen reden hoeven te zijn om in Deventer af te zien van het plaatsen van windmolens. Het blijft echter wel heel belangrijk om in de communicatie rondom de verdere besluitvorming over plaatsing hier serieus aandacht aan te besteden, en een re&euml;el beeld te schetsen van de verwachte opbrengsten van de Deventer windmolens. Ook zou de gemeente Deventer elders haar invloed moeten aanwenden om ontwikkelingen in de richting van duurzame energienetwerken en flexibele elektriciteitsopwekking te stimuleren.</span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>In het rapport &lsquo;Ruimte en milieu aspecten Windpark Kloosterlanden- Bedrijventerrein A1 Deventer&rsquo;, dat de gemeente heeft laten opstellen, wordt nog geen aandacht besteed aan dergelijke onder-werpen. Ook wordt daar gesteld dat windenergie in het geheel niet leidt tot CO2 uitstoot. Dat is eveneens te optimistisch. Overzichtsstudies naar de CO2-uitstoot van windenergie gedurende de hele levenscyclus komen uit op een CO2-uitstoot per kWh van ongeveer 10 tot 20 gram. Vergeleken met de 560 gram per fossiel opgewekte kWh is dit dus wel een forse reductie.<span>&nbsp; </span>De &lsquo;Energy return on investment&rsquo; voor een grote windmolen ligt tussen de 20 en de 40, wat betekent dat een windmolen gedurende zijn levensduur 20 tot 40 keer zo veel energie oplevert als de productie en de afvalverwerking samen kosten. </span></span></span></p> <p><span>Om lokale betrokkenheid bij de Deventer windmolens te cre&euml;ren, stelt de Adviesraad voor om de mogelijkheden te onderzoeken voor het oprichten van een Deventer windmolenco&ouml;peratie, waar huishoudens en bedrijven in kunnen mee investeren en meeprofiteren van de opbrengsten van de windmolens. Dit zou een positieve invloed kunnen hebben op het draagvlak, omdat de windmolens niet van een anonieme exploitant zijn, maar deels van Deventer huishoudens en bedrijven. </span></p> <p><span>Samengevat staat de Adviesraad in beginsel positief tegenover de plaatsing van windmolens in Deventer. Betrouwbare en genuanceerde informatievoorziening is van groot belang voor het zorgvuldig onderbouwen van beslissingen en het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak. Daarin moet ook zeker aandacht zijn voor de mogelijke of veronderstelde nadelen of beperkingen van de toepassing van Windenergie.</span></p> <p><span>Met vriendelijke groet,</span></p> <p><span>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu</span></p> <p><span>Drs Bauke J de Vries, voorzitter </span></p> 2011-02-08 01:00:00 +0100 2011-06-09 12:39:48 +0200 2011-06-09 12:39:48 +0200 Meerjarig onderhoudsplan Borgele Ongevraagd advies aan B&W. <p><span>Van<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>: Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer</span></p> <p><span>Aan<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>: College van B&amp;W Gemeente Deventer</span></p> <p><span>Betreft: MJOP Borgele </span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> <p><span>Geacht college,</span></p> <p><span>Wij willen graag onze zorgen uitspreken over de gang van zaken rondom het Meerjaren Onderhoudsplan Borgele, vooral met betrekking tot het onderdeel groenbeheer. Zonder hier op de details van het Definitief Ontwerp in te gaan constateren we enkele zaken die ons zorgen baren.</span></p> <p><span>De plannen lijken te leiden tot een verschraling van de kwaliteit van het groen in Borgele, vooral als het gaat om variatie in structuur en de ruimte voor bomen, bosplantsoen en heesters. Dit heeft verschillende mogelijke nadelen, onder meer esthetisch (een eentoniger beeld) en ecologisch (minder plekken voor vooral vogels en vlinders). Daarmee lijken de plannen niet in overeenstemming met doelen die eerder geformuleerd zijn in het Groenbeleidsplan 2007 &ndash; 2012 en in de Visie Deventer Duurzaam. Beide documenten besteden ruim aandacht aan de ecologische betekenis van groen in de stad en het streven naar meer biodiversiteit in de gemeente. </span></p> <p><span>In het proces zoals dat zich nu afspeelt lijkt weinig gebruik gemaakt te worden van de deskundigheid en betrokkenheid van de wijkbewoners die zich verenigd hebben in de Werkgroep Borgele Groen. <span>&nbsp;</span>Ook vanuit individuele bewoners zijn er veel constructieve reacties geweest vanuit de wijk. Bij het beter benutten van de aanwezige kennis en betrokkenheid zijn er volgens ons meer mogelijkheden om de (o.a. financi&euml;le) belangen van de gemeente te combineren met de voorstellen vanuit de Werkgroep. Een streven naar synergie kan leiden tot een betere kwaliteit van de wijk en tevens tot een betere<strong> </strong>relatie met actieve en betrokken burgers in de wijk. </span></p> <p><span><span>We begrijpen de noodzaak van grondig onderhoud van het groen in Borgele en hebben uiteraard oog voor de moeilijke financi&euml;le positie van de gemeente op dit moment. Toch denken we dat er mogelijkheden zijn om de belangen van de verschillende betrokken partijen beter te combineren dan nu het geval is. We willen als Adviesraad graag een rol spelen in het nadenken over concrete mogelijkheden om dit vorm te geven. We wachten uw reactie met veel belangstelling af.<span>&nbsp; </span></span></span></p> <p><span>Ten slotte zouden we het op prijs stellen als we als Adviesraad Natuur en Milieu op de hoogte gesteld worden van plannen zoals dit MJOP, zodat we in de gelegenheid zijn om daar op te reageren. We constateren dat er regelmatig plannen worden gepubliceerd die direct raakvlakken hebben met de deskundigheid van de Adviesraad, zonder dat we via onze ambtelijke contactpersoon hierover ge&iuml;nformeerd zijn. Dat maakt het lastig voor ons om onze rol als adviesorgaan aan het College over plannen op het gebied van natuur, milieu en duurzaamheid goed in te vullen. We hopen in deze situatie in de nabije toekomst verbetering te brengen, onder andere via een gesprek met de Programma-Onderdeel-Manager groenbeheer dat we op korte termijn zullen afspreken. </span></p> <p><span><span><span>&nbsp;</span>Met vriendelijke groet,</span></span></p> <p><span>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu</span></p> <p><span>Drs Bauke J de Vries, voorzitter </span></p> 2010-10-10 02:00:00 +0200 2011-06-09 12:37:24 +0200 2011-06-09 12:37:24 +0200 Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 Door projectleider gevraagd advies <p><span><span>De Adviesraad heeft veel waardering voor de samenwerking tussen de gemeenten, voor de integrale aanpak in de Structuurvisie en voor de grote aandacht voor duurzaamheid binnen de principes die in de Structuurvisie beschreven worden. De inhoudelijke kritiek op de ruimtelijke keuzes richt zich vooral op de IJsselsprong Deventer :</span></span></p> <p><span><span>-De onderbouwing van de noodzaak voor de IJsselsprong is zwak,in de gehanteerde rekenmethoden zitten diverse onduidelijkheden en twijfelachtige aannames.</span></span></p> <p><span><span>-In de strategische Milieubeoordeling wordt de IJsselsprong Deventer veel te positief beoordeeld. De effecten op ecologie en natuur en landschap worden onderschat en op het punt ven bereikbaarheid wordt de IJsselsprong veel te positief gewaardeerd.</span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span>Advies:</span></span></p> <p><span><span>- Behoefte extra huizen bepalen op basis van actuelere gegevens en de behoefte dynamisch meenemen in planperiode zodat eventuele veranderingen kunnen leiden tot uitstel dan wel vervroegd uitvoeren van de plannen.</span></span></p> <p><span><span>- De ecologische waarden van het gebied, vooral van het Stadsland dienen in kaart te worden gebracht.</span></span></p> <p><span><span>- Zorg voor flankerend beleid om het openbaar vervoer te stimuleren.</span></span></p> <p><span><span>- Werk intensiever samen met lokale natuurorganisaties ten einde een goed beeld te krijgen van de natuurwaarden in het betreffende gebied.</span></span></p> <p><span><span>- Het Voorbeeldenboek Lokale Duurzaamheid van de gemeente Apeldoorn kan als stimulans werken voor het realiseren van een duurzame leefomgeving in de Stedendriehoek.</span></span></p> 2010-03-08 01:00:00 +0100 2011-06-09 12:29:31 +0200 2011-06-09 12:29:31 +0200 ‘Masterplan Rielerenk – Douwelerkolk Door Projectleider gevraagd advies. <p><span>Van<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>: Adviesraad Natuur en Milieu gemeente Deventer</span></p> <p><span>Aan<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>: Marlies Spreen, <span>&nbsp;</span>Gemeente Deventer</span></p> <p><span>Betreft: reactie op &lsquo;Masterplan Rielerenk &ndash; Douwelerkolk, november 2009 </span></p> <p><span>Geachte mevrouw Spreen,,</span></p> <p><span>Onlangs ontving de Adviesraad Natuur en Milieu het Masterplan Rielerenk - Douwelerkolk, met het verzoek om daar op te reageren. Hieronder vindt u de reactie van de Adviesraad Natuur en Milieu op dit document. </span></p> <p><span>Het Masterplan kenmerkt zich door een goede balans tussen aandacht voor natuurgerichte recreatie en natuurbehoud. Het gebied is voor beide doelen van grote betekenis en beide functies moeten dus goed ontwikkeld worden, op een zodanige manier dat de belangen elkaar zo veel mogelijk versterken. De keuze voor te behouden en nieuw te ontwikkelen paden sluit aan bij een logische visie over zonering van het gebied, waarbij de kwetsbaarste gebieden beperkte toegankelijkheid kennen. </span></p> <p><span>Het commentaar op de varianten door het Platform Schalkhaar en het Platform Natuur en Milieu is, voor zover dat mogelijk was, op een zorgvuldige manier verwerkt in het uiteindelijke Masterplan. </span></p> <p><span>De ecologische verbindingszone langs het Overijssels Kanaal krijgt helaas maar weinig ruimte, vanwege de aanwezigheid van de sportvoorzieningen. Het is zaak om binnen de huidige mogelijkheden deze ecologische verbindingszone zo robuust mogelijk te ontwikkelen. </span></p> <p><span><span>Een van de belangrijkste aandachtspunten is het ontwikkelen van het beheer op een integrale manier voor het hele gebied, vanuit een lange termijn perspectief. Het versterken en behouden van de waarden van het gebied voor natuur en omwonenden vereist continu&iuml;teit en zekerheid over een lange periode, zeker veel langer dan de zittingsperiode van een gemeenteraad. Dit maakt de realisatie van de visie in potentie kwetsbaar, vanwege mogelijk veranderende politieke keuzes over besteding van budgetten. Het is zorgelijk dat er nu een omvangrijk en ambitieus plan ligt zonder dat er zicht is op dekking van de benodigde kosten.<span>&nbsp; </span></span></span></p> <p><span>Een ander wezenlijk aandachtspunt is de monitoring van de natuurwaarden in het hele gebied. Het is belangrijk om hier een goed integraal plan voor op te zetten, in nauwe samenwerking met lokale natuurorganisaties. De resultaten van de monitoring kunnen gebruikt worden voor actieve communicatie vanuit de gemeente over het gebied (zonder dat de gemeente daarbij in detail hoeft te treden over de aanwezigheid van kwetsbare of zeldzame soorten). </span></p> <p><span>Tenslotte wil de Adviesraad wijzen op het grote belang van communicatie. Om zorgvuldig gebruik van het gebied door recreanten en omwonenden te bevorderen, is actieve en regelmatige communicatie over het gebied van groot belang. Dat kan zowel door zichtbare voorzieningen in het gebied (borden, routes) als door informatie via de website van de gemeente Deventer (achtergrondinformatie, te downloaden GPS-routes, monitoringgegevens) als door schriftelijke informatie (folders, een boek, onderwijsmateriaal). Ook hier liggen goede mogelijkheden voor samenwerking met de lokale natuur en milieuorganisaties. </span></p> <p><span>Met vriendelijke groet,</span></p> <p><span>Namens de Adviesraad Natuur en Milieu</span></p> <p><span>Bauke de Vries</span></p> 2010-03-02 01:00:00 +0100 2011-06-09 12:26:30 +0200 2011-06-09 12:26:30 +0200 Locatiekeuze spoortunnel Rivierenwijk Door B&W gevraagd advies <p><em><span><span>-De nieuwe spoortunnel dient zodanig gesitueerd te worden dat de bewoners van de Rivierenwijk,dit gebied beter kunnen benutten voor natuurgerichte recreatie.</span></span></em></p> <p><em><span><span></span></span></em><em><span>&nbsp;</span></em><em><span><span>- De reisafstand en &ndash;tijd tussen Rivierenwijk en Sportpark Rielerenk / Deventer Ziekenhuis moet verkort worden, wat er tevens toe kan bijdragen dat meer mensen vanuit de Rivierenwijk de fiets nemen om deze bestemmingen te bereiken.</span></span></em><em><span>&nbsp;</span></em></p> <p><em><span><span>- Sociaal veilig; verkeersveilig; niet steiler / dieper dan noodzakelijk; duurzame / eenvoudig te onderhouden materialen.</span></span></em><em><span>&nbsp;</span></em></p> <p><em><span><span><span>&nbsp;</span>- Geleiding van wandelaars en fietsers in het gebied moet zodanig zijn dat fietsen en wandelen buiten de nu bestaande of te ontwikkelen fietspaden niet mogelijk is. </span></span></em></p> <p><em><span>&nbsp;</span></em><em><span><span>- Voor het vaststellen van de huidige waarde en mate van kwetsbaarheid is het belangrijk om gebruik maken van aanwezige kennis en monitoringsgegevens van groene organisaties. Als de huidige informatie niet compleet is, is het belangrijk om aanvullende monitoring te laten uitvoeren.</span></span></em><em><span>&nbsp;</span></em></p> <p><em><span>-Het is<span>&nbsp; </span>van belang om een integrale visie te ontwikkelen op functies en kwaliteiten van de Douwelerkolk, en het beheer dat nodig is om de gewenste kwaliteiten te behouden / ontwikkelen. Die visie kan meehelpen om ook keuzes betreffende ontsluiting van de Douwelerkolk voor voetgangers en fietsers beter te onderbouwen</span></em></p> 2010-03-02 01:00:00 +0100 2011-06-08 14:56:06 +0200 2011-06-09 12:10:29 +0200 Visie Duurzaam Deventer Visie Duurzaam Deventer, koersdocument voor het nieuwe Milieubeleidsplan 2009-2014,dd april 2009. Door B&W gevraagd advies. <ul> <li>De Adviesraad waardeert de ambitie om Duurzaamheid tot een van de speerpunten van het gemeentelijke beleid te maken. </li> </ul> <p>Het&nbsp; &ldquo;<a href="/bestuur/gemeenteraad/gemeenteraad/2009/6/10/raadsvergadering-10-juni-2009/visie-duurzaam-deventer/visie-duurzaam-deventer" title="Naar de nota">Koersdocument voor het nieuwe Milieubeleidsplan 2009-2014</a>&rdquo;.geeft deze ambitie invulling:</p> <ul> <li>Klimaat: Klimaatneutraal in 2030. </li> <li>Afval: Restafval 25 kg per inwoner in 2030 </li> <li>Biodiversiteit: De das terug in Deventer. </li> </ul> <p>Uit de ervaringen met de beleidsplannen 2003-2006 en 2006-2009 is gebleken dat ambities geen garantie zijn voor succes.</p> <ul> <li>De Adviesraad beveelt ten sterkste aan heldere en duidelijke doelstellingen te formuleren, tussendoelen te benoemen en de voortgang te controleren aan de hand van specifieke en controleerbare gegevens. </li> <li>De tot nu toe genoemde gemeentelijke middelen voor uitvoeringsplannen lijken de Adviesraad tot nu toe onvoldoende. </li> <li>Deventer was ooit zonneboilerstad van Nederland. Deze voorsprong dreigt verloren te gaan door het ontbreken van een onderhoudsprogramma. De gemeente zou hier initiatief moeten nemen. </li> <li>Voor woningen en woningbouw locaties moeten scherpe duidelijke doelstellingen worden geformuleerd. </li> <li>Gevraagd wordt de kennis van Natuur en Milieuclubs beter te gebruiken bij het herstel van stadsparken en het bereiken van doelen op het gebied van biodiversiteit. </li> <li>Bij gedragsaspecten en communicatie met burgers moet worden aangesloten op mogelijkheden die burgers zelf hebben. </li> <li>Tot nu toe heeft het biodiversiteitbeleid in Deventer weinig aandacht gehad. Hier zouden zo snel mogelijk doelen moeten worden gesteld, Tot nu toe werd achteruitgang geconstateerd. </li> <li>Om de ambities op het gebied van Afval in te vullen zijn al enige doelen geformuleerd en zijn&nbsp; goed te controleren, voor klimaat moeten nog veel&nbsp; details worden ingevuld en voor biodiversiteit zijn deze nauwelijks zichtbaar. </li> </ul> 2009-09-01 15:24:00 +0200 2010-03-04 14:24:06 +0100 2010-03-05 11:19:23 +0100 Ruimte voor de Rivier Deventer Door B&W gevraagd advies <p><span><span><span>Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel</span></span></span></p> <p><span><span><span>t.a.v de heren H. Heilen<span>&nbsp; </span>en R. Mater</span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>betreft: reactie op de alternatieven voor &lsquo;Ruimte voor de Rivier Deventer&rsquo;.</span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>Deventer, 13 mei 2008 </span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>Geachte colleges,</span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>Eind april zijn enkele leden van de Adviesraad Natuur en Milieu aanwezig geweest bij een presentatie van de alternatieven voor &lsquo;Ruimte voor de Rivier&rsquo; bij Deventer, bij de Worp en de Keizers- en Stobbewaarden. Hieronder vindt u de voorkeur van de Adviesraad en de overwegingen daarbij.</span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>De aanwezige leden van de Adviesraad hebben een voorkeur voor een combinatie van de alternatieven B en C. Voor de Worp en omgeving gaat de voorkeur uit naar alternatief C, voor de Keizers- en Stobbewaarden gaat de voorkeur uit naar alternatief B met de Natuurderij van Stichting IJssellandschap. </span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>De voorkeur voor alternatief C bij de Worp is gebaseerd op een inschatting van de effecten van de ingrepen op het Worp-plantsoen en op de mogelijkheden voor natuurgerichte recreatie in het gehele gebied. We vinden het van grote betekenis dat inwoners en bezoekers van Deventer het landschap en de natuur rondom de IJssel kunnen ervaren en beleven. Dat betekent enerzijds ruimte voor dynamische riviernatuur, maar anderzijds ook aandacht voor toegankelijkheid en beleefbaarheid. Alternatief C voor de Worp sluit daar naar onze inschatting het best bij aan, vooral ook vanwege de combineerbaarheid met alternatief B in de Keizers- en Stobbewaarden.<span>&nbsp; </span>De uitwerking van alternatief C in de Keizers- en Stobbewaarden heeft allerminst onze voorkeur, omdat de invulling met traditionele landbouw te weinig de specifieke kansen van de rivieruiterwaarden op het gebied van biodiversiteit en natuurgerichte recreatie benut. </span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>Voor de Keizers- en Stobbewaarden gaat onze voorkeur uit naar alternatief B, met daarin de Natuurderij. De Natuurderij biedt naar onze inschatting goede mogelijkheden voor het combineren van biodiversiteit, natuurgerichte recreatie, landschappelijke variatie en mogelijkheden voor beleving en educatie. De uitwerking van alternatief B in de Worp spreekt ons allerminst aan, vanwege de sterke nadruk op techniek en harde, onnatuurlijke elementen. </span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>Omdat wij uit de presentatie begrepen dat alternatief A bij de Worp zich niet laat combineren met de Natuurderij, in verband met de vereiste verlaging van de uiterwaarden in de Keizers- en Stobbewaarden, zijn wij afgestapt van onze intu&iuml;tieve voorkeur voor alternatief A. Mocht de combinatie van alternatief C in de Worp en de Natuurderij in het noordelijke gebied evenmin mogelijk zijn, dan gaat onze voorkeur alsnog uit naar alternatief A, vanwege de grotere bijdrage die dit alternatief levert aan biodiversiteit en milieukwaliteit.</span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>met vriendelijke groet,</span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> <p><span><span><span>namens de Adviesraad Natuur en Milieu,</span></span></span></p> <p><span><span><span>Bauke de Vries</span></span></span></p> <p><span><span><span>voorzitter</span></span></span></p> 2008-05-13 02:00:00 +0200 2011-06-09 12:22:40 +0200 2011-06-09 12:22:40 +0200 Voorstel voor herinrichting Zandwetering, traject Diepenveen. Door B&W gevraagd advies: <p><span><span>&nbsp;</span></span><span><span><span>- De Adviesraad waardeert de hoofddoelstelling van de voorstellen: het combineren van wateropvangmogelijkheden, verbeteren van waterkwaliteit en levenskansen voor planten en dieren, en recreatieve mogelijkheden.</span></span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span><span>- De zorgen van de Adviesraad richten zich met name op &lsquo;het salamanderrondje&rsquo;, een gebied dat nu in beheer is bij Stichting Natuur Anders</span></span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span><span>-De retentiegebieden dienen gescheiden te blijven van de huidige poelen.</span><span></span></span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span><span>-De plekken waar nu de genoemde bijzondere beplanting voorkomt, dienen niet verder vergraven te worden</span></span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span><span>-Voor het bepalen van de detaillering van de inrichting in en rond het &lsquo;Salamanderrondje&rsquo; dient contact opgenomen te worden met de Stichting Natuur Anders</span></span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span><span>- Met betrekkelijk eenvoudige middelen zijn belangrijke natuurwaarden te cre&euml;ren. De Adviesraad Natuur en Milieu denkt graag mee over de wijze waarop dit het beste kan gebeuren. </span></span></span></p> <p><span><span>&nbsp;</span></span></p> 2008-03-19 12:55:00 +0100 2010-03-05 12:56:34 +0100 2010-03-05 12:56:34 +0100 Concept Groenbeleidsplan 2007-2017 Door B&W gevraagd advies. <ul> <li>Natuur- en milieukennis verankeren in de gemeentelijke organisatie&nbsp; </li> <li>Proactief communiceren over groenbeleid en &ndash;beheer, en over groen in de gemeente.&nbsp; </li> <li>Geplande ecologische verbindingszones veilig stellen&nbsp; </li> <li>Visie ontwikkelen over de mogelijke rol van volkstuinen voor educatie, recreatie en integratie.&nbsp;&nbsp; </li> <li>Biodiversiteit in de woonomgeving duidelijker zichtbaar maken in het plan&nbsp; </li> <li>Ecologische kwaliteit van water en oevers handhaven en versterken </li> </ul> 2007-02-21 14:25:00 +0100 2010-03-04 14:25:55 +0100 2010-03-05 11:38:44 +0100 Het Waterplan Deventer Door B&W gevraagd advies. <ul> <li>Besteed aandacht aan tweerichtingsverkeer bij communicatie over het waterplan.&nbsp;</li> <li>De vergravingen die zijn gepland langs de IJssel zodanig inpassen en te omlijsten, dat natuurwaarden waar mogelijk behouden blijven en nieuwe natuur wordt ingepast of aangebracht.&nbsp;</li> <li>Nevengeul IJssel voor het hotel langs.&nbsp;</li> <li>Het aan te brengen waterbergend vermogen van de Dortherbeek en Zandwetering moet zo min mogelijk ten koste gaan van natuurwaarden en recreatiemogelijkheden.&nbsp;</li> <li>Besteed aandacht aan het uitbaggeren van Buitengracht en Noordenbergsingel.</li> </ul> 2006-10-24 16:12:00 +0200 2010-03-04 15:12:25 +0100 2010-03-05 11:27:03 +0100 Actieplan 2005-2006 Plattelandsontwikkeling. Door B&W gevraagd advies: <ul> <li>Zorg voor een integrale benadering van het landelijke gebied in de gemeente Deventer&nbsp;</li> <li>Zorg voor samenhang en afstemming tussen de deelprojecten.&nbsp;</li> <li>Duurzame landbouw is meer dan economisch duurzame landbouw&nbsp;</li> <li>Zorg voor het verzamelen, ontsluiten en gebruiken van kennis over natuur en landschap&nbsp;</li> <li>Betrek lokale en regionale organisaties intensief bij inventarisaties, planvorming en uitvoering&nbsp;</li> <li>Besteed aandacht aan financi&euml;le dekking van de uitvoering van projecten&nbsp;</li> <li>Houd rekening met veranderingen op het gebied van milieu- en ruimtelijke wetgeving</li> </ul> 2005-12-12 15:32:00 +0100 2010-03-04 15:32:52 +0100 2010-03-05 11:42:23 +0100 Resultaten lokale Duurzaamheidsmeter 2005 van gem. Deventer Door B&W gevraagd advies: <p>Klimaatbeleid:</p> <ul> <li>Stel de ambities voor EPL bij nieuwbouw en herstructurering bij&nbsp;</li> <li>Besteed aandacht aan monitoring van al aanwezige energiebesparende voorzieningen, en werk daarbij samen met lokale kennisinstellingen&nbsp;&nbsp;</li> <li>Ondersteun de totstandkoming van een Mens- en Milieuvriendelijk woningbouwproject in Steenbrugge. </li> </ul> <p>Duurzaam ondernemen gemeentelijke organisatie:</p> <ul> <li>Gebruik biologische producten uit de regio in de eigen bedrijfsvoering.&nbsp;</li> <li>Besteed veel aandacht aan duurzaamheid bij de realisatie van het nieuwe stadskantoor</li> </ul> <p>Gemeenten en natuur:</p> <ul> <li>Stel een stadsecoloog aan</li> </ul> 2005-11-01 15:37:00 +0100 2010-03-04 15:37:40 +0100 2010-03-05 11:50:05 +0100 Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 Door B&W gevraagd advies <p><span><span>De Adviesraad heeft veel waardering voor de samenwerking tussen de gemeenten, voor de integrale aanpak in de Structuurvisie en voor de grote aandacht voor duurzaamheid binnen de principes die in de Structuurvisie beschreven worden. De inhoudelijke kritiek op de ruimtelijke keuzes richt zich vooral op de IJsselsprong Deventer :</span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span>-De onderbouwing van de noodzaak voor de IJsselsprong is zwak, in de gehanteerde rekenmethoden zitten diverse onduidelijkheden en twijfelachtige aannames.</span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span>- In de strategische Milieubeoordeling wordt de IJsselsprong Deventer veel te positief beoordeeld. De effecten op ecologie en natuur en landschap worden onderschat en op het punt ven bereikbaarheid wordt de IJsselsprong veel te positief gewaardeerd.</span></span></p> <p><span><span></span></span></p> <p><span><span>Advies:</span></span></p> <p><span><span>- Behoefte extra huizen bepalen op basis van actuelere gegevens en de behoefte dynamisch meenemen in planperiode zodat eventuele veranderingen kunnen leiden tot uitstel dan wel vervroegd uitvoeren van de plannen.</span></span></p> <p><span><span>- De ecologische waarden van het gebied, vooral van het Stadsland dienen in kaart te worden gebracht.</span></span></p> <p><span><span>- Zorg voor flankerend beleid om het openbaar vervoer te stimuleren.</span></span></p> <p><span><span>- Werk intensiever samen met lokale natuurorganisaties ten einde een goed beeld te krijgen van de natuurwaarden in het betreffende gebied.</span></span></p> <p><span><span>- Het Voorbeeldenboek Lokale Duurzaamheid van de gemeente Apeldoorn kan als stimulans werken voor het realiseren van een duurzame leefomgeving in de Stedendriehoek.</span></span></p> <p><span>&nbsp;</span></p> 2005-10-25 21:46:00 +0200 2010-03-08 20:47:11 +0100 2010-03-08 20:47:11 +0100 Uitwerking bomenbeleid Door B&W gevraagd advies. <p><strong>Uitwerking bomenbeleid</strong></p> <ul> <li>De Adviesraad pleit voor een verduidelijking van de term &ldquo;bomen in het groen&rdquo; genoemd op blz. 20; 1e uitgangspunt en op blz. 37; sfeerbeeld (compacte woonsfeer). <br />Specifiek aandacht voor het beheer van bomen in het gras. Het voorkomen van schade door maaimachines aan de stamvoeten van bomen. Het opnemen van preventieve maatregelen in het handboek &ldquo;Aanplant en beheer van bomen&rdquo; </li> <li>Toevoegen van laan op de Worp naast het Worp-plantsoen.<br />Afzien van omvorming laanstructuur Hoge Hondstraat en Boerhavelaan daar de huidige bomen nog in een goede conditie verkeren.&nbsp;</li> <li>Eenmalig het budget voor laanboomverjonging aanwenden voor onderzoek naar het onderhoud van de bermen langs de lanen, op maaischade aan wortels en stam en voor het aanzien van de laan.&nbsp;</li> <li>Bij de randvoorwaarden voor een bomenstructuur in verhardingen een aanvulling op de&nbsp; bomenparagraaf&nbsp; (blz. 33; 4e alinea).&nbsp; Toevoegen: aandacht&nbsp; voor&nbsp; de wijze waarop&nbsp; de&nbsp; boomspiegel (ruimte rond de boom) wordt achtergelaten. De extra kosten hiervoor kunnen worden geput uit de 750 euro verhoging aanschafwaarde.&nbsp;</li> <li>De adviesraad staat een gematigd snoeibeleid voor. Dat wil zeggen geen radicale snoei maar beperken tot het verwijderen van dood hout en t opsnoeien en kroondunnen met mate!&nbsp;</li> <li>Bij monumentale bomen toevoegen: Er kan hier dus sprake zijn van &eacute;&eacute;n boom of een groep van 2&nbsp; tot 25 gelijkwaardige bomen, zoals een oprijlaan, boomgroep of leilinden.</li> </ul> 2005-08-03 16:15:00 +0200 2010-03-04 15:15:37 +0100 2010-03-05 11:34:18 +0100 MER Bedrijvenpark A1 Door B&W gevraagd advies: <ol> <li>Actualiseren van de behoefteraming aan bedrijventerreinen en kantoorruimte.&nbsp;</li> <li>Plaats distributiekavel herzien ivm grote verslechtering van de kwaliteit van Natuur en Milieu ter plaatse.&nbsp;</li> <li>De hoge ambitie op het gebied van duurzaamheid zou concreet moeten worden ingevuld.&nbsp;</li> <li>Bevestig dat de Ecologische Verbindingszone (EVZ) Model Kamsalamander en de Specifieke Ecologische Doelstelling (SED) Dortherbeek nog steeds deel uit maken van het beleid met betrekking tot de EHS.</li> </ol> 2005-07-25 16:46:00 +0200 2010-03-04 15:46:15 +0100 2010-03-05 11:56:50 +0100 Structuurschets Steenbrugge Door B&W gevraagd advies: <ol> <li>Het begrip Duurzaamheid wordt niet concreet gemaakt.&nbsp;</li> <li>Niet ten noorden van de Wechelerweg bouwen.&nbsp;</li> <li>In het zuidelijk deel compacte bouw met voldoende ruimte voor de Zandwetering.&nbsp;</li> <li>Vraag: Is verkennend flora en fauna onderzoek alleen gedaan in de zomer?&nbsp;</li> <li>Het doelstellingsniveau van 1900 woningen met een dichtheid van 23 wo/ha naar beneden bijstellen.</li> </ol> 2005-01-11 15:48:00 +0100 2010-03-04 15:48:31 +0100 2010-03-05 12:03:06 +0100 Beleidsplan windenergie Deventer: Door B&W gevraagd advies: <ol> <li>Woord ganzengebieden uit de zin halen.&nbsp;</li> <li>Maten windmolens noemen in het beleidsplan.&nbsp;</li> <li>Ruimtelijke relatie voor kleinere windturbines noemen.&nbsp;</li> <li>De term natuurmonumenten nader defini&euml;ren.&nbsp;</li> <li>Ligt er op Deventer grondgebied een strategisch groenproject?&nbsp;</li> <li>Windturbines in natuurontwikkelingsgebieden uitsluiten.&nbsp;</li> <li>Geschiktheid locaties op bedrijven terrein A1 aangeven.&nbsp;</li> <li>Rol initiatief nemer uit alinea schrappen.&nbsp;</li> <li>Afbreukrisico voor windturbines op bedrijven terreinen behandelen.&nbsp;</li> <li>Ook evaluatie voor windturbines kleiner dan 6 MW.&nbsp;</li> <li>Toevoeging technisch toetsingskader infrastructuur.&nbsp;</li> <li>Term clusters vervangen door lijnopstelling.&nbsp;</li> <li>Ruimtelijke impact van windturbines opnemen.&nbsp;</li> <li>Onderlinge ruimtelijke interferentie van lokaties minder dan 4 km van elkaar mee nemen.</li> </ol> 2004-01-03 15:51:00 +0100 2010-03-04 15:51:08 +0100 2010-03-05 12:05:50 +0100 Het Milieubeleidsplan 2003-2007 en programma. Door B&W gevraagd advies: <p>Samenvatting:</p> <p>De adviezen zijn vooral geconcentreerd op de daadwerkelijke realisatie van de plannen, controle op de uitvoering, de integrale aanpak en vroegtijdige inschakeling van het Platform leren voor Natuur en Milieu.</p> <ol> <li>Aanstellen van een co&ouml;rdinator "Duurzaamheid" boven het niveau van afd. hoofden.&nbsp;</li> <li>Meetbare doelstellingen formuleren voor een integrale benadering van Duurzaamheid.&nbsp;</li> <li>Zichtbaar maken via budgetten van deze integrale benadering.&nbsp;</li> <li>Verantwoordelijk maken van afd. hoofd voor "Best in class"&nbsp;</li> <li>Weet de verantwoordelijke ambtenaar hoe het in Nederland gesteld is met de bijdrage per inwoner voor Natuur- en Milieueducatie voor basisscholen?&nbsp;</li> <li>De Adviesraad Natuur en Milieu vroeg betrekken bij natuur en milieu verwante beleidsplannen.&nbsp;</li> <li>Een stadsecoloog aanstellen.&nbsp;</li> <li>Wie bewaakt balans tussen wensen bewoners en ecologie?&nbsp;</li> <li>Spoedige invoering Milieuatlas.&nbsp;</li> <li>Meer aandacht voor kleine stukjes natuur in de gemeente.Ge&iuml;ntegreerde aanpak Duurzaamheid op basisscholen.&nbsp;</li> <li>Realiseren voorbeeldproject Duurzaam bouwen.&nbsp;</li> <li>Op korte termijn spreken met SDB over opmerkingen Natuur&ndash; en Milieuorganisaties.</li> </ol> 2003-05-22 16:58:00 +0200 2010-03-04 15:59:34 +0100 2010-03-05 12:10:20 +0100 Het afvalplan Deventer 2003-2008: Door B&W gevraagd advies: <ol> <li>Geef het MilieuCentrum Deventer een rol&nbsp; in de communicatie van het afvalplan.&nbsp;&nbsp;</li> <li>Zijn de oplossingen van andere gemeenten voor GFT hoogbouw bekend?&nbsp;</li> <li>Maak een overzichtelijke samenvatting van de meetbare doelstellingen.&nbsp;</li> <li>Verzamel gegevens "Best in class" gegevens.&nbsp;</li> <li>Volg de landelijke doelstellingen op het gebied van Diftar.&nbsp;</li> <li>Hoe is het opruimen van zwerfvuil opgenomen in de gemeentelijke plannen?&nbsp;</li> <li>Wat houdt het onderzoek voor 1 tel.nummer voor afval in?</li> </ol> 2003-05-16 16:54:00 +0200 2010-03-04 15:54:18 +0100 2010-03-05 12:00:47 +0100