Led Reclamemasten langs de A1 De Adviesraad geeft ongevraagd advies op plaatsing van reclamemasten langs de A1. Dit heeft naar mening van de Adviesraad ernstige nadelen voor leefomgeving en natuur. De adviesraad gaat in op de nadelen voor natuur en milieu: landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en duurzaamheid. De Adviesraad adviseert B&W om de plaatsing alsnog af te gelasten. <p><strong>Datum:</strong> 4 april 2022<br /><strong>Van: </strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan: </strong>College van B&amp;W</p> <h2>Het advies</h2> <p>Geacht college,</p> <p>Vanwege de urgentie en ernst van de zaak brengen wij een ongevraagd advies uit over de geplande plaatsing van twee hoge reclamemasten, voorzien van zeer grote ledschermen, langs de A1. Diverse argumenten, waaronder verkeersveiligheid, spelen een rol, maar gezien het werkterrein van de adviesraad gaan we hier alleen in op de nadelen voor natuur en milieu. Het gaat om landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en duurzaamheid.&nbsp;</p> <p><strong>Landschap</strong><br />Het landschap langs de A1 ten zuiden van Deventer heeft nu nog grotendeels een landelijk karakter, vanuit het westen gezien in een fraaie samenhang met het IJsselfront van de oude stad. Dit beeld wordt ernstig aangetast door de reclamemasten, die een onrustig beeld oproepen van een grootschalige koop-en industriezone. Dit is niet alleen een kwestie is van persoonlijke beleving, maar het verwoordt ook een steeds breder gedragen oordeel over landschap in en rond de stad. Dat blijkt onder meer uit het feit dat grote steden dergelijke ledmasten meer en meer verbieden. Het College van Rijksadviseurs stelt in een advies uit 2020: "Ledschermen zijn veel penetranter dan de traditionele analogedoeken en panelen. Verbied nieuwe led-schermen daarom geheel,ook in stedelijke zones."&nbsp;</p> <p><strong>Biodiversiteit</strong><br />De twee masten zijn gepland in de nabijheid van beschermde gebieden (IJssel-uiterwaarden vallen onder Natura 2000, gebieden van het Natuurnetwerk Nederland aan de kant van Epse). Ook de groene zones buiten die gebieden zijn belangrijk voor natuurbescherming (als verbindingszone en habitat van insecten, vogels en kleine zoogdieren). Hoe groot de effecten zijn is niet met zekerheid te zeggen, omdat de kennis hierover ontbreekt, maar dat led-lichtbronnen invloed hebben op de overlevingskansen van zeldzame soorten, bijvoorbeeld insecten-en vleermuissoorten, is inmiddels duidelijk uit onderzoek. Het voorzorgsbeginsel gebiedt in zo'n situatie preventieve maatregelen -in dit geval, het stoppen van de voorgenomen plannen.</p> <p><strong>Duurzaamheid</strong><br />De suggestie in het schetsontwerp dat het zou gaan om 'groene' en duurzame ledmasten -de brochure voert daarbij zelfs de duurzame ontwikkelingsdoelen op -is volstrekt ongefundeerd. Een metalen mast met enorme schermen vormgeven als boom is niet groen. Het is onwaarschijnlijk dat de schermen voortdurend kunnen worden voorzien van elektriciteit uit zonnepanelen, zodat er met regelmaat stroom van elders moet worden betrokken, met daarbij een extra belasting van een toch al te krap net. Ledmasten consumeren, hoe men het ook keert, energie, leggen beslag op de capaciteit van het netwerk, en vragen groene opwekcapaciteit die ruimtelijke en ecologische impacts heeft. Deventer is duurzamer zonder.</p> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen (voorzitter).<br /><br /></p> <p>Bron van citaat: College van Rijksadviseurs, 2020. Wat doet dat daar? Geen reclame in het landschap.<br /><br />Voorbeelden van wetenschappelijke onderzoek: Grubisic &amp; van Grunsven, 2021. Artificial light at night disrupts speciesinteractions and changes insect communities, Current Opinion in Insect Science 47: 136-141 Seewagen &amp; Adams, 2021. Turning to the dark side: LED light at night alters the activityand species composition of a foraging bat assemblage in the northeastern United States. Ecology and evolution 11:5635&ndash;5645.</p> 2022-04-04 13:41:00 +0200 2022-08-03 13:41:41 +0200 2022-08-03 13:43:14 +0200 Steenbrugge fase 2&3, Chw Steenbrugge 2 De Adviesraad geeft in dit tussentijds advies aan dat kansen voor ecologie en duurzaamheid tot nu toe onvoldoende gerealiseerd worden in de uitwerking 2e fase en het bijbehorende Ontwerp Groen Casco. De Adviesraad geeft haar visie zodat deze kan bijdragen aan een duurzame en natuurrijke vormgeving van Steenbrugge. <p><strong>Datum:</strong> 15 oktbober 2021<br /><strong>Van: </strong>Adviesraad Natuur en Milieu&nbsp;<br /><strong>Aan: </strong>College van B&amp;W</p> <h2>Het advies</h2> <p>Geacht college,</p> <p>In deze notitie brengt de adviesraad tussentijds advies uit over de plannen voor Steenbrugge fase 2&amp;3, zoals neergelegd in de Chw Steenbrugge 2e uitwerking en het Ontwerp Groen Casco (4 mei 2021). Hoewel er nog geen formele vraag om advies ligt, willen wij toch graag al op dit moment onze visie kenbaar maken, in de hoop dat deze bijdraagt aan een duurzame en natuurrijke vormgeving van Steenbrugge.</p> <p><strong>Ervaringen Steenbrugge 1e fase<br /></strong>Het is spijtig dat van de 1e fase geen evaluatie is gemaakt waaruit &lsquo;lessons learned&rsquo; voor de vervolgfase kunnen worden getrokken. Wij adviseren dit alsnog te doen en te kijken naar verbeterpunten en hoe deze kunnen worden aangepakt. Een aantal mogelijke verbeterpunten komt terug in de rest van dit advies.</p> <p><strong>Chw Steenbrugge 2e uitwerking</strong><br />In dit document wordt op een aantal plaatsen aandacht besteed aan ecologie. De nadruk ligt daarbij op het beschrijven van bestaand beleid en het toetsen van wettelijke belemmeringen. De conclusie (blz49) luidt &ldquo;Vanuit ecologie zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van de nieuwe woonwijk Steenbrugge&rdquo;. Een dergelijke toetsing is uiteraard vereist, maar behalve een potenti&euml;le belemmering biedt ecologie ook kansen: kansen omde leefomgevingskwaliteit, de biodiversiteit en de klimaatadaptatie te verbeteren. Deze kansen worden wel benoemd in de tekst, maar alleen in algemene termen en wensen. Bijvoorbeeld: &ldquo;Het groen in de wijk speelt daarnaast een grote rol in de klimaatopgave door onder andere te zorgen voor waterberging&rdquo; (blz27). Dit zegt nog vrijwel niets over inrichting en beheer van de groen-blauwe infrastructuur. Het gebrek aan concrete doelstellingen komt terug in het ontwerp, waarin ecologische doelstellingen nauwelijks worden uitgewerkt.&nbsp;</p> <h2>Ontwerp Groen Casco Steenbruggefase 2&amp;3</h2> <p><strong>Ecologie</strong><br />In het gehele rapport wordt slechts &eacute;&eacute;nmaal gesproken over ecologie (namelijk bij de ontwerpopgave: ecologische doelsoorten), maar nergens wordt dit verder uitgewerkt. In het document staan wel vele voorbeelden van flora en fauna die in dit gebied kunnen voorkomen, maar dit zegt nog niets over de te behalen ecologische kwaliteit. We wijzen daarbij met name op het belang van ecologische verbindingszones.</p> <p>Voorbeelden:</p> <ul> <li>Blz. 20/37, onder &lsquo;Natuurtypologie en klimaat&rsquo;: het is de vraag of de Groene Spie wel een ecologische verbindingszone is.</li> <li>Op blz. 25/37, &lsquo;Deelgebied 3: Waterbuffer&rsquo;: ook hier is de vraag of deze groene lijn van O-W de ecologische verbindingszone is? Er wordt gesproken over Wadi&rsquo;s, maar hebben die een relatie als ecologische verbindingszone?</li> </ul> <p>Wij bevelen aan om het rapport verder uit te werken met een of meerdere ecologische verbindingszones die ook voldoen aan de eisen van een ecologische verbindingszone.</p> <p><strong>Energie opwekken</strong><br />In het ontwerp staat niets over de afstemming van zonnecollectoren en groen. Bovendien staat in de 2e uitwerking van Steenbrugge op blz. 51: Ook nutsvoorzieningen zijn toegelaten, waaronder ook begrepen voorzieningen ten behoeve (de opwekking) van duurzame energie. In de praktijk betekent dit dat in de openbare ruimte bijvoorbeeld zonnepanelen zijn toegelaten (denk aan het bouwen van zonnepanelen op parkeerterreinen, in bermen et cetera). In het groen casco wordt hier niet op ingegaan, en er wordt geen afweging gemaakt of in de openbare ruimte in het groen op kleinschalige wijze energie kan/mag worden opgewekt. De plaats en soortkeuze van de bomen in de openbare ruimte is niet duidelijk getoetst op de vraag of na ca 15 jaar deze bomen geen belemmering zijn voor de zonnepanelen op de daken van de huizen. In de eerste fase in Steenbrugge speelde dit ook en is het bomenplan alsnog aangepast.</p> <p><strong>Bewoners betrekken<br /></strong>In het rapport wordt de rol en afstemming met bewoners niet aan de orde gesteld, terwijl dit wel van belang is voor het slagen van de opzet van de wijk. Dit speelt bij o.a.</p> <ul> <li>de vele (hoge) erfafscheidingsbeplantingen en hagen, denk daarbij aan onderhoud, het betegelen vlak langs hagen, maar ook aan het toestaan van het plaatsen van erfafscheidingenvan particulieren;</li> <li>bij klimaatadaptatie, denk aan betegelde tuinen, opvang en gebruik regenwater;</li> <li>gebruik van het groen met respect voor natuur en ecologie.</li> </ul> <p>Uit de eerste fase van Steenbrugge is wel af te lezen dat dit niet vanzelfsprekend is en dat het ook niet voldoende is om alleen een vrijwilligersorganisatie als Groei &amp; Bloei hiervoor in te zetten. In dit verband doen we twee aanbevelingen. Ten eerste, het doen van onderzoek hoe bindende afspraken kunnen worden gemaakt over bijvoorbeeld te verharden oppervlakten in tuinen en erfafscheidingen in koop-en huurcontracten. Ten tweede, het zoeken van manieren om aspirant-bewoners al in een vroeg stadium bijeen te brengen om ze zo te betrekken bij het natuurlijk en duurzaam inrichten en beheren van de wijk. Dit kan met behulp van zogeheten focusgroepen. Het is aan de gemeente om te beslissen wie dit organiseert, maar we merken op dat bij medewerkers van de Ulebelt ervaring is met een soortgelijk traject in de Olstergaard (gemeente Olst-Wijhe).&nbsp;</p> <p><strong>Gesprek met ambtenaren</strong><br />E&eacute;n van de redenen om dit advies tussentijdsuit te brengen ligt in onze ervaringen bij het overleg over Steenbrugge fase 2&amp;3. Dit vond plaats in juli, tussen leden van de adviesraad (Coralien van Hattem en Harco Jellema) en gemeentelijke vertegenwoordigers (Willemien Berkers, Erik Lam, Marlies Spreen en Rob Smetsers). In principe zijn we graag betrokken in dergelijk overleg, omdat zo&rsquo;n gedachtewisseling in een eerder stadium vaak productiever is dan een advies bij de besluitvorming. Deze keer verliep dat echter anders. Het grootste deel van de beschikbare tijd werd ingeruimd voor een presentatie van het Ontwerplandschapsplan, terwijl wij duidelijk aangaven het betreffende document gelezen te hebben. Er was te weinig tijd en interesse voor daadwerkelijk overleg en advies. Daarom geven we ons advies bij deze alsnog.</p> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen (voorzitter).</p> 2021-10-15 00:00:00 +0200 2022-08-03 13:34:26 +0200 2022-08-03 13:42:58 +0200 Windverkenning De noodzaak voor een wereldwijde transitie richting duurzame energie is zeer groot. Deventer heeft de verantwoordelijkheid én de mogelijkheden om daaraan bij te dragen. Dit vraagt om een zorgvuldig proces en daadkracht. Windenergie op land is een effectieve en veilige vorm van duurzame energie, die jaarrond beschikbaar is. De Adviesraad pleit voor een ruim aandeel wind in de duurzame energiemix. Daarbij ondersteunt zij in grote lijnen de keuze van de focusgebieden maar pleiten voor meer afstemming met buurgemeenten bij het vaststellen van de meest geschikte gebieden. De Adviesraad vraagt aandacht voor gebiedsregie. <p><strong>Datum: </strong>28 mei 2021<br /><strong>Van: </strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan:</strong> College van B&amp;W</p> <h2>Het advies</h2> <p>Geacht college,</p> <p>In november 2020 heeft de gemeente de Windverkenning Deventer uitgebracht. De adviesraad Natuur en Milieu is gevraagd hierover advies uit te brengen. Hierbij beantwoorden wij aan dat verzoek en reageren we op de inhoud van deze windverkenning.</p> <p><strong>Een gevoeligonderwerp zoals windenergie vraagt om een zorgvuldig proces maar ook om daadkracht</strong><br />We merken dat de inhoud van de windverkenning gevoelig ligt bij veel mensen. Dat is begrijpelijk, de turbines zullen voor veel mensen zichtbaar worden. Waar energiewinning en elektriciteitsproductie lange tijd een ver-van-mijn-bed-show was, wordt dat als gevolg van de energietransitie weer zichtbaar voor iedereen. Dat vraagt om een zorgvuldig proces waarbij lusten en lasten op een zo rechtvaardig mogelijke manier verdeeld moeten worden. Maar het vraagt ook om daadkracht gezien de grote urgentie van de transitie naar duurzame energie. Die 2 aspecten proberen we in ons advies beide te belichten.</p> <p><strong>Een bijdrage van Deventer aan de duurzame energietransitie is nodig en mogelijk</strong><br />De noodzaak voor een snelle wereldwijde transitie richting duurzame energie is zeer groot. Klimaatverandering heeft nu al een ontwrichtend effect op mens en natuur, dat neemt de komende decennia toe als we niet snel maatregelen nemen. In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere gemeente kansen voor duurzame energie verkent en benut. Dat is een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, die kunnen we niet afschuiven op andere gemeentes. En de windverkenning laat zien dat er ook in Deventer ruimte is voor grote windturbines.</p> <p><strong>Windop landis een effectieve en veilige vorm van duurzame energie. Daarom pleiten we voor een ruim aandeel wind in de energiemix.</strong><br />Windturbines, zon op daken en zon in veldopstellingen zijn vormen van duurzame energie met ieder hun eigen sterke kanten. Windturbines op land hebben een klein direct ruimtebeslag, maar zijn wel over grotere afstanden zichtbaar en hoorbaar. Ze kunnen dag en nacht energie leveren, in zowel zomer als winter. Met een groot aandeel wind en een kleiner aandeel zon in de duurzame energiemix, is duurzame energie een groot deel van het jaar beschikbaar. Dat vraagt lagere investeringen in netwerken of opslag dan inzet op vooral zon. Daarom pleiten onder meer netbeheerders ook voor een ruim aandeel wind in de energiemix. Een windturbine levert op jaarbasis evenveel stroom als ca 10-15 ha zonnevelden, maar dan wel veel beter gespreidover etmaal en jaar.</p> <p>Voor verschillende van de mogelijke nadelen van windenergie is regelgeving beschikbaar, en veel ontwikkelaars beperken hinder nog verder dan wat maximaal is toegestaan. Waar bijvoorbeeld slagschaduw wettelijk beperkt is tot 6 uur per jaar (17 dagen maximaal 20 minuten per dag), beperken de ontwikkelaars van windturbines de slagschaduw op woningen of bedrijfspanden vaak tot 1 uur of zelfs 0 uur per jaar. De rendementsdaling die daarmee gepaard gaat is beperkt en aanvaardbaar voor de ontwikkelaar. Er leven in Deventer zorgen over gezondheidseffecten van laagfrequent geluid. De onderzoeken van o.a. het RIVM en de Universiteit Utrecht (Jonathan Buonocore, zie o.a. <a title="Ga naar www.klimaathelpdesk.org" href="http://www.klimaathelpdesk.org">www.klimaathelpdesk.org</a>) vinden geen verband tussen laagfrequent geluid en gezondheidseffecten. Het is zinvol om voortschrijdende kennis over dit onderwerp te blijven volgen. De gezondheids-en overige maatschappelijke effecten van fossiele energie zijn overigens evident, zowel bij de winning van grondstoffen (olie, kolen, gas), bij de verbranding (luchtvervuiling) als op delange termijn (klimaatverandering).&nbsp;</p> <p><strong>Focusgebieden: zorg voor meer afstemming met buurgemeenten.</strong><br />In grote lijnen ondersteunen we de keuze van de focusgebieden en de overwegingen die daarbij gemaakt zijn. Bij zoekgebied 3 is de afstand tot woningen in Colmschate Zuid wel een belangrijk aandachtspunt. We vragen extra aandacht voor zoekgebieden 4 en 12, zeker in het licht van mogelijke ontwikkelingen in de gemeente Rijssen &ndash;Holten. Ontwikkeling van lijnen windturbines langs de A1 in Overijssel ligt voor de hand, dan valt het bezwaar van het ontbreken van aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnet bij gebied 4 en 12 mogelijk ook weg. Ook afstemming met de gemeente Lochemen de RES Cleantech Regiois van groot belang, om te komen tot een samenhangende, gemeentegrens-overschrijdende duurzame energie-infrastructuur.&nbsp;</p> <p><strong>Werk het begrip Lokaal Eigenaarschap beter uit.</strong><br />50% lokaal eigenaarschap is een uitgangspunt in de RES-werkwijze. Dat ondersteunen we van harte. Dat moet meer zijn dan het bieden van mogelijkheden om te investeren. Ook mensen zonder eigen vermogen moeten kunnen profiteren van de aanwezigheid van de windturbines, bijvoorbeeld via een gebiedsfonds dat zorgt voor extra activiteiten die bijdragen aan de leefbaarheid in het gebied.&nbsp;</p> <p><strong>Geef meer ruimte aan gebiedsregie.</strong><br />In de windverkenning wordt gepleit voor een gebiedsregisseur van 0,25 FTE gedurende het eerste jaar. Wij pleiten voor een veel omvangrijker functie, in de orde van 1 FTE. De gebiedsregisseur werkt breed aan het aantrekkelijk maken van de omgeving waar de turbines komen, bijvoorbeeld door verdere vergroening van het landschap of door een koppeling met andere functies en beleidsvelden zoals recreatie, biodiversiteit of waterberging. Het ontwikkelen van aantrekkelijk groen kan een gunstig effect hebben op de leefbaarheid in het gebied en heeft vaak ook een sterk gunstig effect op de vastgoedwaarde van woningen.&nbsp;</p> <p>Wij wensen het College veel wijsheid toe bij de verdere uitwerking van het duurzame energiebeleid en blijven daar graag bij meedenken.</p> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen (voorzitter).</p> 2021-05-28 00:00:00 +0200 2022-08-03 11:34:25 +0200 2022-08-03 11:34:25 +0200 Klimaatadaptatieprogramma Naar het oordeel van de Adviesraad een degelijk onderbouwd en uitgewerkt programma dat een belangrijke basis legt voor een effectief en goed gecoördineerd Deventer klimaatadaptatiebeleid. <p><strong>Datum: </strong>29 maart2021<br /><strong>Van: </strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan:</strong> College van B&amp;W</p> <h2>Het advies</h2> <p>Geacht college,</p> <p>Hierbij brengen wij het door u gevraagde advies uit over het Deventer Klimaatadaptatieprogramma (Concept 16 maart 2021). De klimaatcrisis stelt de gemeente voor grote opgaven. Op de eerste plaats is datde energietransitie, die noodzakelijkis om klimaatverandering niet te laten uitmonden in een wereldwijde klimaatramp. Maar zelfs bij een geslaagde energietransitie zijn veranderingen in het klimaat onvermijdelijk. Door ons als gemeente tijdig aante passen aan klimaatverandering is het mogelijk om negatieve effecten tegen te gaan en maatregelen zodanig vorm te geven dat zij, in veel gevallen, ook gunstige effecten kunnen hebben op leefomgeving, gezondheid en natuur. Een optimale synergie tussen klimaatadaptatie en het beleid voor wonen, infrastructuur, milieuen natuur is van groot belang, ook uit financieel oogpunt.</p> <p>Tegen deze achtergrond is de adviesraad zeer positief over het nu verschenen Deventer Klimaatadaptatieprogramma. Naar het oordeel van de adviesraad is het een degelijk onderbouwd en uitgewerkt programma dat een belangrijke basis legt voor een effectief en goed geco&ouml;rdineerd Deventer klimaatadaptatiebeleid. In aanvulling op het programma doen wij de volgende aanbevelingen.</p> <p>De adviesraad ondersteunt van harte de koppeling die gemaakt wordt tussen tegengaan van hittestress en verdroging, het bomenbeleid en het groenbeleid (metals belangrijke aspecten biodiversiteit, leefomgevingskwaliteit en plaagbestrijding). Wat betreft het bomenbeleidsluit het programma aan op de actualisatie van het Bomenbeleidsplan. Dat is een goede zaak, maar de adviesraad merkt op dat dit plan nog verbetering behoeft. In de huidige voorstel voor actualisatie wordt, onder andere, nog te weinig rekening gehouden met de verkoelende werking van volgroeide bomen. Waar deze bomen zonder noodzaak gekapt worden verdwijnt deze werkingen het duurt vele jaren v&oacute;&oacute;r jonge aanplant dat compenseert. Wij verwijzen op dit punt ook naar de opmerkingen door de Bomenstichting Deventernaar aanleiding van een concept voor de actualisering van het Bomenbeleidsplan (1).</p> <p>Naast het bomenbeleid noemt het programma, zeer terecht, de groen-blauwe structuur van Deventer. In de woorden van het programma (p. 38): &ldquo;Naast het bomenbeleidsplan is het doel dat de hoofdgroenstructuur een samenhangende structuur is met de oppervlaktewaterstructuur, waarbij rekening wordt gehouden met duurzaamheid (klimaat, biodiversiteit, gezonde leefomgeving), herkenbaarheid (cultuurhistorie, landschap, natuur) en functie (recreatie, spelen, ontmoeten, natuur) voor Deventer. Resultaat is een groenblauwnetwerk als duurzame basis voor klimaatadaptief handelen en bijdragen aan een goede woon-en leefomgevingvoor mens en dier. &rdquo;Ook in de inzet &ldquo;Biodiversiteit en klimaatadaptatie gaan hand in hand&rdquo; (p. 42) staan hierover zeer behartenswaardige zaken. De adviesraad onderstreept de constatering in het programma dat een expliciet beleidsplan voor deze hoofdgroenstructuur in Deventer ontbreekt en dringt erop aan dat zo&rsquo;n plan zo spoedig mogelijk tot stand komt. Dat is niet alleen nodig voor een samenhangend beleid voor openbaar groen en biodiversiteit, maar ook om de kansen op synergie met klimaatadaptatie optimaal te realiseren. Een beleidsplan voor een hoofdgroenstructuur in Deventer is bovendien een onmisbaar element binnen het gemeentelijk omgevingsbeleid zoals beoogd in de Omgevingswet.</p> <p>De adviesraad ondersteunt het principe van plan-do-check-act dat gehanteerd wordt bij de uitwerking van het programma. Met name het belang van de laatste 2&nbsp; stappen-monitoring (check) en actieve terugkoppeling naar burgers en beleid (act)&ndash;wordt steeds meer onderkend. Het Dashboard (p. 51) is voor deze terugkoppeling een goede aanzet. Voor de uitwerking van monitoring en terugkoppeling zijn duidelijk nog verdere stappen vereist. De te meten parameters kunnen aansluiten bij de operationele doelen in bijlage 3, die voor dat doel wel verdere uitwerking behoeven.</p> <p>De adviesraad is ook positief over het toevoegen van een financi&euml;le paragraaf met een budgetaanvraag voor de voorjaarsnota. In het totaaloverzicht staan weliswaar nog vrij veel p.m. posten, maar het geeft wel degelijk aan dat er structureel geld nodig is om Deventer voor te bereiden op de toekomst.</p> <p>Wat betreft de co&ouml;rdinatie van klimaatadaptatie stelt het programma terecht dat klimaatadaptatie raakt aan verschillende beleidsvelden en daarom in verschillende programma&rsquo;s verankerd moet worden (p. 50). Om dat goed te doen is een heldere co&ouml;rdinatie en voldoende expertise nodig. Omdat klimaatadaptatie nog voor lengte van jaren een belangrijk thema zal blijven, beveelt de adviesraad aanom deskundigheid op dit gebied -naast tijdelijk inhuren- vooral ook binnen de gemeentelijke organisatie te behouden en bevorderen. Verder constateren wij dat de organisatie zoals beschreven in 4.4.7 (met een klimaatcoordinator, ondersteunende ambtenaren, klimaatmakelaar en werkgroep) voor niet-ingewijden onduidelijk blijft. Een organogram zou dit wellicht kunnen verhelderen. Voor burgers en organisaties is het nuttig om een helder overzicht te hebben van waar zij terecht kunnen voor vragen overbeleid en beheer.</p> <p>Tenslotte brengen we nog graag het punt van sociaal-economische verschillen in gezondheid onder de aandacht. Uit onderzoek blijkt steeds duidelijker dat sociaal-economische verschillen sterk doorwerken in de gezondheid van mensen. Groen in de wijk is een belangrijke factor bij het aanpakken van deze gezondheidsproblematieken via hittestress ligt er een directe relatie met klimaatadaptatie. Omdat het soms kan gaan om wijken waarin burgerinitiatieven voor vergroening niet zo gemakkelijk spontaan van de grond komen ligt hier een speciale verantwoordelijkheid voor de gemeente om via ondersteuning en regie tot een positief beleid te komen(2).</p> <p>Wij hopen dat deze aanbevelingen kunnen bijdragen aan de verdere invulling van het klimaatadaptatiebeleidin Deventer.</p> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de Adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen (voorzitter).</p> <h2>Noten</h2> <p>(1) Het gaat om de Evaluatie en actualisatie huidige bomenbeleidsplan (Team PRO/IBL, maart 2021) en de reactie daarop van de Deventer Bomenstichting (Input DBS voor de herziening van het bomenbeleid). Deze reactie is desgewenst beschikbaar viaadviesraad.</p> <p>(2) Het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen staat als speerpunt 3 in de Gezondheidsnota Deventer 2019-2022. Deze nota wordt genoemd in het klimaatadaptatieprogramma, maar dan met name in relatie tot speerpunt 6, Leefomgeving. De adviesraad voegt hier graag speerpunt 3 aan toe. Een goed voorbeeld van onderzoek naar groen en gezondheidsachterstanden is het project Participatie in het groen van Arnhem en Nijmegen. <a title="Ga naar www.zonmw.nl" href="https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/preventie/programmas/project-detail/preventie-5-deelprogramma-2-wonen-en-leven-in-een-gezonde-wijk-en-omgeving/participatie-in-het-groen-van-arnhem-en-nijmegen-samenwerken-aan-groen-voor-gezondheid-partigan/">www.zonmw.nl</a>.</p> 2021-03-29 00:00:00 +0200 2022-08-03 13:04:26 +0200 2022-08-03 13:04:26 +0200 Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte legt een goede basis voor de warmtetransitie. De Adviesraad geeft adviezen voor de verdere uitwerking. O.a. op het gebied van praktische afweging met reductie van broeikasgassen als toetssteen; verdere uitwerking van infrastructuur (elektriciteit, warmtenetten, gasvoorziening) en van technische, organisatorische en financiële instrumenten waarmee burgers ‘ontzorgd’ kunnen worden en aandacht en middelen voor participatie en leren. <p><strong>Datum:</strong> 18 januari 2021<br /><strong>Van:</strong> Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan: </strong>College van B&amp;W1</p> <h2>Het advies</h2> <p>Geacht college,</p> <p>Hierbij brengen wij het door u gevraagde advies uit over de Transitievisie Warmte (1). De warmtetransitie is een belangrijk onderdeel van de energietransitie, met directe en grote gevolgen voor de woningen en huishoudens van Deventer burgers. Daarom is het van groot belang dat deze transitie zorgvuldig en in transparante samenwerking met betrokkenen wordt voorbereid en uitgevoerd. De Transitievisie Warmte (definitief concept 21-8-2020, met Toelichting 24-11-2020, verder aangeduid als TVW) legt hiervoor een goede en evenwichtigebasis -waarvoor onze waardering- maar behoeft niettemin verdere invulling en aanvulling. In dit advies doen wij hiervoor aanbevelingen.</p> <ol> <li>Ga pragmatisch om met de afkoppeling van aardgas en de verbranding van biomassa. Het is goed dat de gemeente streeft naar aardgasloze verwarming door de inzet all-electric, duurzaam gas, en slimme warmtenetten. Maar het uiteindelijke doel hiervan is vermindering van broeikasgassen, met name van CO2. Het is goed om die doelstelling voor ogen te blijven houden en van &lsquo;aardgasloos&rsquo; geen principekwestie te maken. Dat kan onder andere door de resultaten van de aanpak weer te geven in termen van CO2-reductie (met daarbij ook de resultaten na verduurzaming van de elektriciteits-en warmtevoorziening op iets langere termijn). Aardgasvrij is de juiste optie bij nieuwbouwen ingrijpende renovatie, maar voor bestaande oudere huizen en gebouwen hoeft aardgas (naast de inzet van groen gas en waterstof) geen taboe te zijn, zolang de aanpak in zijn geheel resulteert in CO2-reductie. Een pragmatische aanpak kan hopelijk ook iets van de hitte wegnemen in de publieke discussie over aardgas.<br /><br />Iets dergelijks geldt ook voor de inzet van biomassa. De TVW constateert dat kappen van bossen ten behoeve van energieopwekking geen duurzame oplossing is; dat is juist, maar daar gaat het hier niet om. Waar het om gaat is het benutten van houtig restmateriaal. Het lijkt erop dat de nota dit uitsluit, terwijl het in specifieke gevallen wel degelijk een zinvolle bijdrage kan leveren. Ook hier pleit de adviesraad voor een pragmatische aanpak, waarin praktisch en concreet wordt onderzocht wat wel en niet bijdraagt aan reductie van broeikasgassen. Als de verbranding van restmateriaal gebeurt in een adequate installatie van voldoende schaalzijn de gezondheidsrisico&rsquo;s zeer beperkt -te verwaarlozen naast die van houtstookin open haard of houtkachel- en kan het een nuttige, wellicht zelfs onmisbarebijdrage leveren aan de warmtetransitie (2).</li> <li>Besteed meer aandacht aan infrastructuur en instrumentering. De TVW biedt een nuttig overzicht van warmtevraag en -aanbod. Met de &lsquo;drietrapsraket&rsquo; of, duidelijkernog, de 5 keuzelijnen (p. 22) geeft de nota een vuistregel voor de strategie van aanpak en werkt die vervolgens uit voor de verschillende wijken. Daarmee wordt een globaalbeeld geschetst van de te volgen route in de tijd. Dat is zeer nuttig, maar dit beeld is nog niet concreet genoeg om houvast te bieden aan beleidsmakers en bewoners. Dat kan ook nog niet, want daarvoor zijn er te veel onzekerheden en witte plekken.<br />Naast vraag en aanbod is infrastructuur een centrale factor die de mogelijkheden bepaalt. Deze infrastructuur &ndash;elektriciteit, warmtenetten, gasvoorziening&ndash;wordt in de TWV nog weinig concreet. Het verder uitwerken van de infrastructuur is daarom een belangrijke stap. Daarbij is het belangrijk dat geleerd wordt van andere gemeenten en dat de infrastructuur ook op een grotere schaal dan de gemeente Deventer wordt onderzocht en aangepast. Dat kan op RES niveau, in de Regionale Structuur Warmte, zoals de nota aangeeft, maar ook in andere regionale verbanden -bijvoorbeeld de Cleantech-regio als het gaat om afstemming met bedrijven.<br /><br />Met instrumentering doelen wij op de technische en financi&euml;le middelen die nodig zijn voor de praktische realisering van de warmtetransitie. Ook dit is iets dat in de TVW nog onvoldoende is uitgewerkt. Wie hoofdstuk 8 leest zou de indruk kunnen krijgen dat de rol van de gemeente zich niet verder uitstrekt dan inventariserend onderzoek en het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen. Maar de daadwerkelijke realisatie begint dan pas en vraagt om regelingen voor financiering en een gebundeld aanbod van o.a. technische installatiebedrijven. De gemeente heeft hierin een belangrijke taak, niet alleen bij collectieve warmtevoorzieningen, maar ook voor particulieren en verhuurders. Wij pleiten daarom voor een regisserende en realiserende rol van de gemeente als het gaat om instrumentering. Dat betekent uiteraard niet dat de gemeente alles zelf uitvoert, maar wel dat de gemeente de verantwoordelijkheid neemt om in samenwerkingsverband en de financi&euml;le en technische instrumenten te regelen die burgers waar mogelijk kunnen &lsquo;ontzorgen&rsquo; in deze ingrijpende transitie. Een potenti&euml;le vorm van samenwerkingsverband is een &lsquo;warmteschap&rsquo; (3). Het project Transform, genoemd in de TVW, is een veelbelovend financieelen organisatorisch instrument, maar het lijkt erop dat dit initiatief is ingeslapen. Hopelijk kan de gemeente deze schone slaapster weer wakker kussen.<br /><br /></li> <li>Maak 2 sporen: meters maken met no-regretopties en structurele verandering op langere termijn Gezien de ingrijpende veranderingen die de warmtetransitie vraagt en de onzekerheden die er zijn, gaat het om een lange-termijnproces dat veel afweging en voorbereiding vraagt. Onze aanbeveling is om hiervoor de tijd te nemen en in samenwerking met betrokkenen zorgvuldig de sociale, technische en economische randvoorwaarden te verkennen en uit te werken. Liever een effectieve en breed gedragen realisering op iets langere termijn dan het snel uitrollen van maatregelen die uiteindelijk niet optimaal blijken en weerstand oproepen. Om ondertussen toch meters te maken in het reduceren van CO2 is het nuttig om naast dit lange-termijnspoor ook een korte-termijnspoor op te tuigen, waarin burgers gesteund worden om no-regretmaatregelen te treffen die al onmiddellijk resulteren in energiebesparing. Hierbij denken we aan isolatie (in het verlengde van het al bestaande programma daarvoor) en aan inzet van deskundigen die installaties beter kunnen inregelen. Hiermeezijn op korte termijn aanzienlijke besparingen&ndash;en dus CO2-reducties&ndash;te realiseren.Bovendien kan dit bijdragen aan bewustwording van burgers en draagvlak voor energiebesparing, mits het aanbrengen van verbeteringen laagdrempelig wordt gemaakt.<br /><br /></li> <li>Zet in op een lange-termijn, participatief leerproces. Participatie van burgers en gezamenlijke leerprocessen zijn een onmisbaar element van het bovengenoemde lange-termijnspoor. De adviesraad beveelt daarom aan om de WUP&rsquo;s die als eerste worden gestart (Zandweerd, Oranjekwartier en Ludgeruskwartier en Bathmen) en ook de individuele intiatieven die worden ondersteund, mede te gebruiken en in te richten om te leren. Dat kan door expliciet en op een gestructureerde manier aandacht te besteden aan participatieve leerprocessen: door het inzetten van verschillende werkwijzes en door regelmatig goed te evalueren, samen met betrokkenen, wat de sterke en zwakke punten waren in het projectverloop en daar over samen conclusies te trekken. Door een klein deel van de middelen die beschikbaar zijn voor deze projecten expliciet te bestemmen voor het ontwerp en de evaluatie van leerprocessen, kan de gemeente haar aanpak in het verdere traject verbeteren &ndash;en dat geldt uiteraard ook voor andere betrokken partijen. Dit komt dan weer ten goede aan de geloofwaardigheid van de gemeente en het draagvlak onder burgers. De eerder genoemde regisserende rol van de gemeente is ook op dit punt cruciaal.<br /><br /></li> <li>Betrek de noodzaak van koeling in de warmtetransitie. Zelfs bij een succesvol klimaatbeleid zal het klimaat de komende decennia grilliger en warmer worden, met meer en hevigere hittegolven. Naast verwarming van woningen zal koeling steeds belangrijker worden voor wooncomfort. Massale inzet van airconditioning zou afbreuk doen aan de bereikte CO2-reducties. Koeling wordt terloops genoemd in de TVW, maar nog niet uitgewerkt. Wij bevelen aan om in de planning van de warmtetransitie ook uitdrukkelijk de mogelijkheden van koeling mee te nemen. Bij warmtepompen en isolatie, maar ook bij warmtenetten bestaan daarvoor re&euml;le opties (4).</li> </ol> <p>Wij hopen dat deze aanbevelingen kunnen bijdragen aan een succesvolle warmtetransitie in Deventer.</p> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de Adviesraad</p> <p>Kris van Koppen (voorzitter).</p> <h2>Noten</h2> <p>(1) De adviesraad dankt Jan Paul van Soest voor zijn waardevolle inbreng bij het schrijven van dit advies.</p> <p>(2) De adviesraad volgt hierin het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, 2020, &ldquo;Beschikbaarheid en toepassingsmogelijkheden van duurzame biomassa&rdquo;.</p> <p>(3 )Zie o.a. De Gemeynt, 2020, &ldquo;Warmtetransitie rond Rotterdam &ndash;een koele kijk op hete hangijzers&rdquo;.</p> <p>(4) Zie bijoorbeeld <a title="Ga naar www.koelebuurt.nl" href="https://www.koelebuurt.nl">www.koelebuurt.nl</a>&nbsp;</p> 2021-01-18 00:00:00 +0100 2022-08-03 11:25:22 +0200 2022-08-03 11:25:22 +0200 Uitvoeringsprogramma maatregelen grondstoffenplan 2020-2024 In het uitvoeringsprogramma worden veranderingen voorgesteld, vanwege ARBO-overwegingen en verschuivingen in afvalkosten en –baten. De adviesraad erkent het belang van deze factoren, maar constateert ook dat de beoogde veranderingen risico’s met zich meebrengen voor het functioneren van afvalinzameling en –scheiding. De Adviesraad noemt enkele kanttekeningen. <p><strong>Datum:</strong> 21 oktober 2020&nbsp;<br /><strong>Van:&nbsp;</strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan:</strong> College van B&amp;W gemeente Deventer</p> <p>Geacht college,</p> <p>In deze brief geeft de adviesraad Natuur en Milieu haar advies over het &lsquo;Uitvoeringsprogramma maatregelen grondstoffenplan 2020-2024&rsquo;. Binnenkort neemt de gemeenteraad een besluit over dit uitvoeringsprogramma; dit advies wil daaraan een bijdrage leveren.</p> <p>Deventer is tot nu toe succesvol geblekenin haar afvalbeleid. Onze scheidings-percentages en de overblijvende hoeveelheid restafval steken gunstig af bij de landelijke cijfers. In het uitvoeringsprogramma worden veranderingen voorgesteld, vanwegeARBO-overwegingen en verschuivingen in afvalkosten en -baten. De adviesraad erkent het belang van deze factoren, maar constateert ook dat de beoogde veranderingen risico&rsquo;s met zich meebrengen voor het functioneren van afvalinzameling en -scheiding. Het onderzoek dat over afvalinzameling bestaat laat vooral zien dat hoe actiever een gemeente zich opstelt bij inzameling, hoe beter afvalscheiding en hergebruik slagen. Er is een re&euml;le kans dat recycling en hergebruik achteruit zullen gaan wanneer gemeente voor papier en glas overgaat van halen naar brengen. Het is dus nodig om burgers actief te blijven betrekken en door goede monitoring een vinger aan de pols te houden. In concreto wijst de adviesraad op de volgende zaken.</p> <ol> <li>De medewerking van burgers is onmisbaar bij inzameling. Dat staat ook duidelijk vermeld bij de aandachtspunten: &ldquo;Inzet en input van bewoners is cruciaal&rdquo;. Maar in de speerpunten komt het niet zo naar voren. Het speerpunt dat zich expliciet richt op burgers is negatief geformuleerd: ontwijkgedrag verminderen. De adviesraad zou dit speerpunt liever breder zien: &ldquo;betrokkenheid vergroten en ontwijkgedrag verminderen&rdquo;. Daarmee is de toon positiever en wordt het belang onderstreept van de diverse maatregelen jegensburgers die in het programma worden genoemd.<br /><br /></li> <li>Cambio en het programma &lsquo;Deventer Schoon Familie (DSF)&rsquo; krijgen een belangrijke plaats, onder andere als het gaat om afvalcoaches. De aanpak van DSF, gericht op het betrekken van burgers, is positief, maar de vraag is of deze aanpak overal voldoende effectief is en dekkend voor de gemeente als geheel. Cambio valt onder Circulus-Berkel, een private ondernemingdie gebonden is aan regels van de markt; in recente jaren is de inzet van Cambio, naar onze indruk, beperkt geweest tot een enkele specifieke acties en projecten. Goede uitzonderingen niet te na gesproken, is de informatie die Deventer burgers krijgen over hun bijdrage aan afvalinzameling en -scheiding heel beperkt. Het is heel nuttig dat naast Cambio ook de Ulebelt is ingeschakeld als informatiepunt. Maar het is aan de gemeente om erop toe te zien dat deze beide organisaties op een toereikende manier communiceren naar burgers in de gehele gemeente. De gemeente dient daartoe de middelen te verschaffen en waar nodig ook zelf de communicatietaken op zich te nemen. Zij blijft immers eindverantwoordelijk voor het afvalbeleid en de uitvoering daarvan.<br /><br /></li> <li>Het uitvoeringsprogramma noemt de communicatie met burgers maar maakt niet duidelijk waarover die communicatie zou moeten gaan.De adviesraad ziet hier tenminste 3 belangrijke onderwerpen.&nbsp;<br /><br /> <p>- Waarom verandering nodig is: uitleg waarom de gemeente de voorgestelde wijzigingen in gaat voeren; daarbij is het ook belangrijk om uit te leggen waarom nascheiding op dit moment nog geen optie is, maar mogelijk in de toekomst wel.</p> <p>- Wat er precies van burgers gevraagd wordt: maak zo duidelijk mogelijk welke praktische veranderingen er zullen komen, en om welke wijken het daarbij gaat.</p> <p>- &lsquo;What&rsquo;s in it for me&rsquo;: het is voor burgers belangrijk dat zichtbaar wordt wat zijzelf winnen bij een actieve medewerking aan hergebruik en recycling. Dat kan een kostenbesparing per huishouden zijn, maar ook een collectieve beloning (bijv. een gemeenschappelijk voorziening), of een motivationele beloning: wat hebben de inspanningen opgeleverd voor het milieu?</p> </li> <li>Het is goed dat het uitvoeringsprogramma expliciet ingaat op wat er door wie gemeten moet worden om de activiteiten in het programma te monitoren. Maar deze zaken zijn nog weinig gespecificeerd. Omdat de gemeente veel taken door anderen laat uitvoeren horen daar meetbare afspraken met de uitvoerenden bij,met duidelijk vastgestelde criteria voor succes. Behalve duidelijke informatie over afvalstromen en ongewenste neveneffecten zoals vermenging van stromen, zwerfvuil en dumping, zou ook een duidelijk plaatje van kosten en baten zeer zinvol zijn voor het bijsturen van afvalbeleid. Bij deze rapportages horen bovendien duidelijke toelichtingen en samenvattingen, zodat BenW en gemeenteraad deze gegevens kunnengebruiken bij het checken en bijstellen van het afvalbeleid. Een helder en eenvoudig uittreksel van deze monitoring zou bovendien gebruikt kunnen worden in de communicatie naar burgers.</li> <li>Verder pleit de adviesraad voor meer ambitie bij het programmapunt &ldquo;verduurzaming verenigingen, scholen en andere maatschappelijke organisaties en evenementen&rdquo;. Voor het komende jaar is daar &eacute;&eacute;n pilot bij een vereniging gepland. Waarom geen pilots bij enkele verschillende organisaties? Dat vraagt geen overdreven inspanningen en geeft veel beter inzicht en de succes-en faalfactoren. Tenslotte wijst de adviesraad op het belang van educatie op basisscholen; voor afval is dit heel tastbaar te realiseren en de doorwerking daarvan in het milieubewustzijn van burgers is groot.&nbsp;<br /><br /></li> </ol> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de adviesraad</p> <p>Kris van Koppen (voorzitter).</p> 2020-10-21 00:00:00 +0200 2022-08-03 10:53:42 +0200 2022-08-03 10:56:32 +0200 Concept Energieplan 2019 De adviesraad ondersteunt de ambitieuze en proactieve houding die spreekt uit het energieplan, maar geeft de voorkeur aan een meer realistische invulling aan 'Deventer energieneutraal in 2030'. Zij pleit voor een uitwerking waarin Deventer ruimschoots voldoet aan de opgaves die het klimaatakkoord stelt, binnen een traject dat kwantitatief en kwalitatief haalbaar is. De scenario's voor de energiemix gaan uit van een te hoge inschatting van de energievraag en een te hoge doelstelling van energieopwekking op eigen grondgebied. Deze dienen nader te worden geanalyseerd. De Adviesraad onderschrijft dat participatie van burgers, bedrijven en andere organisaties cruciaal is in de energie-en warmtetransitie. <p><strong>Datum:</strong> 2 december 2019<br /><strong>Van:&nbsp;</strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan:</strong> College van B&amp;W gemeente Deventer</p> <h2>Het advies</h2> <p><br />Geacht college,</p> <p>De Adviesraad Natuur en Milieu is gevraagd te adviseren over het Concept Energieplan Deventer (september 2019). Bij deze brengen wij ons advies uit. Eerder dit jaar hebben wij al advies uitgebracht over de voorganger van dit energieplan (25 juni 2019). Verschillende onderdelen van dit advies zijn ook van toepassing op het nieuwe plan. De belangrijkste daarvan nemen we hier opnieuw op.</p> <p><strong>Doelen en ambitie</strong></p> <p>De adviesraad ondersteunt de intentie van het Energieplan om proactief en ambitieus te werken aan de energietransitie in Deventer. We hebben echter twijfels bij de cijfermatige onderbouwing van de doelstelling van 3642TJ duurzaam opgewekte elektriciteit in 2030 (paragraaf 2.4). Deze doelstelling lijkt onrealistisch hoog.<br />Ook geven wij een andere invulling aan de ambitie 'Deventer energieneutraal in 2030'. De invulling die het plan aan deze ambitie geeft, namelijk dat Deventer "op eigen grondgebied alle energie opwekt die het nodig heeft" achten wij niet haalbaar en ook niet zinvol. Eigen energie opwekken is geen doel op zich. Het streven om energieneutraal te zijn wordt ingegeven door klimaatverandering; het gaat dus om het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. Dat doel kan ook dichterbij komen door gebruik van duurzame energie die elders is opgewekt, bijvoorbeeld op de Noordzee. We interpreteren de ambitie 'Deventer energieneutraal in 2030' daarom als het streven van Deventer om energievoorziening en &ndash;gebruik in 2030 zo klimaatvriendelijk mogelijk in te richten, vergelijkbaar met andere koplopergemeentes in Nederland. Met andere woorden: de adviesraad pleit voor een energieplan dat ambitie paart aan realisme.</p> <p><br />In het eerdere advies hebben we een rekenvoorbeeld opgenomen dat ons inziens een meer realistisch beeld geeft van de opgaven waar Deventer voor staat. We hebben dat in iets gewijzigde vorm opnieuw als bijlage toegevoegd. Wij concluderen dat de opgaven van een andere, minder dramatische omvang zijn dan de scenario's in het Energieplan suggereren. Voor het gekozen scenario van 3 extra windturbinesbetekent dit concreet dat de opgave voor zonnepanelen minder groot is. Meer algemeen betekent het dat Deventer als gemeente meer ruimte heeft voor realistische doelen met daarbij passende haalbare maatregelen.</p> <p><br />Monitoring met elke 2 jaar een evaluatiemoment van B&amp;W en raad - zoals beschreven in het Energieplan- vinden wij een goede zaak, maar de gemeente zal veel intensievere vormen van monitoring en evaluatie moeten inzetten voor de planning en uitvoering van de verschillende programma's en projecten die bijdragen aan de energietransitie. De wijze van monitoring is afhankelijk van de instrumenten die de gemeente in gaat zetten. Dit instrumentarium is nog maar zeer ten dele geconcretiseerd in het Energieplan.</p> <p><br /><strong>Scenario's en stepping stones</strong></p> <p><br />Het is goed dat de energienota ook kwantitatieve doelopgaven en stepping stones presenteert. Zoals hierboven is beargumenteerd, achten wij de hoogte van de opgaven voor de energiemix onrealistisch. Dit advies is niet de plaats om hierop in detail in te gaan; wij pleiten echter voor een herijking van de randvoorwaarden en uitgangspunten met behulp van experts en voorbeelden uit andere koplopergemeentes.</p> <p>&nbsp;</p> <p>Bij verdere concretisering van het energieplan verdienen vervolgens twee aspecten aandacht:&nbsp;</p> <p>&nbsp;</p> <ol> <li>Duidelijke ruimtelijke keuzes. Verdere detaillering en uitwerking is nodig voor de ruimtelijke afwegingen over windturbinesen zonnevelden, met aandacht voor milieueffecten op de directe omgeving. Techniek en kosten zouden daarbij volgend moeten zijn op criteria van inpasbaarheid, draagvlak, kwaliteit van de leefomgeving en natuurbehoud.</li> <li>Een meer concrete toedeling van opgaven aan overheid, bedrijven, burgerinitiatieven en andere maatschappelijke partners. Hoe worden de doelopgaven toegedeeld aan maatschappelijke partners ('wie staat waar vooraan de bak')? Welke budgetten zijn daarbij beschikbaar? De bijdragen van de verschillende partijen dienen bij voorkeur beschreven te wordenals resultaatverplichtingen.</li> </ol> <p>&nbsp;</p> <p><strong>Draagvlaken participatie van burgers en bedrijven</strong></p> <p><br />Organisatie van het participatieproces vraagt een pro-actieve, regisserende rol van de gemeente. Waar andere partijen worden uitgenodigd om in te stappen, zouden er duidelijke beleidskaders moeten zijn, die deze partijen ook zekerheid geven over inspanningen en investeringen op langere termijn. Participatie, in dit verband, kent 2 belangrijke aspecten:</p> <p>&nbsp;</p> <ul> <li>Het optimaliseren van de inbreng van burgers, bedrijven en andere maatschappelijke partners(procesmatige participatie);</li> <li>Het scheppen van gunstige condities voor financi&euml;le participatie van burgers en organisaties.</li> </ul> <p>&nbsp;</p> <ol> <li>Voor het optimaliseren van inbreng is duidelijkheid van de gemeente gewenst over het beleid en de voorwaarden die aan initiatieven worden gesteld. Verder is meer aandacht nodig voor communicatie en educatie. Een belangrijk aspect daarvan is dat de gemeente zelf ondubbelzinnig achter haar eigen ambitie staat en haar activiteiten en successen ook duidelijk naar buiten communiceert. Het plan om de stads-etalage voor de komende jaren permanent in te richten voor klimaat en duurzaamheid past goed bij dit punt. Bij communicatie naar verschillende doelgroepen is het belangrijk om aansprekende communicatiekanalen te vinden en voldoende aandacht te geven aan de specifieke belangen ('what's in it for me') van die groepen.</li> <li>Participatie heeft ook een financi&euml;le kant. Wanneer de gemeente maatschappelijke partners uitnodigt om mee te werken aan de energietransitie, bijvoorbeeld voor coordinatie-, communicatie-of monitoringtaken, zal daarvoor budget beschikbaar moeten zijn. Voor de duidelijkheid: dit budget moet niet bestemd worden voor 'hardware' (zoals zonnepanelen) maar dient beschikbaar te zijn voor de beleids-en beheerstaken die deze partners overnemen van de gemeente. Aan dit budget zijn daarbij ook duidelijke eisen verbonden. De adviesraad ondersteunt de wens van de gemeente om energie-en warmteprojecten zodanig in te richten, dat de financi&euml;le baten van die projecten terecht komen bij de lokale gemeenschap; niet in de laatste plaats bij diegenen die ook de lasten (bijvoorbeeld hinder, uitzicht) van deze projecten dragen. Dat kan door burgers de mogelijkheid te geven om financieel deel te nemen aan projecten, maar bijvoorbeeld ook door baten van een project voor een deel terug te geven aan de betrokken burgers in de vorm van woningverbetering of buurtvoorzieningen.<br /><br /></li> </ol> <p><strong>Regiegemeente en organisatie</strong></p> <p><br />Wij pleiten in dit advies voor een proactieve, regisserende rol van de gemeente. Dit betekent zeker niet de gemeente alles zelf in detail zou moeten sturen of zelf zou moeten uitvoeren - dat kan niet en zou ook niet effectief zijn. Het betekent wel dat de gemeente de leiding neemt en verantwoordelijk is voor het halen van de gestelde doelen.</p> <p>In het Energieplan is op p. 49 een organisatieschema opgenomen. Daarin komt, terecht, naar voren dat extra ambtelijke capaciteit nodig is voor het realiseren van de verschillende onderdelen van het plan (uitgedrukt in fte's). Gegeven deze gewenste capaciteit lijkt het budget dat beschikbaar wordt gesteld te klein. Bovendien constateren wij dat bij de inzet van deze capaciteit het organiseren van participatie van burgers niet genoemd wordt. Zoals betoogd, is participatie een cruciaal aspect dat tijd en deskundige inzet vraagt van de gemeente.</p> <p>In het schema is sprake van een regieteam, zonder verdere toelichting. De opgaves die het energieplan meebrengt vragenom een centrale manager die zich volledig op de energietransitie kan richten en daarbij, direct onder de wethouders, beslissingsbevoegdheid heeft over de verschillende betrokken portefeuilles heen. De adviesraad pleit voor zo'n centrale manager, die tevens zicht houdt op de afstemming met omgevingsvisie en omgevingsplan.</p> <p><strong>Tot slot<br /></strong><br />Laat er geen misverstand over bestaan: ook met meer realistische doelopgaven zal de transitie grote inspanningen vragen van de gemeente. Tegelijkertijd biedt de transitie ook grote kansen voor bedrijfsleven en bewoners. Met een ambitieus &eacute;n realistisch beleid kan de gemeente deze kansen optimaal benutten.</p> <p>Het energiebeleid dat Deventer in de komende jaren realiseert zal grote invloed hebben op de leefwereld van toekomstige Deventenaren. De kritiek in dit advies neemt niet weg dat wij de ambitie die spreekt uit het Energieplan van harte onderschrijven. Wij hopen dat het college en de gemeenteraad hun schouders willen zetten onder een energiebeleid waarover zij met trots aan hun kinderen en kleinkinderen kunnen vertellen.&nbsp;</p> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de Adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen (voorzitter).</p> <h2>Bijlage: Rekenvoorbeeld</h2> <p>Doel van dit rekenvoorbeeld is om een realistischer beeld te geven van de opgaven die de energietransitie meebrengt wat betreft elektriciteit. Het voorbeeld is niet bedoeld als scenario &ndash;die taak ligt bij de gemeente &ndash; maar als illustratie dat een 'eerlijk' aandeel van de gemeente in de nationale energietransitie goed haalbaar is.</p> <p>Het Nederlandse klimaatbeleid gaat ervan uit dat in 2030 de totale elektriciteitsvraag circa 432 Petajoule (PJ) bedraagt en dat 70% daarvanduurzaam wordt opgewekt. In het Klimaatakkoord is deze 70% (302 PJ) opgesplitst in 176 PJ 'windenergie op zee&rsquo; (41% van het totale elektriciteitsgebruik) en 126 PJ &lsquo;hernieuwbaar op land&rsquo; (29% van het totale elektriciteitsgebruik).</p> <p>Deventer verbruikte in het jaar 2017 1731 Terajoule (TJ). In het rekenvoorbeeldstellen we het toekomstige elektriciteitsverbruik per jaar gelijk aan dat getal. In lijn met het klimaatakkoord zou daarvan dus 70% duurzaam moeten worden opgewekt in 2030; 41% is daarbij windenergie van zee. Op het land dient voor Deventer dan nog 29% te worden geproduceerd, dat is 504 TJ per jaar. Wanneer de opgave op land evenredig onder gemeentes verdeeld wordt, is het dus deze 504 TJ (ofwel 140 GWh) per jaar die binnen de Deventer gemeentegrenzen moet worden opgewekt.</p> <p>36 TJ wordt thans al jaarlijks gerealiseerd door 2 windturbines en bestaandezonnepanelen. Nodig is dan nog 468 TJ. Dat betekent circa 17 nieuwe windturbines &oacute;f 138 ha aan extra zonnepanelen (uitgaande van de opbrengsten die gehanteerd worden in het Energieplan). Het meest realistische is een mix van beide. Bij 3 extra windturbines, zoals gekozen in Energieplan, betekent dat circa114 ha zonnepanelen.</p> <p>Het gaat uiteraard om een ruwe schatting,die hoger uitvalt wanneer het elektriciteitsverbruik in Deventer stijgt tussen 2017 en 2030, of wanneer Deventer streeft naar een grotere opwek binnen eigen grenzen dan 29% van het totale verbruik. Niettemin moge blijken dat de opgaven waarvoor de gemeente staat van een andere, minder dramatische omvang zijn dan de scenario's in het Energieplan suggereren.</p> 2019-12-02 11:00:00 +0100 2022-08-02 16:42:12 +0200 2022-08-03 10:58:04 +0200 Advies Contouren-Energieplan De adviesraad onderschrijft de ambitie van de gemeente die uit deze eerste versie van het energieplan spreekt, maar mist een duidelijk, kwantitatief uitgewerkt tijdpad. Voldoende financiële en procesmatige ruimte is nodig om participatie te realiseren. Ook beveelt de adviesraad aan om een centrale manager aan te wijzen. <p><strong>Datum: </strong>25 juni 2019<br /><strong>Van: </strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan: </strong>College van BenW gemeente Deventer, Carlo Verhaar, c.c. Nicoliene de Vries</p> <h2>Advies</h2> <p>Geacht college,</p> <p>De Adviesraad Natuur en Milieu is gevraagd te adviseren over het 'Energieplan Deventer, Leren door te doen'. Bij dezen brengen wij ons advies uit.</p> <p><strong>Uitgangspunten</strong></p> <p>De Adviesraad ondersteunt de eerste drie principes waarmee het Energieplan start. Klimaatverandering is een re&euml;le en urgente uitdaging en het is de plicht &eacute;n ambitie van Deventer om bij te dragen aan oplossingen. Deze principes zien we niet zozeer als 'aannames' maar als vaste uitgangspunten voor het Deventer beleid.</p> <p>Het probleem van investeringen en budgetten dat wordt beschreven in aannames 4 t/m 6 is duidelijk aanwezig, maar mag niet leiden tot een beleid van afwachten tot we weten wie wat betaalt. Een afwachtende houding betekent dat kansen voor bedrijfsinnovaties, burgerinitiatieven en overheidssubsidies zullen worden gemist. De energietransitie zal in de komende jaren een enorme markt openen voor installatiebedrijven, aannemers, bouwbedrijven en adviesbureaus. Denk bijvoorbeeld aan Independent Solar Systems en Solard, twee Deventer bedrijven die zich toeleggen op zonnepanelen, en aan Nefit. Als Deventer samen met haar bedrijfsleven initiatieven neemt &ndash; ook in Cleantech Regio-verband - betekent dat een betere uitgangspositie op deze markt.</p> <p>Dat de gemeente wel leidend is in besluiten, maar niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor resultaten &ndash; zoals gesteld in de laatste twee aannames - is ons inziens tegenstrijdig. De gemeente z&aacute;l verantwoordelijk worden gehouden voor de resultaten. De vraag is vooral of Deventer afwacht tot zij gedwongen wordt vanuit de regionale energiestrategie (RES), of ervoor kiest om zelf het initiatief te nemen. Die laatste keuze is tevens consistent met de eerdere ambitie die de gemeente zich heeft gesteld ten aanzien van de energietransitie. Het gaat er daarbij niet om of energieneutraliteit in 2030 kwantitatief haalbaar is. Wat belangrijk is, is dat de gemeente zelf leiding en initiatief neemt om ambitieus naar een energietransitie toe te werken. Zo kan Deventer zelf sturing en invulling geven aan de klimaatuitdaging, in plaats van wachten tot zij daartoe gedwongen wordt. De adviesraad heeft, zoals gezegd, de overtuiging dat zelf sturing geven uiteindelijk gunstiger is, niet alleen voor het klimaat, maar ook voor de sociale en economische bloei van de gemeente.</p> <p>Anders geformuleerd: de gemeente staat voor de volgende keuze. Ofwel afwachten wat de RES zal brengen, &oacute;fwel actief vormgeven aan de energietransitie (en daarmee tevens voldoen aan de opgaven van de RES). De adviesraad bepleit deze tweede optie.</p> <p>Op basis van deze uitgangpunten werken wij in dit advies de volgende punten verder uit:</p> <ul> <li>een energieprogramma in afstemming op het omgevingsplan;</li> <li>participatie van burgers, bedrijven en andere organisaties;</li> <li>organisatie van de regie door de gemeente.</li> </ul> <p><strong>Naar een 'programma energie' in afstemming op omgevingsvisie en omgevingsplan</strong></p> <p>Zoals ook in haar advies over zonnevelden, pleit de adviesraad voor een integrale energievisie, die concrete doelen en voorwaarden formuleert voor het energiebeleid en die de gemeente tevens helpt bij de voorbereiding van de RES. Zo'n visie zou moeten passen in het traject van omgevingsvisie naar omgevingsplan. Dit kan gestalte krijgen in de vorm van een energieprogramma. In de omgevingsvisie wordt verwezen naar een 'programma duurzaamheid en energietransitie', maar de inhoud daarvan wordt nauwelijks uitgewerkt.</p> <p>Wij bepleiten een specifiek energieprogramma, dat aan de volgende eisen voldoet:</p> <ol> <li>Een cijfermatige onderbouwing en kwantitative doelopgaven. Deze ontbreken in de bestaande nota. De RES-opgave aan gemeentes speelt zich af in twee sectoren: (1) lokale productie van hernieuwbare energie en (2) gebouwde omgeving, waarbij het onder andere gaat om warmtenetten. Voor beide sectoren is het van belang inzichtelijk te maken wat er nodig is, in de vorm van kwantitatieve scenario's, waarin een mix van maatregelen wordt uitgewerkt. Zie de bijlage van dit advies voor een illustratief rekenvoorbeeld wat betreft lokale energieproductie.</li> <li>Duidelijke ruimtelijke keuzes. Maak een concrete inventarisatie waar windturbines en zonnevelden mogelijk zijn (als verdere stap na de studie van Pondera Consult), aan de hand van ruimtelijke en landschappelijke consequenties en met aandacht voor milieueffecten op de directe omgeving. Techniek en kosten zouden daarbij volgend moeten zijn op criteria van inpasbaarheid en draagvlak.</li> <li>Maak een toedeling van opgaven aan overheid, bedrijven, burgerinitiatieven en andere maatschappelijke partners. Hoe worden de doelopgaven toegedeeld aan maatschappelijke partners (wie staat waarvoor aan de bak)? Welke budgetten zijn daarbij beschikbaar?.</li> <li>Beschrijf een duidelijk tijdpad. Dit tijdpad dient concreet te zijn voor deze collegeperiode, en in hoofdlijnen te worden beschreven voor de jaren daarna.</li> </ol> <p><strong>Draagvlak en participatie van burgers en bedrijven</strong></p> <p>In de raadsmededeling 'Concept-Startnotitie RES' stelt de gemeente: "Het primaat voor participatie met inwoners ligt bij de gemeente. Wij organiseren zelf het participatieproces met de eigen inwoners en bedrijven." De adviesraad onderschrijft dit uitgangspunt en heeft waardering voor de initiatieven die de gemeente op dit vlak neemt. Niettemin oordelen wij dat de algemene houding van de gemeente &eacute;n de gemeenteraad veel te vrijblijvend en afwachtend is geweest. Organisatie van het participatieproces vraagt een pro-actieve, regisserende rol van de gemeente. Waar andere partijen worden uitgenodigd om in te stappen, zouden er duidelijke beleidskaders moeten zijn, die deze partijen ook zekerheid geven over inspanningen en investeringen op langere termijn.</p> <p>Participatie, in dit verband, kent twee belangrijke aspecten: (1) het optimaliseren van de inbreng van burgers, bedrijven en andere maatschappelijke partners (procesmatige participatie); (2) het scheppen van gunstige condities voor financi&euml;le participatie van burgers en organisaties.</p> <ol> <li>Voor het optimaliseren van inbreng is duidelijkheid van de gemeente gewenst over het beleid en de voorwaarden die aan initiatieven worden gesteld. Verder is meer aandacht nodig voor communicatie en educatie. Een belangrijk aspect daarvan is dat de gemeente zelf ondubbelzinnig achter haar eigen ambitie staat en haar activiteiten en successen ook duidelijk naar buiten communiceert. Het plan (uit het bestuursakkoord) om de stads-etalage voor de komende jaren permanent in te richten voor klimaat en duurzaamheid past goed bij dit punt. Bij communicatie naar verschillende doelgroepen is het belangrijk om veel aandacht te geven aan de specifieke belangen en problemen van die groepen en voor die doelgroepen aansprekende communicatiekanalen te vinden.</li> <li>Participatie heeft ook een financi&euml;le kant. Wanneer de gemeente maatschappelijke partners uitnodigt om mee te werken aan de energietransitie, bijvoorbeeld voor coordinatie-, communicatie- of monitoringtaken, zal daarvoor budget beschikbaar moeten zijn. Voor de duidelijkheid: dit budget moet niet bestemd worden voor 'hardware' (zoals zonnepanelen) maar dient beschikbaar te zijn voor de beleids- en beheerstaken die deze partners overnemen van de gemeente. Aan dit budget zijn daarbij ook duidelijke eisen verbonden. Daarnaast is het van belang dat de gemeente energie- en warmteprojecten zodanig inricht en van voorwaarden voorziet, dat de financi&euml;le baten van die projecten terecht komen bij de lokale gemeenschap; niet in de laatste plaats bij diegenen die ook de lasten (bijvoorbeeld hinder, uitzicht) van deze projecten dragen. Dat kan door burgers de mogelijkheid te geven om financieel deel te nemen aan projecten, maar bijvoorbeeld ook door baten van een project voor een deel terug te geven aan de betrokken burgers in de vorm van woningverbetering of buurtvoorzieningen.</li> </ol> <p><strong>Regie gemeente en organisatie</strong></p> <p>Wij pleiten in dit advies voor een proactieve, regisserende rol van de gemeente. Dit betekent zeker niet de gemeente alles zelf in detail zou moeten sturen of zelf zou moeten uitvoeren &ndash; dat kan niet en zou ook niet effectief zijn. Het betekent wel dat de gemeente de leiding neemt en verantwoordelijk is voor het halen van de gestelde doelen.</p> <p>Een dergelijke regierol vraagt om een centrale manager die zich volledig op de energietransitie kan richten en daarbij, direct onder de wethouders, beslissingsbevoegdheid heeft over de verschillende betrokken portefeuilles heen. De adviesraad bepleit dat de gemeente hiervoor budget en een plaats in de organisatie vrijmaakt.</p> <p><strong>Tot slot</strong></p> <p>In dit advies hebben wij ons geconcentreerd op energieproductie en gebouwde omgeving, zijnde de twee sectoren die centraal staan in de RES. Een pro-actief klimaatbeleid van de gemeente, in lijn met de eerder geformuleerde ambities, kan zich niet tot deze sectoren beperken, maar zal zich ook moeten uitstrekken naar de andere sectoren waarvoor in het gemeentebeleid eerder doelen zijn gesteld: mobiliteit en verduurzaming van bedrijven. We gaan daar niet op in in dit advies, maar benadrukken dat er ook in deze sectoren grote kansen liggen voor een proactief beleid.</p> <p>Het energiebeleid dat Deventer in de komende jaren gaat realiseren zal grote invloed hebben op de wereld waarin onze toekomstige generaties leven. Wij hopen dat het college en de gemeenteraad hun schouders willen zetten onder een energiebeleid waarover zij met trots aan hun kinderen en kleinkinderen kunnen vertellen.</p> <p><strong>Samengevat:</strong></p> <ul> <li>wij pleiten voor een proactieve en sturende rol van de gemeente in de energietransitie, omdat deze meer oplevert voor klimaat, economie en draagvlak</li> <li>een 'programma energie', met kwantitatieve doelopgaven, duidelijke ruimtelijke keuzes, en een concreet tijdpad, is nodig om deze sturende rol gestalte te geven</li> <li>een cruciale succesfactor is participatie van burgers, bedrijven en andere organisaties, zowel procesmatig als financieel</li> <li>de energietransitie is een zodanig belangrijk proces dat een centrale manager gewenst is</li> </ul> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de Adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen, voorzitter.</p> <h2>Bijlage - Rekenvoorbeeld</h2> <p>Over lokale energieproductie doen allerlei verhalen de ronde; &eacute;&eacute;n daarvan is dat er wel 90 windturbines nodig zouden zijn om in Deventer de energietransitie te realiseren. In deze bijlage geven wij een rekenvoorbeeld om een realistischer beeld te schetsen. Het voorbeeld is niet bedoeld als scenario &ndash; die taak ligt bij de gemeente &ndash; maar als illustratie dat een 'eerlijk' aandeel van de gemeente in de nationale energietransitie wel degelijk haalbaar is.</p> <p>Het Nederlandse klimaatbeleid gaat ervan uit dat in 2030 de totale elektriciteitsvraag circa 120 TWh (TeraWatt-uur) bedraagt en dat 70% daarvan duurzaam wordt opgewekt. In het Ontwerp van het Klimaatakkoord is deze 70% (84 TWh) opgesplitst in 49 TWh &lsquo;windenergie op zee&rsquo; (41% van het totale elektriciteitsgebruik) en 35 TWh &lsquo;hernieuwbaar op land&rsquo; (29% van het totale elektriciteitsgebruik).</p> <p>Deventer verbruikte in het jaar 2017 481 GWh (GigaWatt-uur). In het rekenvoorbeeld stellen we het toekomstige elektriciteitsverbruik per jaar gelijk aan dat getal. In lijn met het klimaatakkoord zou daarvan dus 70% duurzaam moeten worden opgewekt in 2030; 41% is daarbij windenergie van zee. Op het land dient voor Deventer dan nog 29% te worden geproduceerd, dat is 140 GWh per jaar. Wanneer de opgave op land evenredig onder gemeentes verdeeld wordt, is het dus deze 140 GWh per jaar die binnen de Deventer gemeentegrenzen moet worden opgewekt.</p> <p>10 GWh wordt thans al jaarlijks gerealiseerd door 2 windturbines en bestaande zonnepanelen. Nodig is dan nog 130 GWh. Dat betekent circa 13 windturbines &oacute;f 260 ha aan extra zonnepanelen. Het meest realistische is een mix van beide, bijvoorbeeld 5 turbines en 160 ha zonnepanelen. Deze 160 ha is daarbij inclusief zonnepanelen die nog op daken kunnen worden gelegd.</p> <p>Samengevat: een eerlijk aandeel in de energietransitie kan in Deventer, in 2030, bereikt worden met 5 extra windturbines en 160 ha extra zonnepanelen, of een andere mix van beide. Wanneer deze productie lokaal wordt georganiseerd, levert hij bovendien binnen de gemeente nieuwe inkomsten.</p> <p>[noot 1] Voor de cijfers, zie Ontwerp van het Klimaatakkoord, 21 december 2018, pagina 150, en het Energieplan Deventer, pagina 10. Berekening met dank aan Guido Bakema.</p> 2019-10-19 12:00:00 +0200 2022-07-29 10:22:22 +0200 2022-07-29 10:22:22 +0200 Advies Schouw De Schouw (volledig: Monitoring Schouw Werkwijze Ecologie) heeft zich ontwikkeld tot een beknopte rapportage van activiteiten en resultaten ten behoeve van de participatie van vrijwilligers in natuuronderzoek en natuurbeheer. De adviesraad adviseert om de Schouw daarop af te stemmen en geeft suggesties om de vrijwilligers nog beter met deze rapportage te bereiken. Daarnaast constateren we dat een evaluatie van het gemeentelijk natuurbeleid in zijn geheel ontbreekt. <p><strong>Datum:</strong> 12 september 2019<br /><strong>Van: </strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan: </strong>College van BenW gemeente Deventer, Carlo Verhaar, c.c. Erik Lam, Nicoliene de Vries</p> <h2>Advies</h2> <p>Geacht college,</p> <p>In de mail van Erik Lam d.d. 14 augustus j.l. is de adviesraad Natuur en Milieu gevraagd om te adviseren over het concept 'Verslag participatie Werkwijze Ecologie 2018' , in de Memo zelf aangeduid als 'Monitoring Schouw Werkwijze Ecologie 2018'. Hierbij geven we ons advies, waarin we kortweg zullen spreken over 'de Schouw 2018'.</p> <p><strong>De Schouw</strong></p> <p>De vorm die de Schouw in de afgelopen jaren heeft gekregen, is die van een beknopte rapportage ten behoeve van de vrijwillige inbreng van burgers bij natuuronderzoek en natuurbeheer in Deventer. De adviesraad heeft grote waardering voor die vrijwillige inbreng en ook voor de wijze waarop de stadsecoloog deze inbreng stimuleert. Als de Schouw 2018 daaraan kan bijdragen, voldoet hij wat betreft de adviesraad. Onze suggestie is daarbij wel om de rapportage zo in te richten en te verspreiden dat deze inderdaad bij de vrijwilligers en hun organisaties terecht komt en gelezen wordt. Op de Memo staat nu alleen "Aan: Adviesraad Natuur en Milieu". Wij hopen echter dat de Schouw ook voor andere participerende partijen en personen bestemd is. Een optie zou kunnen zijn dat om de paar jaar een meer aantrekkelijke folder wordt gemaakt, zoals dat met succes is gebeurd in 2014. Het lijkt ons ook van belang dat de Schouw zo actueel mogelijk is. Een optie is wellicht om de rapportagetermijn te verschuiven naar juli tot juli en de Schouw in te brengen op de avond voor vrijwilligers die in telkens in het najaar plaatsvindt. Deze opties zijn bedoeld als suggesties. Wij laten de keuze voor de vorm van de Schouw over aan de stadsecoloog.</p> <p><strong>Structurele monitoring en evaluatie van het Deventer natuurbeleid</strong></p> <p>Wij constateren ook dat een meer structurele, kwantitatieve monitoring en evaluatie van het gehele gemeentelijk natuurbeleid ontbreekt. De adviesraad acht een dergelijke monitoring en evaluatie, die ook door BenW en gemeenteraad beoordeeld wordt, van groot belang voor behoud en ontwikkeling van natuur in en om Deventer. We hebben dit ook in eerdere adviezen benadrukt. Gegeven de huidige vorm van de Schouw, denkt de raad dat deze structurele evaluatie wellicht beter los daarvan gestalte kan krijgen. Wij zijn voornemens om daarover in de toekomst een meer uitgewerkt advies uit te brengen. Omdat een geschikte vorm afhankelijk is van de ontwikkelingen in beleid en we als adviesraad hierover eerst met betrokkenen willen overleggen, kunnen we op dit moment nog geen concrete termijn noemen voor de totstandkoming van dit advies.</p> <p><strong>Samengevat:</strong></p> <ul> <li>Onze suggestie is dat de huidige Schouw wordt toegespitst op terugkoppeling naar burgers en organisaties die participeren in natuurbeheer in Deventer, in een vorm die naar het inzicht van de stadsecoloog daarvoor optimaal geschikt is.</li> <li>Het ontbreken van een structurele, kwantitatieve monitoring en evaluatie van het gemeentelijk natuurbeleid in zijn geheel is een ernstig gemis en de adviesraad zal op termijn adviseren over manieren om dit gemis te ondervangen.</li> </ul> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de Adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen, voorzitter.</p> <p>PS: nog een kleine correctie, in de Memo staat dat deze rapportage de eerste meting van de jaarlijkse monitoring is; dat klopt niet.</p> <p>&nbsp;</p> <p>&nbsp;</p> 2019-10-19 11:30:00 +0200 2022-07-29 10:20:15 +0200 2022-07-29 10:20:15 +0200 Advies Zonnevelden Zonnevelden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie van Deventer. De adviesraad onderschrijft de voorgestelde procedure en geeft advies over de wijze van vergunningverlening en de kansen voor lokale initiatieven. Daarnaast wijst zij op het belang van een integrale energievisie als kader voor zonnevelden en andere vormen duurzame energie. <p><strong>Datum: </strong>9 februari 2019<br /><strong>Van: </strong>Adviesraad Natuur en Milieu<br /><strong>Aan: </strong>College van BenW gemeente Deventer, Carlo Verhaar, c.c. Nicoliene de Vries</p> <h2>Advies</h2> <p>De Adviesraad Natuur en Milieu is gevraagd te adviseren over (het concept van) de Uitgangspunten voor Zonneparken in de gemeente Deventer. Daar gaan we graag op in. Hieronder vindt u ons advies.</p> <p><strong>Grote urgentie</strong></p> <p>Allereerst willen we opnieuw benadrukken dat het klimaatbeleid en de daarmee verbonden energietransitie een grote urgentie hebben. Zowel mondiaal, nationaal als in de gemeente Deventer zijn daarom afspraken gemaakt en voornemens geformuleerd om een energievoorziening zonder CO2-uitstoot te realiseren. De gemeente Deventer hanteert nog steeds de ambitie om energieneutraal te zijn in 2030, zowel in het coalitieakkoord als in de concept Omgevingsvisie. Alle mogelijke vormen van duurzame energie zullen nodig zijn om deze ambitie te realiseren, en dat zal zichtbaar worden in de bebouwde omgeving en in het Deventer landschap. Dat is iets waar we als Deventer bevolking aan zullen moeten wennen.</p> <p><strong>Ruimte voor zonnevelden</strong></p> <p>Zonnevelden kunnen een mooie rol spelen in de verduurzaming van de energievoorziening in Deventer. Zon op dak zal nooit genoeg opbrengst kunnen leveren voor een energieneutraal Deventer; het tempo waarop nu zon op dak wordt gerealiseerd is nog vrij beperkt en de sturingsmogelijkheden van de gemeente zijn eveneens beperkt. Volgens de onlangs besproken Windverkenning Deventer van Pondera, zou op de geschikte daken in Deventer maximaal 20% van de energiebehoefte in Deventer opgewekt kunnen worden. De potentie van zonnevelden is aanzienlijk groter. Ter illustratie: volgens Pondera kan op zo&rsquo;n 6% van het totale landoppervlak van Deventer (823 van de in totaal ruim 13.000 hectare) de totale energiebehoefte van Deventer in de vorm van zonnevelden worden opgewekt. Om de ambitie van een energieneutraal Deventer te halen, is het daarom nodig een deel van de benodigde duurzame elektriciteit op te wekken op zonnevelden.</p> <p>Landschappelijke inpassing en participatie zijn sleutelbegrippen bij een zorgvuldig proces rondom het realiseren van zonnevelden. De uitgangspunten uit de Overijsselse Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonnevelden, die eveneens overgenomen zijn in de Deventer Uitgangspunten, bieden goede aanknopingspunten voor zowel zorgvuldige landschappelijke inpassing als een goede proces- en projectparticipatie.</p> <p><strong>Geen bestemmingsplanwijziging maar een projectomgevingsvergunning</strong></p> <p>De Handreiking van de Provincie Overijssel pleit ervoor om voor zonnevelden geen bestemmingsplanwijziging toe te kennen, maar een projectomgevingsvergunning. Een projectomgevingsvergunning wordt verstrekt voor een afgebakende periode, in dit geval bijvoorbeeld 25 jaar. Daarna krijgt de grond weer zijn oorspronkelijke bestemming. Dit wordt aanbevolen omdat er vanuit gegaan wordt dat zonnevelden een tijdelijk fenomeen zijn. De verwachting is dat over 25 &ndash; 30 jaar de techniek van PV en andere vormen van duurzame energie zodanig is voortgeschreden dat veldopstellingen van zonnepanelen niet meer nodig zijn. Dit pleidooi nemen wij graag over.</p> <p><strong>Bevorderen van kleinschalige en lokale initiatieven </strong></p> <p>Kleinschalige lokale initiatieven vergroten de mogelijkheden voor goede participatie en landschappelijke inpassing. Grote commerci&euml;le initiatiefnemers, zowel uit Nederland als internationaal, zijn kapitaalkrachtiger en hebben meer juridische en technische kennis in huis om snel kansen voor zonnevelden te identificeren en te benutten. Om kleinschalige lokale initiatieven werkelijk een goede kans op succes te geven, is het belangrijk dat de procedure zodanig is ingericht dat die niet te complex of te duur wordt voor deze lokale initiatieven. De genoemde kaders voor landschappelijke inpassing en participatie kunnen een gunstig effect hebben op de acceptatie van grotere projecten. Zo kunnen de kwaliteiten van beide soorten initiatieven benut worden.</p> <p><strong>Integrale energievisie</strong></p> <p>Kort geleden werd de Windverkenning van Pondera in de gemeenteraad besproken, nu de uitgangspunten voor Zonneparken. Het lijkt erop dat Deventer op een versnipperde manier bezig is om beleid te ontwikkelen op het gebied van duurzame energie. Dat is niet gewenst, gezien de grote impact die duurzame energie zal hebben op de omgeving. Een overkoepelende visie is gewenst, die de gemeente ook helpt bij de voorbereiding van de Regionale Energie Strategie. Deze visie kan ook helpen wanneer andere vormen van nieuwe energieopwekking besproken worden, zoals geothermie of aquathermie. De gemeente Enschede bereidt nu een integrale energievisie voor, die vastgesteld gaat worden in de vorm van een structuurvisie in de zin van de Wet Ruimtelijke Ordening. De voorbereiding van deze visie wordt gecombineerd met het opstellen van een plan-mer, zodat de milieugevolgen van de keuzes in de visie inzichtelijk zijn voor iedereen. Wij kunnen niet beoordelen of in Deventer nog voldoende tijd is voor het opstellen van een integrale energievisie voorafgaand aan het maken van de Regionale Energiestrategie, maar wij pleiten wel voor een meer integrale benadering van de energietransitie in de gemeente Deventer.</p> <p><strong>Samengevat:</strong></p> <ul> <li>Zonnevelden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van de energievoorziening en zijn nodig om een energieneutraal Deventer te kunnen realiseren.</li> <li>De voorgestelde procedure bevordert goede landschappelijke inpassing en mogelijkheden voor participatie, en daarmee voor lokaal draagvlak en acceptatie.</li> <li>Verken de mogelijkheden voor een projectomgevingsvergunning in plaats van een bestemmingsplanwijziging, gezien het verwachte tijdelijke karakter van zonnevelden.</li> <li>Richt de procedures zo in dat lokale initiatieven werkelijk een kans krijgen op realisatie.</li> <li>Werk aan een complete integrale visie op een duurzame energievoorziening, met daarin aandacht voor alle mogelijke vormen van energiebesparing en duurzame energieopwekking.</li> </ul> <p>Met vriendelijke groet,</p> <p>namens de Adviesraad,</p> <p>Kris van Koppen, voorzitter.</p> 2019-10-19 11:00:00 +0200 2022-07-29 10:25:08 +0200 2022-07-29 10:25:08 +0200